Lydia heeft een pleegdochter en krijgt regelmatig merkwaardige reacties

Lydia en haar man hebben een pleegdochter. Het meisje ziet er anders uit dan zij en Lydia krijgt regelmatig ongevraagd reacties en commentaar...

Lydia heeft een pleegdochter en krijgt regelmatig merkwaardige reacties

Ons dochtertje ziet er anders uit dan wij. Mensen reageren daarop, zomaar, op straat. Meestal gaat men er vanuit dat ze geadopteerd is en een lang gekoesterde wens vervult, dan horen we oooohs en aaaahs in de supermarkt.

Ongemakkelijk

Soms vraagt men belangstellend waar ze vandaan komt. 'Amersfoort', zeg ik dan en dat schept even verwarring. Als mensen durven doorvragen, en duidelijk is geworden dat ze een pleegdochter is, beginnen de ongemakkelijke opmerkingen pas echt: ‘Hoe lang blijft ze?’ ‘Vind je het niet moeilijk dat ze nog contact heeft met haar familie?’ ‘Heeft ze ook een beperking?’ ‘Noemt ze jou mama?’

Mijn persoonlijke ergernis-top bestaat uit deze twee reacties:

  1. Heb je ook eigen kinderen?
  2.  Ik zou het niet kunnen!

De eerste: Heb je ook eigen kinderen? Altijd leuk om te horen als pleegkind. Want wat ben je dan? In ieder geval níét 'eigen’?

Volgens de Van Dale betekent 'eigen' 'aan de persoon of de zaak toebehorend’. Een 'eigen' kind is dus een kind dat aan jou toebehoort. Jouw bezit. Dat ziet er dan ongeveer zo uit: ons instinct vertelt ons dat we ons moeten voortplanten om te overleven. Ons ego vertelt ons dat de aarde beter af is met nog meer versies van onszelf.

Een huis vol met versies van onszelf lijkt ons een veilige optie, want we denken onszelf te kennen en gaan er van uit dat het dan ook wel zal klikken met ons nageslacht. Bovendien kunnen we ons kroost dan vanaf het begin goed in de gaten houden en dat biedt het hoogste slagingspercentage.

Vallen en opstaan

De werkelijkheid is natuurlijk heel anders. Voor zover ik het heb begrepen, groeit een ‘eigen’ kind meestal uit de genen van een moeder en een vader. In de praktijk is dit vaak ook al heel anders, maar dat terzijde. Tot zover het ‘eigen’. Want zodra de navelstreng is doorgeknipt, verandert er al veel.

De pasgeborene zorgt er met een hoge dosis schattigheid, hormonen en veel lawaai voor dat er voor hem of haar gezorgd wordt. Ouders ervaren afwisselend gevoelens van liefde, verwondering, paniek en wanhoop, maar houden dapper vol. Ouders en kind leren elkaar kennen, reageren op elkaar, bouwen een band op en worden een gezin. Zodra de kleine echter een paar woordjes kan brabbelen en een paar stapjes kan zetten, begint het grote ‘nee’ en ‘zelluf doen’. Uiteindelijk resulterend in een puber die zich hardop afvraagt of hij als baby is verwisseld, want hoe kunnen DEZE ouders hem in hemelsnaam op de wereld hebben gezet? Daarna gaat deze puber zo snel mogelijk het huis uit en begint het riedeltje van voren af aan.

Gelukkig beseffen we dat allemaal niet als we eraan beginnen. Zoals met veel dingen in het leven beginnen we vol vuur aan een nieuw avontuur, worstelen we ons er met vallen en opstaan doorheen en zijn we vele jaren later een paar illusies armer, en wat wijsheden rijker.

En zo komen we bij die andere: ‘Dat-zou-ik-nooit-kunnen.’

Vertrouwd en vergroeid

Dat is natuurlijk helemaal niet waar. Iedereen kan pleegouder worden. Je schrijft je in, doet een cursus, wordt gescreend, gematcht en voilà: je bent pleegouder. De vraag is niet of je het kunt, maar of je het wilt. En begrijp met niet verkeerd: je HOEFT geen pleegouder te worden. Maar je KUNT het best. Het zorgen voor een pleegkind is namelijk helemaal niet anders dan het zorgen voor een ‘eigen’ kind. Je wordt alleen wat eerder geconfronteerd met je illusies. Toegegeven: dat doet pijn! Maar het is het waard.

Mijn pleegdochtertje behoort mij niet toe, maar ik deel mijn ouderschap met biologische familie, een voogd, een pleegzorgbegeleider, en een legertje gedragswetenschappers. Ze liet vanaf het begin luid en duidelijk merken dat ze me nodig had en dreef me tot wanhoop. Mijn pleegdochtertje en ik waren vreemden voor elkaar, maar leerden elkaar kennen en raakten vertrouwd en vergroeid. Mijn pleegdochtertje laat me dagelijks merken dat ze een heel eigen individu is, met haar eigen verhaal en eigen wil. Ze is bij ons, hoort bij ons, maar is zo veel meer dan dat.

Het grote geschenk en het grote wonder is dat je als mens de eer hebt om een jong, nieuw leven in jouw leven te ontvangen. Uiteindelijk is zelfs het kindje in je eigen buik een volstrekt nieuw individu, dat zomaar via jou op aarde wordt gezet. Je stroopt de mouwen op en begint het nieuwe leven met vallen en opstaan op weg te helpen, om een heel ‘eigen’ leven te worden, op eigen benen en los van jou.

Opa’s , tante’s, buurvrouwen, meesters, juffen, scouting-leiders, rocksterren, dwarsfluitleraren en pleegouders: allemaal zijn ze ouders van nieuwe jonge mensen. De een wat intensiever dan de andere, maar misschien moeten we de lijntjes tussen al die belangrijke mensen niet te dik aanzetten. Dan voelt mijn pleegdochtertje met haar twee mama’s en twee papa’s zich tenminste gewoon ‘eigen’.