Bang zijn voor donker is springlevend thema

We hebben de angst voor het donker handtam gemaakt. Het hoort bij de kinderfase en gaat voorbij. Elsa Eikema constateert echter dat het niet voorbij gaat. Er gebeuren in het donker te veel afschuwelijke dingen. Bang zijn in het donker is een springlevend thema.

Bang zijn voor donker is springlevend thema

Vlak voor het naar bed gaan wordt hij verdrietig. Mijn zoon huilt en vraagt of hij nog even iets mag knutselen, nog even naar beneden mag, of in ons bed. Als ik hem vraag wat er aan de hand is, zegt hij dat hij bang is dat hij vannacht wakker zal worden. Dan is het donker, en dan weet hij niet wat er om hem heen is.

Donald Duck

Ik zet zijn bedlampje alvast voor hem aan. Ook de lamp in de wc staat aan, evenals die op de gang. Zijn slaapkamerdeur houd ik open. Mijn zoon is bang in het donker.

Ik was het zelf ook jarenlang. Het hielp niet dat mijn vader had bedacht om in het grote, onbekende huis van een oom en tante heel Prokofjev's Peter en de wolf met ons te luisteren. Daarna was het voor jaren gedaan met mijn nachtrust. In gedachten hoorde ik steeds opnieuw de dreigende hoorns die de komst van de wolf aankondigden. Dus deed ik de lamp aan en las een Donald Duck. Na jaren verdwenen de hoornklanken van de wolf (en toch kan ik er nog steeds slecht naar luisteren).

Het is een algemeen bekend feit dat kinderen bang zijn in het donker. Ook dat het meestal met de jaren overgaat. Juist omdat het pad mij bekend is, kan ik mijn kinderen sussen en geruststellen. Hen vertellen dat alles goed is en dat het overgaat. We hebben de angst voor het donker gedomesticeerd, handtam gemaakt, psychologisch verklaard. Het is een fase, het gaat voorbij.

Nog steeds bang in het donker

Maar het gaat niet voorbij. Ik ben nog steeds bang voor het donker. Niet meer omdat ik denk dat een wolf me besluipt in mijn slaap, maar omdat ik weet dat in het donker dingen gebeuren die het licht niet kunnen verdragen. De meest vreselijke dingen uit de geschiedenis of op dit moment, zaken die nooit aan het licht zijn gekomen of zullen komen en toch volop een appèl doen. Zoals het bloed van de vermoorde Abel dat tot God schreeuwt om wraak vanuit de bloedrode grond (Genesis 4:10, Naardense Bijbel).

Vanwege het donker en wat daar gebeurt, wantrouw ik mijn momenten van volmaakte tevredenheid. De momenten waarop ik het gevoel heb dat alles klopt. Hoe kan alles kloppen als de duisternis en het verborgene mensen zo royaal de kans biedt om de meest afschuwelijke dingen te doen? Ongestraft en ongestoord?

Ontmaskering van het kwaad

Nee, onze vrede is niet volmaakt tenzij ze voor iedereen volmaakt is. Ze is dus niet voorbij, die angst. Ik heb het duister niet getemd. En dankzij mijn zoon herontdek ik het thema en sla ik die boeken erop na die zo’n zeggenschap hebben in mijn leven. En dan kom ik er achter dat er in de Bijbel uitgebreid wordt gesproken over licht en duisternis. Dat het een springlevend thema is, geen kinderproblematiek die voorbij gaat.

In het scheppingsverhaal is het scheppen van licht de eerste daad van God. Zijn wereld zal baden in het licht tijdens de dag en met nachtlampjes verlicht worden in de nacht. In het verhaal zoekt de mens het verborgene op na zijn kwade daad. God zoekt naar hen en roept ze tevoorschijn.

Deze dynamiek zie je steeds; het kwaad gaat z’n gang bij de gratie van de duisternis, maar God roept tevoorschijn in het licht. Profeten klaren die klus in de tijd van de Koningen van Israël. Natan bij David om openbaar te maken wat hij Bathseba en Uria heeft aangedaan (2 Samuel 12). Elia bij Achab, om openbaar te maken wat hij Nabot heeft aangedaan (1 Koningen 21). De volledige lijst is lang. Misschien is de meest iconische ontmaskering van het kwaad nog wel de man aan het Romeinse kruis, die om vrede en vergeving vraagt voor hen die hem dit aandoen.

Schemering

Zou de meest relevante hoop die uitstraalt vanuit al deze verhalen zijn dat niets en niemand ongezien is? Job verwoordt deze hoop prachtig in respons op zijn vriend Sofar: Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het licht (Job 12:22).

We leven soms iets te comfortabel in de vage schemering tussen licht en donker. Geen van beiden doet écht een appel op ons. Tot we ermee geconfronteerd worden, bijvoorbeeld als we Netflixen en in een docuserie volgen hoe een tsarenfamilie in koele bloede wordt vermoord.

Of wanneer moedige journalisten corruptienetwerken blootleggen en deze daardoor aan banden worden gelegd. Als een kunstenaar het niet schuwt om pure, rauwe ellende te verbeelden. Als muzikanten zich boosmaken om het kwaad (waarbij het 'hardere werk' dat vaak toegewijd doet). Als historici ons de zwarte bladzijden van onze geschiedenis presenteren. Als medici de verborgen kanker ontdekken, zodat er behandeld kan worden. Als organisaties kinderen uit de bordelen bevrijden. Als een vriend met oprechte aandacht ruimte schept waarin jij je lang verborgen pijn kunt uiten.

Ik ben hen dankbaar, omdat ze ons herinneren aan het nog altijd aanwezige donker en tegelijk bijdragen aan Gods werk om alles aan het licht brengen. Ik draag deze woorden aan hen op. En aan mijn zoon. Dat hij in vrede mag slapen.