Hoe word je een verantwoordelijk mens? Werk aan je karaktervorming!

In de vierde aflevering van het filosofische tv-programma 'Wat is dan goed?' ging het over verantwoordelijkheid. En hoewel er goede dingen gezegd werden, miste Rob ook iets. Namelijk dat onze verantwoordelijkheid ook ligt in de vorming van ons karakter.

Hoe word je een verantwoordelijk mens? Werk aan je karaktervorming!

Laten we – zoals ook gedaan wordt in deze aflevering – terugkeren naar Albert Camus’ roman De Val. Hoofdpersoon Jean-Baptiste Clamence bevindt zich op de Pont Royal en loopt voorbij aan een vrouw die over de reling van de brug helt. Enkele ogenblikken later hoort hij een plons en geschreeuw. Alhoewel hij op die bewuste avond aan deze vrouw voorbijging, had hij – zo zal hij daarna zelf ook concluderen – daar een verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid had zich, zo beseft hij, moeten concretiseren in daden: stilstaan, spreken, desnoods tegenhouden.

Verantwoordelijkheid begrijpen in termen van daden of keuzes – in termen van wat we moeten doen – is erg voor de hand liggend. We stellen ons dat vaak ongeveer als volgt voor: ik bevind me in een situatie waarin er, moreel gezien, iets op het spel staat. Ik bekijk wat de opties zijn, overweeg ze en kies vervolgens voor de optie die als meest waardevol verschijnt.

Gangbare visie is niet het hele verhaal

Deze gangbare visie op moreel handelen heeft haar waarde, maar is -denk ik- niet het hele verhaal. Ze dreigt iets belangrijks over het hoofd te zien, namelijk dat het belangrijkste ‘morele werk’ reeds is gedaan op het moment dat we moeten handelen. Filosoof en schrijver Iris Murdoch stelt – in navolging van filosoof en mystica Simone Weil – dat we vaak al gekozen hebben op het moment dat we moeten kiezen. Hoe moeten we dat begrijpen?

Wij kunnen alleen maar kiezen en handelen binnen de situatie zoals die aan ons verschijnt, zoals we die zien of ‘lezen’. Welke opties we zien om uit te kiezen en welke opties zich daarbinnen als betekenisvol voordoen, is sterk afhankelijk van wie wij zijn, van hoe wij in elkaar steken.
Toen Clamence zich op die gewraakte avond op de Pont Royal bevond, stond hij daar niet als neutrale toeschouwer die alle mogelijke opties overziet, dan bepaalt wat de meest waardevolle beslissing is en zich daar vervolgens aan committeert.
Nee, de keuze om de vrouw te redden kwam niet eens als reële en betekenisvolle optie in hem op. Zijn ‘beslissing’ om door te lopen, lijkt in zekere zin gewoon voort te komen uit de persoon die hij op dat moment was. In dat opzicht heeft hij al gekozen op het moment dat hij zou moeten kiezen.

Zijn ‘blindheid’ is erger…  

De vraag die nu natuurlijk opkomt, is of we het Clamence dan nog wel kwalijk kunnen nemen dat hij doorliep. Het antwoord op die vraag moet volgens mij zijn: ja, maar niet op de wijze waarop de gangbare visie op moreel handelen het hem kwalijk neemt. Volgens de gangbare visie had Clamence op de een of andere manier in moeten grijpen. Hij had de mogelijkheid dat te doen, maar heeft het niet gedaan. Punt.

Ik denk echter dat dat te rigide is. Zo simpel ligt het niet. Clamence merkte de vrouw bijna niet op en was zich er nauwelijks bewust dat er van haar een appèl uit ging. In dit specifieke opzicht kunnen we het hem dus amper kwalijk nemen dat hij aan haar voorbij ging. In zekere zin was hij blind voor wat er om hem heen gebeurde.
Maar – en dit is het cruciale punt – deze ‘blindheid’, het feit dat hij zo weinig opmerkzaam was, kunnen we hem zwaarder aanrekenen. De visie die Murdoch en Weil (en vele anderen in de traditie van de deugdethiek) naar voren brengen is dat onze eerste verantwoordelijkheid, onze belangrijkste morele taak, niet bestaat in wat we moeten doen, maar in de vorming van ons karakter.

In de taal van de evangeliën gesproken: we kunnen het een slechte boom nauwelijks kwalijk nemen dat hij slechte vruchten voortbrengt. Onze primaire verantwoordelijkheid bestaat erin goede bomen te worden. En in de mate waarin dat lukt, volgen de goede vruchten vanzelf. 

Hoe worden we moreel verantwoordelijke mensen?

Hoe worden wij zulke ‘goede bomen’? Hoe ziet dat eruit, de vorming van ons karakter? Die vraag kan ik hier vanzelfsprekend nauwelijks verkennen, laat staan beantwoorden. Laat me in plaats daarvan wijzen op twee aspecten die in de traditie van de deugdethiek naar voren zijn gebracht.

Ten eerste zijn er voorbeeldfiguren, mensen die ons inspireren met hun moed, compassie, en aandacht. Zij zijn heel belangrijk voor onze vorming. We moeten in allerlei situaties in ons leven proberen van hen te leren.


Ten tweede moeten we ernaar streven om schoonheidservaringen te ondergaan, benadrukt Murdoch. Wanneer wij in de natuur of in kunst schoonheid ervaren, worden we boven onszelf uitgetild. Dat loskomen van jezelf is van wezenlijk belang in de moraal.

Hoewel onze morele verantwoordelijkheid primair ligt op de vorming van ons karakter, moeten we tegelijkertijd beseffen dat we dat vormingsproces niet helemaal zelf in de hand hebben. Soms is een invloed van buitenaf nodig om ons op het juiste pad te brengen. Dat kunnen prachtige momenten zijn, zoals het krijgen van een kind of het ondergaan van een religieuze ervaring.

De tragische waarheid waarmee Camus ons in De Val echter confronteert, is dat we soms pas opmerkzaam worden en ons ‘morele zicht’ ontvangen als het, in zekere zin, al te laat is.

De laatste aflevering van Wat is dan goed? niet gezien? Kijk 'm hier na!