Troost krijgen als je niet getroost wordt

Jean-Jacques heeft dag en nacht pijn, veroorzaakt door gordelroos. Alsof zijn borst met glasscherven wordt bestookt. Troost en hulp lijken niet echt te werken…

Troost krijgen als je niet getroost wordt

Sinds een paar maanden heb ik gordelroos. Dat klinkt onschuldig, alsof het om een blozend meisje gaat dat in een jurkje door de wei huppelt. Gordelroosje. In werkelijkheid wordt mijn borst met glasscherven bestookt. In mijn oksel zit een speldenkussen. Pijnstillers werken nauwelijks. Het schijnt niet bijzonder gevaarlijk te zijn en waarschijnlijk geneest het een keer, maar hoelang dat gaat duren weet niemand.

Overal is pijn

Dit is ook moeilijk voor mijn omgeving. Zij moeten hulpeloos toezien. Ze plunderen de drogist en brengen pillen en zalfjes. Natuurlijk ben ik blij met alle aandacht en zorg maar fundamenteel blijf ik alleen met mijn pijn. Die kan niemand van mij overnemen, al was het maar voor vijf minuten. Ik denk dat dit de ervaring van veel chronisch zieken is. Alsof je in een cel vastzit waaruit geen ontsnappen mogelijk is: links is pijn, rechts is pijn, overal is pijn.

Alles in mij wil weg, weg van dat lichaam dat gevlekt is als een giraf. Ik zoek naar troost buiten mijzelf. Ik ga naar deze arts of die kliniek, probeer dit of dat. Maar mijn arm blijft als een brandend stuk hout langs mijn lijf hangen. Ik ga de pijn alleen maar scherper voelen en omdat er geen oplossing is, word ik steeds weer teleurgesteld, wat moedeloos kan maken.

Stop met zoeken van troost buiten mezelf

Troost en hulp werken in mijn geval niet echt. Ik begin beter de mystici te snappen die spreken over ‘de troost niet getroost te worden’. Dit klinkt op het eerste gehoor bizar: hoe kun je nu troost krijgen als je niet getroost wordt? Toch is dit warempel wel af en toe mijn ervaring aan het worden.

Pas als ik stop met het almaar zoeken van troost buiten mij, kom ik dichter bij mijzelf en daarmee aarzelend dichter bij mijn zere lijf. Dan kan ik de goddelijke troost ervaren. In mij opent zich, als het ware onder de pijn, een vrije ruimte. Daar is alles goed. Daar is alles God.

Wordt die stekelige gordelroos dan alsnog een huppelend gordelroosje? Dat niet. De pijn blijft hetzelfde, maar er is iets veranderd. Ik ben meer dan de pijn en het lijkt soms wel alsof ik die niet alleen draag.

Zolang ik tenminste niet weer probeer te vluchten.