Wat als er in het wellnesscentrum geen boeddha maar een crucifix hangt?

Tijdens een dagje ultiem ontspannen in een wellnesscenter vraagt Elsa Eikema zich af: "Wat als er op deze plek geen boeddha's maar crucifixen zouden hangen? Hoe reageren mensen als ze op déze plek met christelijke symbolen worden geconfronteerd in plaats van oosterse?"

Wat als er in het wellnesscentrum geen boeddha maar een crucifix hangt?

We brachten een dag door in een wellnesscenter. Nadat we de auto achterlieten op het grind van de parkeerplaats liepen we over het keurig aangelegde tuinpad richting de ingang. Toen de schuifdeuren zich openden, liepen we tegen een muur van mensen aan. Excuses mompelend schoven we langzaam met onze dikke tassen tussen de wachtenden door op zoek naar het einde van de rij. Ik draaide mijn hoofd richting de winkel vol geurende verzorgingsartikelen en keek recht in het tevreden gezicht van de Boeddha.

De gedachte die toen door me heenschoot, heeft me de hele dag niet losgelaten.

Wat als er op de plek van de Boeddha een crucifix hing?

In de kruidig geurende gang van de kleedruimtes wachtte ik op mijn man terwijl de ruimte zich vulde met de oosterse klanken van de sitar.

Wat als dit gregoriaans gezang was?

Breekbaar

Hoe zouden mensen reageren als ze op deze plek met christelijke symbolen werd geconfronteerd? Zouden bezoekers hun naakte lijven even comfortabel door de prachtig aangeklede ruimtes bewegen als dat ze nu deden? Of zouden mensen spontaan vervuld raken van schaamte, zich verschuilen in de zorgvuldig aangelegde bosjes, zoals ooit een ander naakt mens dat deed?

De christelijke spiritualiteit waar ik door gevormd ben, heeft geen zorgeloze, vreugdevolle relatie met het lijf. De oosterse spiritualiteit doet dat veel beter: met haar holistische kijk op de werkelijkheid speelt het fysieke een volwaardige rol in het grote geheel.

Waar de Boeddha in het wellnesscenter volledig klopt, zou het lijdende lijf van de crucifix de harmonie verstoren. Zo breekbaar is de harmonie van het wellnesscenter.

Bron van welzijn

Het zijn zoet geurende eilandjes in een stinkende wereld, ze bieden een rustgevende schoonheid in een rommelig bestaan. Heerlijk om af en toe te zijn. Alleen legt het hele concept de lat voor ‘wellness’ zo hoog. Voor welzijn is, zo lijken ze te zeggen, schoonheid, zintuiglijke verwennerij, verstilling en comfort nodig.

Hoe anders ziet het christelijke geloof dit! Dat ziet het gewonde lijf als de bron van ons welzijn. Een lijf dat bloederig kapot is geslagen, en zelfs in verheerlijkte staat de littekens daarvan draagt. Een lijf dat door te lijden zich solidair heeft verklaard met allen die ook lijden. Zodat we nooit alleen zouden zijn. Zodat we hoop en perspectief krijgen door Zijn opstanding uit de dood.

Waar de crucifix de harmonie in het wellnesscenter zou verstoren, biedt het hoop, lotgenootschap en troost op de plekken waar geleden wordt. Daar waar het vies is, waar onschuldig bloed vloeit, waar vuil en stof zich blijft verzamelen, zooi blijft rondslingeren en daar waar de huiskamer er niet uitziet zoals in de VTwonen.

Er gelden geen voorwaarden voor onze wellness. Ze vormt als een onbreekbaar geschenk de bodem onder ons bestaan. We leven in vrede met een genadige God. Deze staat van zijn is zo robuust, dat geen tragische wending van ons leven, gevreesd falen, gezichtsverlies of wanhoop ons dit kan ontnemen. Of zoals Paulus zou zeggen: niets kan ons scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. Romeinen 8: 39.

Intens

Dit zou zomaar de bron kunnen zijn van onbezorgdheid en onbvevreesdheid. Opgeruimdheid en luchtigheid. Nieuwsgierigheid en openheid. En misschien vooral: verlossing van het altijd maar zo druk zijn met onszelf.

G.K. Chesterton schreef er iets moois over in zijn onvolprezen ‘Orthodoxie’:

“Geen twee idealen konden meer tegenovergesteld zijn dan een christelijke heilige in een gothische kathedraal en een boeddhistische heilige in een Chinese tempel.

De tegenstelling bestaat in ieder punt; maar wellicht is de meest korte omschrijving ervan, dat de boeddhistische heilige zijn ogen altijd gesloten heeft, terwijl de christelijke heilige ze altijd wijdopen heeft.

De boeddhistische heilige heeft een welgeschapen en harmonieus geproportioneerd lichaam, maar zijn ogen zijn zwaar en zwanger van slaap. Het lichaam van de middeleeuwse heilige is een uitgemergeld beenderstelsel, maar zijn ogen zijn angstwekkend levendig. (…)

De boeddhist kijkt met een bijzondere intensiteit naar binnen. De christen staart met een fanatieke intensiteit naar buiten.”

Laten we intens om ons heen kijken, om te ontdekken dat - in al z’n gebrokenheid, en hoe hopeloos soms ook - de hele wereld ons wellnesscenter is.