Hoe lang achtervolgen misstappen je?

In deze nieuwe serie #nieuw-oud-geloof stoft Reinier Sonneveld oude theologische begrippen af en laat ze weer glimmen. Nu deel 6 over ‘schicksalwirkende Tatsphäre’, oftewel: hoe lang achtervolgen misstappen je? Is het net als karma medebepalend voor wat je verder overkomt?

Hoe lang achtervolgen misstappen je?

Een van de favoriete anekdotes van onze meest trouwe auteur op Lazarus, Rikko Voorberg, is hoe hij ooit aan een aantal mensen vroeg om het Onze Vader te redigeren. Gelovigen, niet-gelovigen, ze mochten allemaal vrijelijk hun eigen wijzigingen doorvoeren aan het tekstbestand dat op een computer stond.  

Als eerste werd ‘Onze Vader’ natuurlijk ‘Onze Moeder’ – onze cultuur is érg voorspelbaar. Ik gok dat het vervolgens ‘Mijn Moeder’ en daarna ‘Mijn Verzorger’ werd, maar dat weet ik niet. In elk geval, elke zin werd zo een paar keer omgegooid, tot het geheel bijna onherkenbaar was geworden.  

Slechts  een enkele zin bleef soeverein en onaangetast: ‘En vergeef ons onze schulden.’ 

Schuld en schaamte

Want ja, schuld en schaamte zijn weer helemaal terug. We hebben een tijdje, sinds de jaren 60, geprobeerd zonder te leven, maar ze blijken onuitroeibaar. Zonder zouden we zelfs minder mens zijn, eerder psychopaten. Deze emoties zijn de keerzijde van dromen, idealen, regels, principes: schuld en schaamte horen bij het tekortschieten, respectievelijk volgens jezelf of volgens anderen, en dat is onvermijdelijk. Wie maar een beetje leeft, kan het niet altijd goed doen in eigen ogen, laat staan in al die ogen van al die anderen. 

Een variant die juist opkwam in de jaren 60, is de ‘collectieve’ schuld. Dat is een vorm van schuld die in culturen en ‘systemen’ leeft en door de generaties heen wordt overgedragen. Het is een interessante wederopstanding van de oude christelijke erfzonde en een nuttig tegenwicht tegen een doorgeslagen individualisering. Want niet altijd is er een persoon aan te wijzen bij schuld. Vaak doen we ook gewoon mee in vastgeroeste patronen, soms al eeuwenlang, aan de voordelige kant, wat in de discussies dan vaak ‘privileges’ heet - dan wel de nadelige: een collectieve achterstand en slachtofferschap. 

Constatering: in een discussie zit iedereen het liefst aan de zielige kant. En hier komt de Bijbel aangevlogen. Daarin is er een paar millennia geleden hierover al intensief nagedacht en dat levert een paar mooie omdraaiingen op. 

In een discussie zit iedereen het liefst aan de zielige kant.

Lotsbepalende daadsfeer

Laat ik beginnen met een zogeheten Googlewhack. Dat is een combinatie van twee woorden die op Google slecht één zoekresultaat oplevert. Interessant hieraan is natuurlijk dat als zoiets eenmaal is beschreven, dit meteen is opgeheven: Google vindt dan namelijk ook de omschrijving.  

Bij deze hef ik dus een Googlewhack op voor de combinatie ‘schicksalwirkende Tatsphäre’. Ja, ik weet het, log Duits. Het staat voor zoiets als: lotsbepalende daadsfeer.  

Eh…  

Toch denk ik dat deze term (de Duitse theoloog Klaus Koch heeft ‘m in 1955 geïntroduceerd en zijn boeken verdwenen voor het internettijdperk uit de handel) die je dus op het hele internet nauwelijks terug kunt vinden, iets omschrijft wat we allemaal kennen, zelfs dagelijks.  

Het gaat erom dat je iets doet wat als het ware aan je blijft plakken, als een soort wolk om je heen blijft hangen en je lot beïnvloedt. Als je iets moois hebt gedaan, krijg je dat terug. Als je iets stoms hebt gedaan, dat. 

Instant Karma

Oh, gewoon karma, zegt u? Ja, precies, dat. Maar dan dus niet, zoals het Hindoeïsme meestal stelt, een oordeel in een tussenwereld na je dood dat het lot van je volgende incarnatie beïnvloedt, maar iets dat jezelf treft. Instant karma dus, zoals het in de popcultuur heet, naar aanleiding van een liedje van John Lennon, en het commentaar bij een eindeloze reeks #fail op social media:

10 Times Karma Came for Awful People

Dit filmpje zien voelt prettig. Het bevredigt een heel oud rechtvaardigheidsgevoel, dat zelfs terug te vinden is in dieren. Ik heb de indruk dat het een van de diepste menselijke drijfveren is: je wilt dat de dingen ‘eerlijk’ zijn verdeeld.  

Wolken die meereizen 

Logisch dat je de karma-gedachte over in het Oude Testament terugvindt. Het is zelfs een van de leidende gedachtes. Lees Deuteronomium of Spreuken en je vindt het bijna om de zin: “Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.” Het is de onderliggende logica bij het merendeel van de verhalen en lijnen. Hét trauma dat het Oude Testament onderzoekt is de Babylonische ballingschap en hét antwoord dat gegeven wordt is: dat is terecht, wij zijn weggevoerd omdat we zelf hebben gefaald.  

Daarin voel je ook meteen dat karma niet alleen persoonlijk is: het zijn in die logge Duitse term namelijk Sphäre, een soort donderwolken die als in de cartoons met je meereizen en op je regenen waar je maar gaat, maar ook op anderen. De gevolgen van je daden treffen niet alleen jezelf maar eveneens je omgeving. Je buurt. Je volk. Je kinderen met name: “…die de misdaad der vaderen ‘bezoekt’ tot in het derde en vierde geslacht,” heet het in de Tien Geboden.  

En, anders dan hoe #karma tegenwoordig op social media wordt gebruikt, ook positief. In het beroemde verhaal over Sodom en Gomorra zal God die steden eerst niet vernietigen als er maar een paar ‘rechtvaardigen’ leven. Hun goedheid ‘besmet’ de rest van de inwoners, als een wolk die juist beschermt. Die gedachte speelt ook mee bij Jezus: zijn heiligheid straalt af op de rest van de mensheid, ook hij heeft een ‘lotsbepalende daadsfeer’. De wereld wordt niet vernietigd omdat Jezus er woont.  

Eerlijk

En meteen komen natuurlijk de vragen. Het voelt dan eerlijk als iemand zelf ‘uitgekeerd’ krijgt voor wat je in het leven ‘geïnvesteerd’ hebt, maar wat als jij moet ‘betalen’ voor andermans ‘schulden’?

Deze vragen spelen veelvuldig en expliciet in de Bijbel. De ballingschappen en bezettingen - en bijbehorende massamoorden - kunnen dan een terechte ‘vergoeding’ zijn voor de ‘tekorten’ van het volk. Maar soms weet je zeker dat iemand prima heeft geleefd, dat de huidige generatie zich bekeerd heeft – hoe kan dan de schuld van misschien wel eeuwen terug of van ver achter de horizon op jou worden afgewenteld?

Regelmatig gaan de vragen nog verder. Soms lijkt de straf zelfs niet meer redelijk ten opzichte van andermans daden, maar is het volledig uit balans. Dat is de vraag van Job, die nadrukkelijk en zonder nuancering als ‘de rechtvaardigste’ wordt neergezet – en toch lijdt hij, meer dan wie ook. De latere christelijke lezer voelt ook hier weer een parallel met Jezus, bij wie ook de Satan-figuur de oprechtheid van zijn geloof wil testen, waarop hij zinloos en extreem lijdt.

In het Oude Testament komen dus al nuanceringen op de karma-gedachte en Jezus zelf is daarin het meest stevig. “God doet het regenen en de zon schijnen over gelovigen én zondaars.” Zijn expliciete commentaar bij een nieuwsbericht uit die tijd over een ongeluk waarbij 18 mensen omkwamen, is dat dit niet hun eigen schuld was. Een blinde man is niet gehandicapt om zijn ouders. Oftewel, de werkelijkheid betaalt niet altijd eerlijk uit, er speelt meer mee.

Duwtje van God

Die les hebben we natuurlijk tegenwoordig flink geleerd, soms zelfs omgedraaid: we voelen ons er hoogst ongemakkelijk bij iemands eigen schuld aan te wijzen als diegene bijvoorbeeld werkeloos of crimineel is. Dat moet elders liggen – en dan komt de Späre weer terug – dat ligt aan het systeem. Omdat iemand gediscrimineerd is. Verre voorouders had die slaaf waren.

Karma is a bitch, heet het dan, maar wel een blinde, zou je zeggen, die nogal scheef bijt. Of gewoon maar hele generaties bijt.

Misschien. Maar laat ik dan een innovatie ophalen die in het Oude Testament opkomt en die het Nieuwe Testament uitwerkt. Die gaat over de rol van God hierin. Karma  -de Joodse variant tenminste, die de meeste Westerlingen hebben overgenomen - is een wetmatigheid van de werkelijkheid zelf. Zo gaan die dingen nu eenmaal. Er zit een soort logica in hoe het leven werkt, dat je beloont wordt voor je daden. Er daar is ook wel statistisch bewijs voor: misdadigers leven een stuk korter en ongelukkiger. Het systeem is niet volmaakt – zie de vragen hierboven – maar werkt redelijk. “Wie een kuil graaft voor de ander valt er zelf in.” God geeft diegene niet een duwtje.

Of toch wel? Nee, zegt Paulus later: “God heeft hen aan zichzelf overgegeven.” In deze passage geeft hij een radicale herlezing van de hele voorgaande geschiedenis. Het ‘oordeel’ waar de Bijbel zo vaak over spreekt, is niet een actief ingrijpen van God, zoals de gebruikte werkwoorden en verhalen wel suggereren, maar het is juist passiever worden. Als God oordeelt, trekt hij zich terug en beschermt hij de mensen minder tegen zichzelf. God beïnvloedt dus zijn eigen systeem van de werkelijkheid, hij laat de balans zichzelf een beetje herstellen. Maar dat is wel in beperkte mate nog: we constateren hier op aarde niet een scherpe boekhouder aan het werk die achter alle openstaande rekeningen aangaat.

Belabberde boekhouder

Alleen is er ook een laatste oordeel en dan grijpt God juist actief en grondig in. God laat het rommelige systeem momenteel dan al enigszins zichzelf op orde brengen en daarmee wijst hij alvast in een bepaalde richting, namelijk hoe hij het uiteindelijk definitief zal regelen. “Oordeel niet, God komt het oordeel toe,” staat er. De ‘balans’ is momenteel nogal een rommeltje, maar uiteindelijk krijgt iedereen wat die verdient.

Wat je ongezien goed hebt gedaan, wordt beloond. En niemand komt met zijn misdaden zomaar weg. Dat laatste klinkt prettig – tot je aan jezelf en je geliefden denkt. Je ziet opeens een boekhouder voor je die de geschiedenis als een grote doos met bonnetjes omgooit en die eens op zijn gemakje gaat ordenen en iedereen moet tot de laatste cent betalen.

Dat is geinig voor anderen, maar voor jezelf? Hier ligt de belangrijkste kritiek van de Bijbel in hoe we op social media met schuld omgaan. God is ofwel soepeltjes en dan voor iedereen. En laat ook wegkomen wie jou bijvoorbeeld misbruikt heeft, ofwel hij is strikt voor iedereen en dan ben dus ook jij de sjaak in wat jij hebt misdaan. Wat je niet kunt hebben, is dat alle straf jouw tegenstanders treft en jij toevallig alle voordeeltjes krijgt.

Maar is je geloof dan niet je vrijbrief? Je wildcard? Was dat niet de grote uitvinding van de Reformatie, dat je ‘slechts door geloof behouden wordt’?

Hm… Dus als je honderd mensen hebt verkracht en je komt daarna tot geloof, dan kun je lekker eeuwig flierefluiten op de nieuwe aarde, en als je Ghandi was en toevallig Hindoe, dan moet je eeuwig tandenknarsen?

Klinkt als een allerbelabberste boekhouder en een verschrikkelijke Vader. En is ook een volstrekte parodie op wat de Bijbel zegt. Nergens staat in de Bijbel dat slechts een eenmalig en welgemeend ‘sorry’ je hele schuld kwijtscheldt. Nergens dat er later maar twee opties zijn waarin we eeuwig in ongeveer dezelfde toestand voortleven – hemel dan wel hel. En al helemaal nergens dat als je maar een paar ideeën aanneemt het wel eeuwig goed zit, alsof geloof een blanco cheque is waarmee je alles vergoedt.

Wat staat er dan wel?

God is liefde

God is liefde, dat is het belangrijkste en allesoverheersende. En dan is het niet: ‘maar’ hij is ook rechtvaardig. Als God fair is, is dat een uitvloeisel van zijn liefde en geen botsing daarmee. En bij liefde hoort het dat je iemands rechtvaardigheidsgevoel uiterst serieus neemt. Als werkelijk jij gered wordt, niet een of ander wezen met toevallig jouw naam en kapsel, maar echt jij, dan gaan je herinneringen mee naar Gods toekomst. Jij bent jij inclusief je wonden, frustraties, gekwetstheden én wat je misdaan hebt. Jezus had ook nog littekens na zijn opstanding.

God is liefde, niet alles wordt hier al rechtgezet, dat moet na onze dood nog afgemaakt worden. En God is liefde, dus hij gaat de dingen op een liefdevolle manier rechtzetten. Dat lijkt nog het meest op de Waarheidscommissies in Zuid-Afrika. Langdurige, pijnlijke, bevrijdende gesprekken. “Alles komt aan het licht”, staat er, iedereen moet aan de bak, niemand knijpt er tussenuit. Dat is in elk geval wat ik Jezus na zijn opstanding zie doen met wie hij nog een appeltje te schillen had: Tomas en Petrus. Geen geweld, maar intense, allesdoordringende gesprekken waarbij alles op tafel komt.Dat is het laatste oordeel. Dat is in elk geval Jezus’ laatste oordeel. De beste informatie over wat er gebeurt met ons na onze opstanding uit de dood is wat Jezus doet na zijn opstanding uit de dood. Concreet: als je mensen verkracht hebt en je hebt je in dit leven niet met hen verzoend – of je christen geworden bent of niet, je moet je confronteren met je slachtoffers en je moet díep door het stof.

Doet het er dan niet toe of je gelooft? Natuurlijk. Maar geloven-zodat-je-in-de-hemel komt is sowieso geen geloof. Als dát de relevantie van je geloof moet zijn, geloof je niet in Bijbelse zin. Geloven is nu al actief je laten vormen door God, God leren kennen, God meemaken. In die zin dus al een stukje van zijn toekomst meemaken als hij echt dichtbij komt. Dat is reden zát om te geloven. Ik kan me zelfs logischerwijs geen betere reden voorstellen: wat kan er nu nuttiger zijn dan actief het allergrootste wat er is op je te laten inwerken? Niet dat dit altijd even effectief is en God kan soms meer met wie hem niet bewust toelaat, maar toch.

Omgaan met God

Als je dus gelooft, in de zin van dat je actief God (of als je niet gelooft: de liefde) op je hebt laten inwerken, dan heb je sowieso minder om je voor te schamen omdat je beter hebt geleefd, en wat je hebt misdaan laat zich minder lastig verzoenen. Je wéét al dat je een beperkt mens bent, je komt er niet pas na je dood tot de ontdekking dat je nergens mee wegkomt en je niet zo perfect was als je dacht.

Geloof is niet het aannemen van een stel waarheden waardoor je aan het laatste oordeel ontkomt, maar omgaan met God - of je dat nu doorhebt of niet - maakt je tot een mens die makkelijker vergeeft en zich laat vergeven, nu al en na dit leven. Daardoor blijft dat laatste oordeel ongetwijfeld een zwaar proces (er is nog vast genoeg om goed te maken, of je nu misdaan hebt of misdaan bent) maar je komt er zeker doorheen.

En als er iets is wat ik deze tijd toewens, is het dat.

>> Bekijk hier de andere essays van Reinier Sonneveld