Reinier kijkt plaatjes: Allemaal vliegende blote kindjes

Deze zomer stap je vast weer een paar oude kerken in. Reinier Sonneveld geeft wat uitleg bij al die beelden die je daar ziet. Deze keer deel 5: wat kun je tegenwoordig nog met engelen? 

Reinier kijkt plaatjes: Allemaal vliegende blote kindjes

Kijk, schattig zijn ze natuurlijk wel, die cherubijntjes:

Of putto’s heten ze eigenlijk, naar een oorspronkelijk Italiaans neerbuigend woord voor jongetje.

Vrolijk rondfladderen

Zo kun je ze overal zien op religieuze schilderijen. Soms meer serieuze ‘echte’ engelen, meestal lange blanke mannen met vleugels. En in de wat latere schilderijen dartelen overal van die blote peutertjes rond, die soms ook nog opeens pijltjes schieten op geliefden.

Dat zijn dan cupidootjes, vanouds de helpers van de Griekse liefdesgod Eros. De putto’s zijn daarvan afgeleid en hebben een veel breder takenpakket. Hierboven mijmeren ze wat, maar ze kunnen ook wijsheden in oren fluisteren, mensen aan oren trekken, en vooral gewoon vrolijk rondfladderen. 

God komt overal

Ze zijn, zo luidt de meest gehoorde interpretatie, een vrolijk beeld voor Gods alomtegenwoordigheid en almacht. God is overal en zijn ‘energie’ dringt overal door. Een opgewekte verbeelding daarvan zijn die malle peutertjes die overal maar fladderen. 

Vandaar die vleugels, die al sinds de vierde eeuw – en weer afgeleid van klassieke verbeeldingen van goden – bij de meer serieuze engelen horen. Vleugels symboliseren dat je overal kunt komen en dat de fundamentele natuurwet van de zwaartekracht geen grip op je heeft. Zo werkt God: Hij kan overal komen. 

Niet zo gek

Kun je als moderne westerling hier nog wat mee? 

Och, we zien zombies in films, vampiers, spoken, robots – waarom zouden engelen, en zeker demonen, dan een probleem zijn? Nou, voor een deel juist daarom. We hebben zoveel overduidelijke fantasiewezens gezien, dat we plotseling die engelen daar ook onder kunnen scharen. En tegelijk, al die series op Netflix openen wel onze verbeeldingskracht. Want waarom eigenlijk niet, die engelen? 

Theologisch gezien vind ik het niet vergezocht dat het Zijn zelf, het Bewustzijn zelf, de Oergrond van het bestaan – want dat is God – zich laat omringen door eindeloze hoeveelheden wezens, bewustzijnen. Zijn diepe Wezen heeft als het ware een eeuwige ‘uitstraling’, die wij kennen als engelen. Neem daarbij de vele waarnemingen en ervaringen die daarop duiden. Zo bizar is het dan allemaal niet meer. 

Maar oké, die vleugeltjes, daar kunnen ze wel zonder.