Kanker & zwanger – ‘Er is een witte raaf op mijn voet geland’

Het gaat goed met Marleen. Ze is net getrouwd en gaat als dominee naar een nieuwe gemeente. Maar dan overlijdt haar vader aan kanker en wordt er bij haar een kwaadaardige tumor in haar voet ontdekt. En dan blijkt ze ook zwanger… 

Kanker & zwanger – ‘Er is een witte raaf op mijn voet geland’

Het is 2017. Ik voel me kalm en vrolijk. Het duurde even, maar ik heb mijn lief gevonden en ik merk dat ik moeder wil worden. Misschien, zo geloof ik ondertussen, is een kind krijgen wel een van de grootste dingen die je in dit leven mag doen. Een nieuwe generatie hoop en vertrouwen geven. Een kind laten zien dat het leven ook écht goed en aantrekkelijk is, ondanks alles wat er pijn doet.
Is dat niet waar God garant voor staat? Voor goedheid, vertrouwen en schoonheid. Tel daarbij op dat de Heer niet loslaat wat Zijn hand ooit eens begon. Misschien is het krijgen van een kind wel bij uitstek een daad van geloof. 

Grijs, verwarrend en droevig

De zomer van 2017 is grijs, verwarrend en droevig. Want mijn vader is gestorven aan de kanker die terugkwam. Hij keek zijn eigen sterven moedig in de ogen en toch kwam zijn dood onverwacht. De dood heeft een abonnement op slechte timing. Ik merk dat er iets knaagt aan mijn net ontdekte vertrouwen. Maar ik duw de stemmen weg.

Op een donderdagochtend ontdek ik dat ik zwanger ben. Ik weet niet zeker of ik blij ben. Mijn hart is droevig. Mijn hoofd is vol. Ik rouw om mijn vader en tegelijk wacht er een nieuwe baan. Een nieuwe stad en een nieuw huis. Ik kijk af en toe naar mijn geliefde, die het fantastisch vindt en parkeer mijn aarzeling.

Het is in diezelfde week dat ik een berichtje hoor op de voicemail van mijn telefoon. Iemand van de poli van het OLVG-ziekenhuis. Best wel gek. Ik heb net een onschuldige, veel te grote blauwe bobbel van mijn voet laten snijden. Gelukkig heb ik ondertussen de vaardigheid van het negeren goed onder de knie. Tot de chirurg mij terugbelt met slecht nieuws. De stem die ‘kwaadaardig’ zegt, valt niet te negeren. Een witte raaf, deze zeer zeldzame tumor. Dat bloemkooltje dat ze uit mijn voet hebben gevist, is een leiomyosarcoom. Kanker in de weke delen.

'Kanker bindt ons, het is een gedeeld noodlot.'

Kanker echoot de dood

Ik ben zwanger en ik heb kanker. Kanker. Net als mijn vader die we net hebben begraven. Net als, net als … Talloze verhalen en geliefden met hun kankerervaringen passeren in mijn gedachten.

Kanker echoot de dood. De meesten van ons sterven er misschien niet meer aan, maar genoeg van ons wel. De angst om aan kanker te sterven, is een collectieve en tamelijk reële angst. Een op de drie vrouwen krijgt kanker, lees ik in Linda magazine. Duizenden mensen zwaaien naar Maarten van der Weijden en geven geld voor kankeronderzoek. Kanker bindt ons, het is een gedeeld noodlot.

En ineens hoor ik ook bij al die kankerpatiënten.  

Lopen, dat lukt voorlopig niet

De operatie wordt gepland na een warm en emotioneel afscheid van mijn gemeente. Iedereen weet van mijn kanker. Bijna niemand van mijn zwangerschap. Mijn grote teen gaat er die week af.  Van al je tenen is dat nét degene die je niet kan missen. Maar veel functieverlies zal ik er niet van krijgen, profeteren mijn dokters.

Op de websites van de orthopedisch schoenmaker staan alleen foto’s van vrouwen van 65 en ouder. Het zijn oma’s die hun tenen moeten laten amputeren. Ik hoor daar niet bij. Maar de flitsende foto’s van sportende zwangere vrouwen zijn ook niet meer voor mij. Want lopen, dat kan ik voorlopig niet. Ik zet een streep door alle plaatjes die ik heb bij zwanger zijn.  

Van gezond naar patiënt

Ik ga het ziekenhuis bij mij om de hoek, ik wil niet naar het kankerziekenhuis. Ik wil niet alleen maar kankerpatiënt zijn, want ik ben óók zwanger. Of er uitzaaiingen zijn, kan pas worden vastgesteld als ik 12 weken zwanger ben. De tijd tikt.

Ik lig stilletjes te huilen voordat ik word geopereerd. De ruimte voor de operatie is een voorgeborchte met mensen in blauwe pakken en blauwe mutsen. Het is maar een teen, zal ik mezelf nog eindeloos voorhouden. Maar mijn tranen delen me mee, dat ik hier een grens passeer. Van gezond naar patiënt. Van altijd op hakken naar altijd aangepaste schoenen. Van nooit bij de dokter naar de komende 10 jaar op kankercontrole.

Ik word een moeder met kanker.

De dokter die me gaat opereren pakt mijn hand als ik zeg dat ik droevig ben. Hij troost me. Elke dag dat ik in het ziekenhuis lig, komt hij langs en hij belt in het weekend om naar me te vragen. God laat zich in dit ziekenhuis vinden in de kleine gebaren. De verpleegkundige die met me meehuilt. Het vertrouwen dat ik voel in de dokter. Vriendinnen die niet zo druk zijn met alle stemmen wegduwen en huilend aan mijn bed zitten. Vrienden die een levensgrote (T)eenhoornballon aan mijn bed hangen.  

Ik ga dit overleven

Goddank heb ik nog altijd mijn wilskracht. Want ik heb echt geen idee waar ik nog vertrouwen kan vinden. Het cliché over kanker is waar – een tumor eet aan je vertrouwen in je lijf en aan het vertrouwen in jezelf. Maar mijn overlevingsmodus werkt fantastisch. Ik kan er zelfs mijn theologie voor gebruiken. Preek ik niet altijd over hoe het leven en de liefde sterker zijn dan de dood? So practice what you preach.

Ik besluit dat de kanker vervelend is, maar overkomelijk. Ik reken erop dat er geen uitzaaiingen zijn. Ik ga dit overleven, want ik krijg een baby. Dat kan prima met negen tenen. 

Foto: Maria Oswalt op Unsplash