Lazarus staat op | Wie je bent is niet eens zo relevant

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Wie je bent is niet eens zo relevant

PopUpGedachte Woensdag 17 juli 2019 – Wie jij bent is niet eens zo relevant

Dat is vloeken in de kerk, hè? Zeggen dat het niet zo relevant is wie jij bent. We leven in een tijd waarin wie je bent allesbepalend is. En wat je doet natuurlijk, maar dat is dan verweven. Dat iemand op een feestje vraagt: wat doe jij eigenlijk in het dagelijks leven? En dat dan iemand anders die net een leuk boekje heeft gelezen over authenticiteit, opmerkt: vraag niet wat hij doet, maar wie hij is. Veel relevanter. Waarop zowel de vragensteller als degene die de vraag kreeg, niet meer goed weten wat te zeggen en degene die tussenbeide kwam alweer verder is gewandeld. Triomfantelijk natuurlijk, want dat heeft-ie toch maar mooi gezegd.

Wie ik ben. Kind van mijn ouders, voorzien van DNA van hen beiden, gevormd door de opvoeding van hen en van de kerk waar ik vandaan kom. Beschadigd door van alles, gegroeid door van alles, vertrouwd door de een, gewantrouwd door de ander, man ben ik, hetero ben ik, tenminste dat denk ik vooralsnog. Je weet het nooit, hè. Ik ben vader. Ik ben iemand die graag schrijft. Heb soms moed, ben soms laf. Vind het prima om voor grote groepen te staan, maar vindt het moeilijk om er me zonder dat ik er een taak heb in te begeven. Vooral als ik ze niet ken. Ik ben beschouwend. Dat soort dingen.

En volgens de lezing van vandaag is dat mild irrelevant. Wat ik eigenlijk ook wel een beetje een opluchting vind. Dit staat er geschreven in een van de eerste boeken van de Bijbel, als de Eeuwige iemand zoekt om zijn geknechte volkje weg te halen uit het machtige land Egypte.

De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen, zegt de eeuwige, en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. Daarom stuur ik jou, Mozes, nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’ Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ Wie ben ik, dat ...? God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn.

De god-stem had een verhaal kunnen ophangen over het feit dat hij juist hartstikke goed is. Hij heeft een opvoeding genoten aan het hof van de farao, hij komt uit de stam Levi, het latere priestergeslacht, hij is sterk, want mept zomaar een Egyptenaar dood en moedig dus, beetje onbesuisd natuurlijk, maar dat poetst hij er wel af. De Eeuwige had zomaar een pleidooi kunnen houden voor de geschiktheid van Mozes. Maar de hele vraag: ‘Wie ben ik’  wordt als irrelevant terzijde geschoven. Ik vind dat persoonlijk verfrissend.

Het is niet relevant wie Mozes is, het is relevant dat hij de opdracht krijgt en dat de Eeuwige hem terzijde staat. Dan kan de grootste stotterende ezel de wereld veranderen. Dat is het idee. Daar staan die oude teksten überhaupt vol van. Niet van glimmend gespierde torso’s met gebleekte tanden en charismatische verschijningen, die dan met wapperende manen op witte paarden de hemel op aarde komen brengen. Het zijn vaak de zwakkelingen: de vrouw in een patriarchale samenleving, de buitenlander, de prostituee, de kleintjes, de jongsten, randfiguren met een roeping. Met die andere zelfbewuste lui is het waarschijnlijk gewoon wat moeilijker werken.

Het is niet zo dat jij en ik in woestijnen tegen brandende braamstuiken aanlopen die ons dan opdrachten geven. In mijn leven in elk geval niet. Maar opdrachten te over. Vragen die de omgeving aan mij stelt. Of ik niet eens langs moet bij die en die, ze heeft kanker gekregen en zit er zo doorheen. Haar eenzaamheid is doorgedrongen tot de Eeuwige en nu zoekt hij mensen. Ja, oké, maar wie ben ik dan? Dat is dus niet relevant. Scheelt weer een tegenwerping. Ga maar, ik ben bij je.

En die buurvrouw van mij. Ze zit een paar huizen verderop op de stoep voor het huis. Ze is vreemd. Groet altijd aardig, maar hoe spreek ik haar aan, want ze heeft het niet makkelijk in het leven en ik durf niet. Waarom ik, denk ik dan onwillekeurig terwijl ik de sleutel in het slot steek, de deur open, weer achter me sluit en me weer eens afgesloten heb voor dat wat toch overduidelijk een ietsje pietsje van mijn aandacht vraagt.

Als wie ik ben en wat ik kan, mijn beschadiging en mijn kracht, niet zo relevant is, dan kan ik ophouden met de introspectie. En ik kan de tegenwerping dat dit vast niet voor mij is, ook laten varen. Want de Eeuwige wil iets, hij hoort stemmen van mensen in nood, en zoekt mensen die willen gaan. Of ik dat soms wil zijn. Zoals hij ook mij hoort als ik zit te knarsetanden. En dat er dan anderen staan – anderen die niet zijn blijven hangen in hun ‘hier ben ik’ maar een taart hebben gekocht of een kaart hebben geschreven en er zijn. Best fijn.

Heb het goed vandaag.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.