Alain Verheij | Wanneer de dood persoonlijk wordt

Als theoloog heeft Alain beroepsmatig te maken met de dood. Eensklaps wordt het persoonlijk: het leven van zijn neef en dierbare vriend Ingmar is gestopt. Alain leidt de uitvaartceremonie en zoekt naar een waardige manier van rouwen en herdenken.

Alain Verheij | Wanneer de dood persoonlijk wordt

Nu ik een kleine tien jaar aan het bloggen ben, is het tijd dat jullie mijn grote neef en dierbare vriend Ingmar leren kennen. Die kennismaking zal helaas eenzijdig moeten blijven, want als je dit leest is het drie weken geleden dat ik Ingmars uitvaartceremonie moest leiden. Hij is 33 geworden. ‘De Christus-leeftijd’, grapte ik nog op z’n verjaardag. Leuker dan dit kan ik het niet maken, makkelijker ook niet – dat laten we maar aan God. Of aan een goed glas port, zou onze vader C.S. Lewis zeggen. Vooralsnog werken ze allebei maar mondjesmaat.

Een dag voor zijn dood waren we samen bruiloftsgasten in vol ornaat, en liet ik een foto van ons maken. Hij stond twee stappen achter mij, want hij was twee koppen groter. De dag erna zette zijn heengaan een misselijkmakend proces in gang. Met het jaar zal ik steeds een stap verder naar voren zetten. Veertig, misschien tachtig worden. Hij blijft daar staan, steeds verder naar de achtergrond verdwijnend. Op zijn iPhone las ik zijn Tinder-bio: ‘Turning grey’. Veel vrouwen vinden dat sexy, wist hij. In zijn Spotify-favorieten stond Forever Young. Ingmar zal voor altijd jong en grijzend zijn. Ooit ben ik oud, heb ik wit haar en weten we niet meer wat iPhone, Tinder of Spotify is.

Piëta

Als theoloog ga je beroepsmatig veelvuldig om met de dood. Dan moet je ook niet schrikken wanneer de dood het plotseling een keer persoonlijk maakt. Dat is nou eenmaal hoe hij is, de dood.

Ik sprak deze lente een vrouw die te jong weduwe was geworden. Ze zei: ‘Vroeger, toen ik gelukkiger was, hield ik van het beeld van Christus aan het kruis. Hij herinnerde me eraan dat er ook pijn en verdriet bestaat, en dat dit ook een plaats in mijn wereldbeeld moest krijgen. Nu heb ik genoeg aan mijn eigen verdriet. Ik heb meer met God die alles verzoent, dan met de lijdende Jezus.’

Op vakantie in Italië, een week na Ingmars dood, krijg ik genoeg kansen om dat bij mezelf te testen. Jezus hangt daar overal. En inderdaad: ik merk de crucifixen nauwelijks op. Heb geen externe herinneringen nodig aan het feit dat de donkere machten ons aanvechten. Liever zie ik de opgestane Christus met zijn heerlijke oosters-orthodoxe peace-teken. ‘Hey, ik weet hoe het daarbeneden is, maar ik weet ook dat er nieuw leven zal zijn.’

Toch kan ik niet voorbijlopen aan een piëta, Maria met een 33-jarig levenloos lichaam op haar schoot, middenin een museum. Ik stuur een foto naar mijn tante. Beiden zijn wij verre van Rooms, maar dit symbool is universeel en alles overstijgend. Onze lieve vrouwe, wij delen een beetje in jouw smarten, laat ons ook een beetje in jouw Godgegeven troost mogen delen. Eens moet de eerste keer zijn dat een protestants theoloog zich tot Maria wendt.

Voetstappen

Toen de leerlingen van Jezus hun rabbi en vriend aan de hemel moesten afstaan, begon er een decennia durend verwerkingsproces. Wie was hij, wie had hij kunnen zijn, wat betekent hij voor mij en wie zullen we zijn zonder zijn voetstappen naast de onze?

Petrus promoveerde van Jezus’ schaapje naar Jezus’ herdershond. Er moet er toch één op de kudde letten. Johannes schreef dat hij nu des te meer in Jezus was gaan geloven. Jezus’ broer Jakobus zei nuchter dat het hem niets kon schelen wat je geloofde over Jezus, als je maar leefde volgens de beste lessen die hij je had geleerd. Lucas wilde alles wat er gebeurd was zo goed mogelijk documenteren. Thomas de twijfelaar ging naar India, zeggen ze. Er is er altijd wel eentje die naar India gaat. Paulus had Jezus nooit in levenden lijve gezien, maar wijdde wel zijn eigen leven aan Christus en zijn nalatenschap. De vrouwen van toen schreven niets dat we nu nog kunnen lezen, maar rouwden, balsemden, en waren een drijvende en lijmende kracht in de sociale beweging rondom hem die wij allen in ons hart dragen.

Het is nog te vroeg om te zeggen hoe wij op Ingmars dood zullen reageren. Al in de eerste dagen en tijdens het afscheid was er een rijk palet aan reacties, emoties én karakteromschrijvingen van onze neef, zoon, broer, vriend, etc. De enige manier om Ingmar compleet waardig te herdenken, is door al die stemmen te (laten) horen. Dat besef hernieuwde in mij de waardering voor de geniale zet van de Bijbel om niet één biografie van Jezus op te nemen, maar vier evangelisten en een veelschrijver van een apostel. Alleen in die harmonie van verschillende partijen kan Jezus’ muziek door de eeuwen blijven resoneren.

Meer theologie kun je van mij momenteel niet verwachten. Ik heb de deadline voor dit blog voorbeeldig gehaald, en ga nu weer een maand verwerken dat er heel dichtbij mij een levenslijn veel te vroeg is gestokt.

 


Alain Verheij is theoloog en publicist. Hij is geïnteresseerd in de vraag: Kan de Bijbel vandaag de dag nog relevante lessen bieden aan een weldenkende 21e-eeuwer? Deze vraag stond ook centraal in zijn debuut ‘God en ik’ (2018) dat werd bekroond tot Theologisch Boek van het Jaar. Bekijk hier zijn essays op Lazarus.

 

Beeld: Michelangelo's Pieta