'Ik wil een eenvoudig leven leiden, maar het komt me niet aanwaaien'

Elsa streeft naar een leven van eenvoud en gaat daarmee tegen de stroom van haar omgeving in. Ze komt erachter dat het niet vanzelf gaat.

'Ik wil een eenvoudig leven leiden, maar het komt me niet aanwaaien'

‘Ik geniet van de rommelige eenvoud van ons leven’, schreef ik toen mijn man en ik ons huwelijksjubileum vierden. Deze woorden die ik spontaan koos, zijn bij me blijven hangen, ze bevragen me. Toen ik ze schreef, doelde ik op het feit dat ons leven zich kenmerkt door financiële onzekerheid en sprongen in het diepe. Door idealistische rusteloosheid en ingrijpende keuzes op het gebied van samenleven en wonen. En dat er onder die rommeligheid een vaste grond van eenvoud ligt. 

Tegendraads

Als je met je laatste drie euro een brood en een blik bonen koopt, en daar een heerlijk maaltje voor je gezin van maakt, dan geeft dat een licht gevoel van triomf. Hoeveel heb je nu eigenlijk nodig?Het is deze vraag die ons steeds weer bij de eenvoud van het leven terugbracht. Die ons tevredenheid en dankbaarheid bijbracht, en een diep gevoel van voldoening gaf na het binnen-budget-boodschappen doen. Omdat het antwoord op die vraag altijd was: dit kleine beetje is alles wat we nodig hebben. Iedereen die ons voorhield dat dat helemaal niet kon, omdat we van alles niet hebben, die kon het heen en weer krijgen. 

Ik waardeerde deze triomfantelijke tegendraadsheid zo, dat ik bijna een angst ontwikkelde om ruim rond te komen van een inkomen. Want andersom geldt hetzelfde; overvloed kan zomaar de neiging hebben je leven ingewikkelder te maken, niet eenvoudiger.

Maar het was niet alleen een gevoel van triomf dat bij die laatste drie euro kwam kijken. Het was ook schuldgevoel en schaamte. Verwijten door het stemmetje vanbinnen en uit onze omgeving, dat we ons volwassen leven niet op orde hadden, geen verantwoordelijkheid konden nemen. 

Triomfantelijk zijn op zo’n moment kan eigenlijk alleen als je wéét dat je een sociaal vangnet hebt voor als er geen drie euro meer is. Er zijn veel mensen die dit vangnet niet hebben. Dan is schaarste niet een kans die je bij de eenvoud van het leven terugbrengt, maar een hoofdpijndossier en een bron van ellende. 

Organiseren

De belangrijkste gedachte die bij me bovenkwam, na het combineren van de woorden ‘rommelig’ en ‘eenvoudig’, was dat duurzame eenvoud niet uit rommeligheid en nood ontstaat, maar dat je eenvoud moet organiseren. 

Een voorbeeld: een van de betere keuzes die we hebben gemaakt is om zoveel mogelijk van ons voedsel te kopen bij onze lokale tuinderij. Maar die tuinderij komt met beperkingen; het boerderijwinkeltje is twee keer per week een middag open. Het seizoensgebonden aanbod is beperkt, dus vergen maaltijden denkwerk. 

We hebben gemerkt dat als we het niet organiseren, het gemak van de supermarkt het altijd wint. Gemak is een vermomde leugenaar, die ons zegt dat wat we nodig hebben moeiteloos te bereiken is. Gemak creëert tijd zonder dat je er ook maar iets voor hoeft te doen. (Lees hier een must read over dit onderwerp). En het feit dat je er niets voor hoeft te doen, zorgt er al gauw voor dat je die gewonnen tijd niet waardeert en het opvult met waardeloze bezigheden. 

'Wil ik een eenvoudig leven leiden, dan moet ik aan de bak.'

Aan de andere kant neemt het gemak van een 24-uurs economie en de vele on demand services ook veel tijd van je af, want álles kan áltijd en óveral. Elk moment zit zo propvol mogelijkheden, te benutten met de minste druk op de knop; dat creëert een continue rusteloosheid. Misschien dat daarom de eenvoud van het beperkte leven op een camping zo aantrekkelijk is voor veel mensen.

Wil ik een eenvoudig leven leiden, dan moet ik dus aan de bak. Het komt niet aanwaaien, ik moet het regelen. Dat kan met veel plezier. Ik lees dat in het scheppingslied uit de Bijbel: zes dagen wordt de tijd genomen om een rijke rust te organiseren. Elke stap daarnaartoe wordt intens gewaardeerd en speelt een onvervangbare rol in het toewerken naar de climax; het moment van sabbat. Van rust, loslaten, terugtrekken, het geschapene z’n gang laten gaan. 

Als je er zo naar kijkt, dan getuigt niet alleen het scheppingsverhaal van dit principe, maar staan bijvoorbeeld alle wetten in het licht van het organiseren van rust en eenvoud. Van een diepe tevredenheid. En let wel: organiseren betekent niet afdwingen. Het scheppen van de voorwaarden betekent niet recht hebben op de opbrengst. We ontvangen het als geschenk. 

Tevredenheid

Er is een tijd geweest dat ik financiële schaarste nodig had om die bron van die diepe tevredenheid aan te boren. En die bron lijkt diep, diep weggestopt te zijn in onze welvarende, ondankbare cultuur. Maar er zijn tegenstromen waar je je aan kunt laven en op mee kunt drijven - of je nu ruim rondkomt of niet. Denk aan kloosterordes, leefgemeenschappen of mensen die in een Tiny House wonen. 

Het kan ook kleiner: denk aan het bakken van een brood. Een tuin aanleggen en genieten van de opbrengst. Samen een heerlijke maaltijd eten aan een lange tafel. Allemaal voorbeelden van georganiseerde eenvoud. Kleine keuzes, het liefst ingebed in een zich herhalend ritme, in het licht van een groter verhaal. 

Als we georganiseerde eenvoud het kenmerk van onze leefstijl maken, heeft dat niet alleen impact op ons eigen welzijn, maar op dat van de hele planeet - planten, dieren, mensen, alles. Het is een vorm van ruimte scheppen (zie ook mijn vorige blog) en het zou zomaar datgene kunnen zijn waaraan we als christenen worden herkend.