Deze psycholoog verloor een depressieve vriend en vraagt zich nu af of hij anderen wel hoop kan geven

Erik dacht dat hij begreep wat ‘hoop geven’ was. Maar in de harde praktijk van zijn werk als psycholoog en in zijn vriendschappen komt hij erachter dat het geven van hoop aan anderen helemaal niet zo eenvoudig is.

Deze psycholoog verloor een depressieve vriend en vraagt zich nu af of hij anderen wel hoop kan geven

Waarom gebruiken jullie in Israël toch het spreekwoord: “Als de ouders onrijpe druiven eten, krijgen de kinderen stroeve tanden?” Zo waar ik leef – spreekt God, de Heer –, nooit meer mag iemand bij jullie in Israël dit spreekwoord in de mond nemen! (Ezechiël 18: 2,3)

Lange tijd geleden stuitte ik op deze Bijbeltekst, die me als psycholoog wel aansprak. De schadelijke gedragspatronen van de ouders laten vaak diepe sporen achter bij de kinderen. Vaak zijn de problemen van mensen die kampen met verslavingen of een persoonlijkheidsstoornis ontstaan in de kindertijd. Slachtoffers van misbruik worden soms dader, alcohol kan generaties lang een familie teisteren. Verreweg de meeste mensen die dit meemaken, hebben daar de rest van hun leven last van.

Hoop om vol te houden

Als dit spreekwoord klopt, waarom wil God dan dat het niet meer wordt gebruikt?
Het verbieden van het spreekwoord was waarschijnlijk een erg hoopvolle boodschap voor de Israëlieten van toen. Zij waren op dat moment gedeporteerd, uit hun land gehaald en ergens in Irak gedropt. Een voetreis zo ver als van het heilige Rotterdam naar Santiago de Compostella. Een ontheemd leven in een land ver van huis.
Ezechiël vertelt dat de slechte daden van hun voorouders de reden is voor het lijden van de Israëlieten nu. Onrijpe druiven eten geeft je kinderen stroeve tanden, het spreekwoord in volle glorie beleefd.

Maar de boodschap van Ezechiël gaat verder, hij praat over een tijd van terugkeer naar het moederland. Iets wat op dat moment onmogelijk lijkt – want welk volk in de wereldgeschiedenis is na een deportatie niet volledig geassimileerd in de dominante bevolking – maar wat daadwerkelijk gebeurt. Na 70 jaar komt een Perzisch koning aan de macht die de Israëlieten toestaat terug te keren naar hun land. Kinderen lijden niet meer vanwege de misdaden van hun ouders. De boodschap van Ezechiël geeft de Israëlieten alvast hoop. Hoop om vol te houden door al het lijden heen, hoop op een onbekende maar betere toekomst.

Is er wel zoiets als hoop?

De afgelopen jaren kwam ik erachter dat de realiteit vaak anders is. Dat in het verleden gemaakte fouten toch echt dooretteren en het lijden nog niet uit deze wereld is. Ook is het veranderen van gedrag verdraaid lastig, laat staan voor mensen die door een schadelijke opvoeding niet beter weten en dus ook bijna niet anders kunnen. Is er dan nog wel zoiets als hoop?

Nu zou het moment zijn dat ik met allemaal mooie psychologische theorieën, behandelingen en modellen aan zou kunnen komen. En voorheen zou ik je overtuigen dat er hoop is. Dat probeerde ik in elk geval te doen bij een goede vriend van me. Hij zag na veel lichamelijke-, psychische- en privé-problemen geen reden meer om hier op aarde te blijven. Ik wilde, samen met vele vrienden en familie, hem hoop geven.

We drongen niet tot hem door. Hij maakte een einde aan zijn leven, in de hoop op een beter leven in de hemel. Ik mis hem en had dit zo graag anders gezien.
Maar ik herken de gedachtegang: waarom nu op aarde leven als het in de hemel toch beter is? Deze heb ik ook gehad als geïsoleerde gamende tiener. Voor mij zijn verbinding met anderen, echt gekend zijn en gewaardeerd worden om wie ik ben redenen geweest om hier te blijven. Dat gaf mij hoop. Mijn vriend heeft mij daar lang geleden onbewust ook bij geholpen. En ik als vriend én psycholoog kon hem niet helpen. Dat is erg ontnuchterend.

Hoe kan ik hoop geven?

Ik geloof dat een psychologische behandeling kan helpen om los te komen van de verwoestende patronen in je leven. Maar waarom zou je dit doen, als je geen hoop meer hebt? Een therapie vraagt veel inzet van iemand en, kan soms lang duren. Verandering kost veel energie en is soms een pijnlijk en confronterend proces.

Daarom denk ik nu des te meer dat het geven van hoop en realistisch perspectief zo cruciaal is in therapie, maar meer nog in het dagelijks leven. Ik weet alleen niet (meer) hoe ik hoop kan geven, maar heb ik dat ooit geweten? Ik kan anderen blijkbaar geen hoop geven.

Juist klein geluk is zo belangrijk

Ooit hoorde ik het behandelverhaal van een vrouw met anorexia. Ze had levensbedreigend ondergewicht en haar omgeving en behandelaren wisten haar niet te bereiken. Deze vrouw hield enorm van wandelen, maar kon dit door haar ondergewicht niet meer doen. De wil om te wandelen was voor haar uiteindelijk reden genoeg om iets in gewicht aan te komen, waardoor haar anorexia niet meer levensbedreigend was.

Ik vroeg een cliënte met relatieproblemen en een heftig traumatisch verleden, wat haar in deze situatie nog hoop zou geven. Ik sloeg bijna steil achterover van haar antwoord. Als ze maar weer tijd zou hebben om te kunnen sporten, dat zou zoveel verschil voor haar maken.

Wandelen als reden om te leven, verbinding met anderen en sporten als hoop om vol te houden. De grote beloftes van herstel zijn soms zo moeilijk te geloven. Maar het kleine geluk is juist tastbaar en dichtbij. Dat geeft kracht om vol te houden. Misschien dat het leven dan weer draaglijk wordt en er ook hoop op herstel groeit.

Ik kan geen hoop geven, nee, was dat maar zo. Maar ik kan wel met je zoeken, graven en sparren. In de hoop dat jij zelf hoop vindt.