Lazarus staat op | Een toolkit om te overleven

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Een toolkit om te overleven

PopUpGedachte donderdag 6 juli 2019 – Identiteit, eenheid en geloof

Op een dag weigerde ze nog zichzelf te benoemen met een nummer. Terwijl de guerillastrijders in de nacht buiten hun gevangenis riepen dat ze moesten aftellen en de gijzelaars één voor één hun nummer riepen, zei zij tot schrik van gevangenen en woede van de bewakers haar naam: Ingrid Betancourt. Dat was het begin van haar weg omhoog.

Een TedX verhaal. Ik zag het eergisteren toen ik nergens de energie kon vinden om aan het werk te gaan en dus maar op een link klikte die Facebooks algoritmes mijn kant op hadden gestuurd. Een moedige, emotionele Colombiaanse politica, die zich had voorgenomen om de corruptie in de politiek ongenadig aan het licht te brengen, werd ontvoerd. Zij kende geen angst, tot dat moment. Toen had de angst haar te pakken en liet haar niet meer los. Gore, slopende, gekmakende angst midden in het diepste diep van de Colombiaanse jungle.

De FARC had methodes ontwikkeld om de gijzelaars mentaal te slopen, dan zouden ze tenminste niet ontsnappen of gevaarlijk worden. Vernedering was een heel belangrijk wapen en het ontnemen van identiteit. Van angst kwam moordlust en nam bezit van haar, moordlust tegen een bewaker die haar tot op het bot vernederde. Ze vertelt erover met gezwollen keel en tranen in haar ogen.

Als ze op een dag besluit dat ze niet als zij wil worden, geen moordenaar, beseft ze dat ze haar identiteit terug moet veroveren. En haar medegijzelaars zijn bang voor represailles, maar zij wil niet anders. Weet wie je bent en hou dat vast. Dat is haar eerste les voor iedereen die angst kent en dat zijn er velen. Sterker nog: er is niemand die niet weleens aan de angst heeft geroken en er zijn er velen die er regelmatig in kopje onder gaan. Vind je naam weer terug, pak je principes, zorg dat je beseft dat je bestaat. Dat is één.

Ten tweede, zegt ze: maak verbinding met anderen. De FARC-strijders verspreiden geruchten onder gevangenen, valse informatie, zetten ze tegen elkaar op. Wat zou het zijn? Dat ze de één stiekem wat extra eten hebben gegeven? Dat een ander iemand heeft zwartgemaakt bij de guerilla’s? Reken maar dat wanhopige mensen elkaar dan te lijf gaan. En Ingrid zoekt verbinding. Een heel werk.

En ze heeft er nog één. Die ze meegeeft aan een man die wil ontsnappen en zich daar met haar maanden op voorbereid. Hij leert notabene zwemmen, stiekem. Als het moment dichterbij komt, zegt hij angstig tegen Ingrid: ik vrees dat ik straks rondjes loop in de jungle en geen weg naar buiten kan vinden. Waarop zij zegt: als je daar bent, op dat moment, pak je telefoon en bel met de grote man boven.

Het lijkt me sterk dat er een grote man boven is en telefoons krijg je niet mee op je vlucht, maar hij snapte het precies. Ingrid, zei hij, je weet dat ik niet geloof. Waarop zij zei: Dat geeft niet, dat vindt hij niet erg, hij helpt je desondanks.

Uit de zaal klinkt applaus. Deze kwam binnen. Dit gevoel, deze onvoorwaardelijkheid. Dit stukje wijsheid in een zo donkere tunnel als die van een gegijzelde in de jungle van Zuid Amerika.

‘Dat maakt hem niet uit, Hij helpt je desondanks’. Het was de eerste reddingsboei die werd toegeslingerd. Jezelf je identiteit teruggeven is een tour de force die gemaakt kan worden met een hele hoop wilskracht, verbinding maken met anderen is moeilijk, maar gelóven? Met dat je besluit dat er iets daarbuiten en daarboven is dat jou ziet, dan ben je een vrijer mens geworden. Ter plekke. En dat slaat geen kampcommandant er nog uit.

Ik moet eraan denken omdat dit vanochtend het gedicht is wat in heel veel kerken in de wereld gezongen dan wel gelezen zal worden vandaag. Kerken vol mensen die ook weten wat angst is, net zoals hun buren, collega’s, landgenoten. We weten het allemaal. En zij zingen dan dit:

Behoed mij, o God, tot U neem ik mijn toevlucht;
Gij zijt mijn Heer ik erken het.
De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, 
Hij heeft mijn lot voor in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, 
Hij spreekt ook des nachts tot mijn hart.
Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer 
ik val niet, want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest 
daarom kan ik rustig gaan slapen.
Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over 
Gij levert mij niet uit aan het graf

Gij zult mij de weg van het leven wijzen 
om heel mij vreugde te vinden bij U, 
bestendig geluk aan uw zijde.

Ook als je het niet gelooft, is het een krachtig houvast in momenten van het donker. Volgens Ingrid Betancourt is geloof niet rationeel of emotioneel, het is een oefening van de wil. Haar collega-gijzelaar ontsnapt en als hij op de radio erover vertelt, wetend dat Ingrid en de andere gijzelaars in de jungle radio luisteren, verwijst hij voor haar naar de Man Daarboven. Hij had het telefoontje hard nodig gehad. En was bevrijd. Maar dat was hij al toen hij besloot om te vertrekken, dat was hij ook toen hij in z’n eentje z’n grootste angsten te lijf ging, en als bonus werd dat compleet toen een reddingsteam hem vond. Maar de vrijheid begon al eerder.

Principes en Identiteit, verbinden aan de ander en geloof. Domweg geloof.

Tot morgen.

(Kijk hier de hele video bij TedX)

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.