Boven de poort van de hel staat ‘voor eeuwig te laat’, leerde Gertine als kind

Gertine groeit op met het idee dat God een strenge God is en dat je er veel voor moet doen om 'behouden' te blijven, maar dan heeft ze als tiener een bijzondere ervaring…

Boven de poort van de hel staat ‘voor eeuwig te laat’, leerde Gertine als kind

Ik was opgegroeid met het idee dat God een strenge God is en dat het alleen goed kan komen tussen God en mens na een indringende emotionele bekering, gepaard met zondebesef en nog een paar andere voorwaarden. Als kind kon je alleen maar hopen en bidden dat het goed kwam met je. In groep 5 vertelde ik ooit opgewekt dat de preek van gisteren was gegaan over de poort van de hel en dat daarboven staat: ‘voor eeuwig te laat’ – pas veel later begreep ik waarom de juf zo vreemd naar me had gekeken. Maar ik geloofde dat wel: dat als je niet oppaste er een kans bestond dat je als mens door die poort heen moest gaan. De enige manier om dat te voorkomen was door iets groots en ingrijpends. Iets waar ik over hoorde en waar ik elke avond trouw om bad, maar waar ik niet echt grip op kreeg. Als puber keek ik jaloers naar vriendinnen die wél geloofden dat ze een kind van God waren. Ik wilde heel graag datzelfde geloven, maar zie het diepgewortelde beeld van een strenge, boze God maar eens om te zetten in iets anders.

En toen kwam dus die donderdagmorgen. En werd ik wakker met de overtuiging dat God liefdevol zonder voorwaarde is. Het was niet die speciale ervaring waarover ik zoveel gehoord had – en tegelijkertijd wist ik zeker dat dit ook genoeg was.

Die kalme zekerheid van Gods liefde ging vanaf dat moment met me mee, ook toen ik die dag gewoon naar school ging. En ook toen de ouderlingen van de kerk tijdens het huisbezoek twijfelden aan die ervaring en vonden dat het nog maar eens moest ‘overzomeren en overwinteren’. Zelfs toen mijn geloof ten prooi viel aan existentiële twijfel in mijn studententijd, wist ik altijd één ding zeker: áls God bestaat, dan is hij liefde. Ik heb me nooit meer een seconde druk gemaakt om eeuwige verdoemenis en de poorten van de hel.

Relatie

De herinnering aan die donderdagmorgen kwam bij me op toen ik het boek De goddelijke dans van de franciscaan Richard Rohr las.

Als je de drie-eenheid van God serieus neemt, zegt Rohr, dan moet je de werkelijkheid niet zien als een piramide waarin een autoritaire God aan de top staat als heerser, en waarin de rest van de schepping zich beneden hem bevindt. God is niet ver weg, onafhankelijk en onaanraakbaar. God is niet één (eenzaam, statisch) of twee (oppositie, tegenstelling), maar drie. God is relatie-in-zichzelf. God is liefde, een dansende, dynamische liefde – en God nodigt ons mensen uit om mee te doen. De werkelijkheid is geen piramide, maar een cirkel. Open en uitnodigend.

Gods liefde is groot genoeg voor alle mensen. Iedereen kan meedoen. Genade en vergeving is er in overvloed. God is niet boos op mensen. Hoe kan de volmaakte liefde boos zijn?

Ondanks die overvloedige liefde hebben mensen altijd de neiging gehad om God kleiner te maken, zegt Rohr. Ze stopten God in een hokje, maakten vergeving tot iets voorwaardelijks, wilden zijn liefde inperken in regels en wetten. Geloof is zeker-zijn geworden, in plaats van het durven rusten in het mysterie van God. Laat dat mysterie jou omvatten, in plaats dat jij het mysterie wilt omvatten. Ga mee in de beweging van God, in die intieme relatie, die onzekere reis.

Cadeautje

Over God als triniteit valt nog oneindig veel meer te zeggen. Maar even viel alles op z’n plek. Mijn ervaring dat God niet dáár, maar hier is. Dat God allereerst liefde is, en dat ik daar als mens niet iets voor hoef te bereiken. Het was een vertrouwen dat me als een geschenk zomaar toeviel, en waardoor angst vanaf dat moment geen deel meer uitmaakte van mijn geloof.

Het zal me altijd blijven intrigeren: hoe mensen God zien, hoe ze over Hem of Haar spreken, in welke God ze eigenlijk geloven, welke emoties daarbij betrokken zijn, en op welke manier je opvoeding dat godsbeeld mede vormt, of juist niet. Als er één ding is wat ik nu zeker weet, is het wel dit: dat God naar mensen toekomt en hen uitnodigt mee te gaan op een ontdekkingstocht zonder einde.