Lazarus staat op | Het wordt je niet nagedragen

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Het wordt je niet nagedragen

PopUpGedachte maandag 8 juli 2019 – het wordt hem niet nagedragen

Pedagogisch verantwoord zijn ze niet allemaal, die Bijbelverhalen. Er wordt gemoord, verkracht, gelogen, gelasterd. Niet dat het wordt goedgekeurd, zeker niet, maar het is ook steeds onderdeel van de verhalen. Al dat kwaad door mensen gedaan, laat het verhaal verder rollen. Dat je je soms afvraagt hoe het in vredesnaam allemaal gelukt was om de verhaallijn te vervolgen als niet heel goede mensen stupide, achterlijke of kwaadaardige dingen hadden gedaan. J

Jezus zelf voorspelde dat hij gedood ging worden, het werd in de teksten notabene aangekondigd, iemand moest het doen zou je bijna zeggen. Het is een vreemd boek, die Bijbel.

Je kunt het ook realistisch noemen, ultra-realistisch. Neem het verhaal van Jakob, een van de grote aartsvaders van het volk Israël, een van de grote voorvaders van de mensheid, zogezegd. In hem komen we trekken van onszelf tegen die we nou niet per se met vreugde onder ogen komen. Maar die er wel zijn.

Jakob is de lieveling, de zoon van zijn moeder, de zachte. Esau is de archetypische geweldenaar, met haar op de tanden. Jagend en bradend, vloekend en vierend. Wordt die viriliteit afgekeurd? Zeker niet. De beste man wordt weliswaar niet de vader van de belofte, de man van de toekomst, maar met zijn branie wordt hij wel slachtoffer. Van zijn slimme broertje en zijn moeder. Hoe gaat dat?

In het verhaal heeft de moeder een belofte gehoord over haar oogappel. En dat lijkt zich nog niet 1, 2, 3 te voltrekken. De grote aartsvader Isaak lijkt alleen maar oog te hebben voor zijn ruige oudste zoon en wil hem alles nalaten. Door middel van een truc, bedrog en verleiding haalt Jakob die erfenis binnen en Esau is witheet. Jakob moet vluchten.

En dan vandaag lees ik dit:

“In die tijd vertrok Jakob Berseba en ging op weg naar Haran. Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. En God zegt: ‘Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat.”

Als dan de Eeuwige verschijnt, doet hij dat niet met verwijt. Alsof Jakob z’n straf al wel heeft. Een broer die hem wil doden uit wraak. Een steen in plaats van een zacht bed met een kus van z’n moeder. En de Eeuwige zegt niets hierover. Misschien didactisch juist wel heel verantwoord, dat kan ook. Misschien is het mijn behoefte aan een oordeel over dit achterbakse gedrag, dat toch geen manier van doen is voor de voorvader van het grootse Joodse volk, de voorvader van Jezus van Nazareth, de voorvader van alles wat belangrijk is voor mij.

Misschien is het wel troostend. Dat de geniepige verrader ook mijn voorvader is. Dat als ik moet vluchten om mijn stommiteiten, geen zachte plek meer heb om mijn hoofd neer te leggen, omdat ik het heb verknald, de kus van degenen die mij lief zijn moet missen, omdat ik eigengereid geweest ben en de dingen wel even zou fiksen, dat als dat gebeurt mij niet de aanwezigheid van de Eeuwige ontbreekt. Die zijn weg wel gaat met mij en mij op het oog heeft, als ik opnieuw wil luisteren.

Het is een troost dat de liefde van de Eeuwige zich niet alleen horizontaal uit in een plek om te slapen, een kus voor de nacht en een deken van aandacht, maar ook verticaal als de Jakobsladder die met me meereist. Dat in de verdomde eenzaamheid van de nacht er engelen op en neer bewegen om contact te leggen en te houden tussen de Eeuwige en de vluchteling.

De weg van God stelt geen voorwaarden, het daagt uit, het trekt, het roept, het zoekt ernaar mensen uit één stuk te ontmoeten. Maar uit één stuk zijn, is geen voorwaarde voor contact, het is de hoop dat zoiets groeit úit het contact. Jakob had daarvoor nog een lange weg te gaan, maar de investering van de Eeuwige betaalt zich uiteindelijk uit aan het eind van dit verhaal.

En ik leer dat mijn falen kneiterharde consequenties kan hebben in de wereld, maar dat het niet de hoop op een toekomst, op een er-mogen-zijn de grond in mag slaan. En ook: dat het mij gevraagd is om zo met de ander om te springen, die soms zo door zijn eigen fouten zich de nesten in heeft gewerkt dat het medeleven soms ver te zoeken is. En dan er zijn, als de Eeuwige zelf, omdat de effecten van wat iemand heeft gedaan soms erg genoeg zijn. Omdat er iemand moet zijn die met falende mensen als jij en ik toch de toekomst in wil, steeds weer.

Heb het goed vandaag. Zegen, vrede en alles goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.