Mediteren | God zoekt heel de mensheid en heel de mens

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Mediteren | God zoekt heel de mensheid en heel de mens

PopUpGedachte maandag 3 juni 2019 – Heel de mensheid en heel de mens

Maandagochtend, een lichtbewolkte lucht, goudbeschenen door een opkomende zon. Het begin van een nieuwe week. Vogels, het geruis van een snelweg op de achtergrond en een oude tekst over God. Meer niet. Met ruimte voor de vraag wat zo’n tekst aan het begin van een nieuwe week mogelijk te zeggen kan hebben.

God is niet links, zei een rechts-stemmende vriend van mij. En dat klopt. Hij brengt geen stem uit en leidt geen politieke partij. Ik ben zelf ook niet links, al snap ik heus dat men mij die sticker geeft. God is ook niet rechts trouwens, al zal rechts dat mogelijk minder snel claimen. En dat begrijp ik dan ook wel weer. Rechts praat namelijk ietsje gemakkelijker over eigen verantwoordelijkheid gemiddeld genomen. En dat is een diep Bijbels, christelijk principe: eigen verantwoordelijkheid. De overheid moet jou niet dragen, ze moet ruimte bieden. De overheid is dus bescheidener in zijn mogelijkheden dan in een meer links klimaat. En de termen links en rechts schuiven een beetje, ze krijgen verschillende betekenissen en dat is misschien überhaupt al een reden dat God links noch rechts is. En ook niet Verdonkiaans recht-door-zee.

God is. Van alle tijden, alle plaatsen, dwars door alle politieke stromingen en tijdelijke overtuigingen. En als hij daar dan is, dan vraagt hij volgens onze tekst vandaag – en in herhaling – of je ook hebt opgelet op zijn beschermelingen. En nee, dat zijn niet de mensen die in hem geloven, per se. De beschermelingen zijn degenen naar wiens welzijn het hart van die gelovige moet uitgaan om gelovige te mogen heten.

Voor wezen een vader, voor weduwen steun 
is God in zijn heilige woning.
Verwaarloosden geeft Hij een eigen huis,
gevangenen vrijheid en voorspoed.

Wezen en weduwen. Dat is een herhaalde tweeslag. Kinderen wiens ouders zijn overleden, ontberen de noodzakelijke zorg. Tenzij er een verzorgingsstaat is ingericht, dan zijn we een heel eind verder. Of er familie voor ze zorgt. Dat helpt ook. Of een kerk. Maar er móet gezorgd worden. Dat gold ook voor weduwen. Beide groepen, wezen en weduwen, waren in die tijd economisch en sociaal kwetsbaar. En de Eeuwige zegt dat hij hen support.
En dat niet alleen, ook verwaarloosden en gevangen. Waarom zijn ze verwaarloosd? Die mensen die een eigen huis krijgen, volgens deze dichter? Stonken ze, hadden ze zichzelf in de nesten gewerkt, keken ze scheel, hadden ze een bochel of waren ze migrant? En de gevangenen dan? Gaat dat om alle gevangenen? Of alleen degenen die onschuldig gevangen zaten? Dat staat er niet. Het zóu kunnen gaan om alle gevangenen. De dieven, de moordenaars, de witwassers die gepakt zijn. En waar de samenleving van vond dat ze niet zomaar weer terug konden in het gewone leven. Die gesepareerd werden van de gewone wereld. Net als de wees dat op een bepaalde manier is, en de weduwe toen, de verwaarloosde eveneens.

De Eeuwige ziet geen prestaties, lijkt het. Het hart gaat automatisch kloppen voor degenen die buiten de samenleving terecht is gekomen. Eigen schuld lijkt geen interessante categorie. Er is geen schuldvraag, zelfs niet in het geval van de gevangene. Er is slechts een constatering. En wel deze: als iemand geen thuis meer vindt onder de mensen, is er een Eeuwige die zich speciaal over hen ontfermt. En wat de gevangene betreft: het is niet de crimineel die automatisch omarmd wordt: het is de crimineel aan wie recht is gedaan door hem of haar uit te sluiten. Het recht op het gevangen zetten van mensen wordt niet bestreden, soms is dat nodig. Of misschien beter gezegd: we hebben niets beters. Dat er mensen in een cel moeten zitten, is misschien voor de Eeuwige überhaupt wel een teken van de beperkte mogelijkheden van de mens. Er is zoveel misgegaan voor iemand daar zit én het is zo terecht dát diegene daar zit. Omdat het alternatief van niet-oordelen of niet-opsluiten onmogelijk en onwenselijk is.

Maar in die staat van gescheiden zijn van de economie, van de gewone menselijke interactie, is er een Eeuwige die zich om hen bekommert. Of beter gezegd: de mensen die wel meedraaien in de gewone economie worden liederen en gebeden gegeven die voortdurend getuigen van Gods zorg voor degenen die bewust of onbewust buiten hun gezichtsveld vallen.

Volgens mij levert dat twee dingen op voor deze dag of deze week. Eén is concreet en fysiek: een scherp oog voor hen die in jouw of mijn leven buiten het gewone systeem der dingen zijn gevallen. Schuld of geen schuld is niet relevant, daarover gaat de rechter. Maar als iemand erbuiten valt, is er het hart van de Eeuwige dat roept om harten van mensen die zich door hen laten raken.

En als tweede een wat mystiekere variant: wat is er in mij en in jou dat niet mee mag draaien? Dat het daglicht niet kan verdragen, dat zich schuldig voelt of ziek of eenzaam? Dat door mijzelf of door anderen wordt buitengesloten of opgesloten, terecht of onterecht? Naar dat deel van jou gaat het hart van de Eeuwige uit, het zoekt vader te zijn voor dat wat er niet mag zijn, voor dat wat eenzaam is. Blijkbaar is de Eeuwige altijd op zoek naar het geheel der mensheid – daarom hangt hij rond in gevangenissen, weeshuizen en de bad-bed-en-brood-opvang der verwaarloosden. Maar dat niet alleen. Mogelijk zoekt hij ook dat wat in mijzelf is opgesloten, is verweesd en verwaarloosd. Hij is op zoek naar de hele mens in mij en jou. Nu wij nog.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.