Ik voel me niet één met andere christenen. Is dat erg?

De kerk krimpt en gelovigen moeten elkaar noodgedwongen steeds meer opzoeken. Nu is de eenheid van gelovigen een prachtig ideaal, maar hoe realistisch is het? Voor Alain hoeft het eigenlijk niet...

Ik voel me niet één met andere christenen. Is dat erg?

Jezus bad hartstochtelijk dat zijn volgelingen eensgezind zouden zijn. Christenen die de geloofsbelijdenis nog kennen, zingen Ik geloof ene heilige algemene christelijke kerk, of een variant daarop. Ik doe daar vroom aan mee, maar in de praktijk merk ik bij mezelf dat ik er geen snars van meen. En jullie volgens mij ook niet.

Nader tot elkaar

Het is weer festivaltijd, dus ook christenen verlaten hun bubbel en zoeken elkaar op. Ik zag charismatische christenen als boeren met kiespijn grimlachen terwijl Trijntje Oosterhuis Is dit alles? zong op een interkerkelijke Pinksterviering. Toegegeven, het is ook een lullige tekstkeuze als je net gedenkt dat de Geest werd uitgestort.

Maar goed. Later kwam er een vlotte spreker van De Vierde Musketier naar wie de aanwezige PKN’ers dan weer erg wantrouwig keken. Na een lezing op een oecumenische conferentie kreeg ik teleurgestelde reacties van evangelische zusters uit een migrantenkerk, dat ik te veel Oud Testament had gebruikt. Gereformeerde toehoorders vonden mijn verhaal juist prachtig.

Je komt maar lastig nader tot elkaar.

Heel veel bloedgroepen

Bij de Raad van Kerken zag ik een koptische gelovige hartstochtelijk over een Middeleeuws gebedenboek vertellen aan iemand die duidelijk meer met Max Lucado had. Bezoek ik de Roomsen, dan begint een deel steevast te klagen over een conservatieve kardinaal. Ben ik bij vrijzinnigen, dan spreken ze hun blijdschap uit dat ik geen behoudende broeder ben. Ben ik bij behoudende gemeenschappen, dan danken ze de Heer dat ik geen remonstrant ben. In alle gevallen knik ik begrijpend. Er stromen nu eenmaal heel veel bloedgroepen door de aderen van Christus’ lichaam.

De grap is: ik heb nu eigenlijk alleen nog maar oppervlakkigheden besproken. Je komt elkaar één keer tegen en ontdekt dat het helemaal niet zo eenvoudig is om eensgezind en duurzaam met je broers en zussen je geloof te vieren. Maar stel je nu eens voor dat je écht met elkaar door een kerkdeur zou moeten.

De kerk krimpt, dus kleine lokale gemeenschappen worden gedwongen elkaar meer op te zoeken. Dan moet je gaan bepalen wie er preekt en hoe. Wat je zingt en hoeveel en hoe lang en op welke wijs en wijze. Welke rituelen je op welke manier en volgens welke theologie invoert. En ga zo maar door.

Christenplicht

Mijn leven lang heb ik geleerd en braaf beleden dat de kerk één is, maar hoe meer gezichten van die kerk ik zie, hoe minder ik die eenheid zelf ervaar. Heel misschien drink ik zelfs liever een biertje met de gemiddelde niet-christen dan met de gemiddelde christen. De laatste tijd vraag ik mij af wat ik met dat sentiment moet.

Is het mijn christenplicht om toch naar die eenheid toe te werken? Ik sprak twee oude, wijze theologen – de een zei met tranen in zijn ogen van wel, de ander zei dat het vooral tijdverlies was. Zelf weet ik het oprecht niet.

Onverschillig langs elkaar heen leven is niet chic en leidt bovendien tot bubbelvorming. De tijd dat we onze Nederlandse specialiteit -kerkscheuringen- botvierden, lijkt me ook voorbij. Dat moeten we maar niet meer doen. Streven naar gekunstelde eenheid, gewapende vrede of triomfantelijke uniformiteit, daar maak je meer mee kapot dan dat je ermee bereikt.

Eerlijk met elkaar in de clinch

Dus wat dan? Mijn gevoel zegt: doe lekker je ding. Jij in jouw klein hoekje, jouw kamertje in het huis van de Vader, ik in ‘t mijn. Elkaar af en toe high-fiven in het voorbijgaan.

Als het even kán, kennisnemen van elkaars boeken en muziek en mores en mensen en vieringen. Als het even moet - en volgens mij moet dat toch ook echt: eerlijk met elkaar in de clinch gaan. Bijvoorbeeld rond hoogtijdagen, wanneer er een gezamenlijk festival moet worden georganiseerd. Doe dan niet kunstmatig vredelievend, maar vecht eens met elkaar. Vechten lijkt op dansen en op beminnen.

Spreek je ongenoegens, je vooroordelen, je frustraties, je onbegrip, je teleurstelling in die andere gelovigen eens uit en zeg dan wat Jakob al zei: 'En toch laat ik je niet gaan totdat ik de zegen in onze ontmoeting heb gevonden.'

Daarna ga je gezegend en een beetje wankel weer terug naar je eigen honk. Jezus zal het vast begrijpen.