Rituelen - heeft de 21e eeuwse mens er wat aan?

Als Gerko Tempelman om zich heen kijkt, ziet hij mensen met allerlei oude en nieuwe rituelen in de weer. Wat hebben we aan rituelen en waarom zijn ze belangrijk, vraagt hij zich af.

Rituelen - heeft de 21e eeuwse mens er wat aan?

Nederland seculariseert. Maar aan één ding blijft onverminderd behoefte: rituelen. De Engelse filosoof Alain de Botton maakt er een belangrijk punt van in zijn boek Religie voor Atheïsten. Maar je ziet het ook in de Nederlandse media. Bestaan er rituelen voor het verwerken van verdriet, vraagt Alma Mathijsen zich af in het NRC. En de NOS analyseert de rituelen die een rol spelen bij belangrijke voetbalwedstrijden. 

De mens is ongeneeslijk ritualistisch. En dus ontwikkelen mensen nieuwe rituelen. Stille tochten bijvoorbeeld. Of ze hechten opnieuw belang aan oude rituelen. Kaarsjes branden of nationale feestdagen vieren. Waarom eigenlijk? Wat heb je aan rituelen? En hoe kan het dat mensen ze zo belangrijk vinden?

Koffie en Sinterklaas

Onlangs werd ik uitgenodigd voor een denkavond over rituelen. Of ik een inleiding op het onderwerp kon verzorgen. Prima. Ik ging aan de slag. Enkele dagen later had ik nog steeds niets op papier staan. Rituelen - ja, wat zijn rituelen eigenlijk? 

Als je mensen vraagt naar wat rituelen zijn, krijg je de meest uiteenlopende reacties. Kerkdiensten. Kaarsjes branden. Je koffieritueel ‘s ochtends. Sinterklaasfeest. Allemaal rituelen. Of gewoontes. Of tradities. Of gebruiken. Wat is eigenlijk het verschil? Ik kwam er niet goed achter. En wetenschappelijke definities waren zo algemeen, dat ik er ook niet verder mee kwam.

Geluk afdwingen

Ik zocht door en het werd ingewikkelder. Hoe werken rituelen, vroeg ik me af. Op nos.nl las ik het artikel over rituelen rondom voetbalwedstrijden van Ajax. In de voorbereiding van die verschrikkelijk verlopen tweede halvefinalewedstrijd in de Champions League, vertelden mensen wat ze allemaal deden om geluk af te dwingen. ‘Rituelen’ werden die gebruiken genoemd. Dit is wat ene Merel Maurits erover zegt:

‘Sinds ik naar Ajax-Real Madrid ging, draag ik dezelfde outfit: mijn Vans, dezelfde spijkerbroek en mijn Ajax-shirt. Ze mogen wel gewassen worden, maar ik draag die outfit nu elke keer bij de Champions League-wedstrijden en het brengt geluk.’ Ook bij Ajax-Vitesse en de bekerfinale bleek haar kleding geluk te brengen. "Het is natuurlijk allemaal onzin, maar een ritueel bij sport is wel fijn, zeker als het werkt", lacht ze.

‘Zelfs al is het onzin - het werkt wel’, zegt Merel. Huh?

‘Het is natuurlijk onzin, maar het is wel fijn…’ 

Het deed me denken aan een verhaal over de 20e eeuwse Nobelprijswinnaar Niels Bohr. Toen een bevriende wetenschapper hem eens bezocht in Bohrs landhuis, zag hij een hoefijzer hangen boven de ingang. Om de boze geesten buiten de deur te houden. ‘Een hoefijzer? Daar gelooft een wetenschapper toch niet in!’ riep hij Bohr toe. En Bohr antwoordde: ‘Nee, maar ik hoorde dat het ook werkt als je er niet in gelooft.’ Nogmaals: huh?

Maar goed, hoefijzers, gelukssokken, dat zijn geen echte rituelen, dacht ik toen. Totdat ik een parallel maakte met de vele Nederlandse toeristen die kaarsjes branden in grote kerken in Frankrijk, iedere zomer. Stel nou dat je hen zou vragen: geloof je dat het werkt om een kaarsje aan te steken? Zouden ze dan niet ongeveer iets vergelijkbaars zeggen als Merel en Niels Bohr? ‘Het is natuurlijk onzin, maar het is wel fijn…’ 

Niet echt

En stel dat je als een Bruce Almighty opeens alle schietgebeden zou kunnen horen die er op een dag naar de hemel worden gestuurd. En je zou de bidders van die schietgebeden kunnen vragen: ‘Geloof je dat het werkt?’ - hoeveel mensen zouden dan zeggen dat ze dat echt geloven?

Hoort het niet een beetje bij rituelen dat je weet dat het niet echt is? Of anders gezegd: wordt een ritueel niet juist gevaarlijk als je wel denkt dat het echt is? In deze context wordt er wel eens gerefereerd aan het ritueel van mensenoffers bij de Maya’s, waarvan mogelijk gedacht werd dat de opkomst van de zon ervan afhankelijk was. Pas als je echt denkt dat mensenoffers de zon doen opkomen, is het ritueel gevaarlijk. Want wie zou het nog aandurven om uit te zoeken of het niet zo is?

Gevaarlijk

Iets vergelijkbaars geldt misschien voor het welvaartsevangelie dat de laatste jaren wereldwijd aan een opmars bezig is. Daar wordt gepredikt dat God je alles zal geven wat je van hem vraagt (Johannes 16:24). Het gebedsritueel wordt letterlijk geïnterpreteerd - en dan wordt het gevaarlijk - want zo werkt het (helaas) niet.

Rituelen - ze werken niet. Of waarschijnlijk niet. Niet helemaal. Stille tochten. Kaarsjes. (Schiet)gebeden. Gelukssokken. En als ze al helpen, helpen ze niet op de manier die je zelf had bedacht. Het maakt de vraag alleen maar prangender: waarom hebben veel mensen dan nog rituelen. Waarom gebruiken ze rituelen zelfs al geloven ze er niet in?

Spelen

Stel dat het waar is. Wat hierboven staat. Dat de meeste mensen die een ritueel beoefenen, niet per se geloven dat het werkt. Niet op de directe manier waarop het ritueel wordt uitgevoerd. Dat een aangestoken kaarsje gezondheid zou brengen, een stille tocht zinloos geweld voorkomt, of een schietgebedje je redt in het verkeer. Stel dat dat zo is: dan is een ritueel eigenlijk een spelletje. Een toneelstukje. Een act. En dat is iets wat mensen zich voldoende realiseren.

Ik moest denken aan de spel-theorie van de Nederlandse historicus Johan Huizinga. Homo Ludens heet het boek dat hij schreef. In dat boek probeert hij te laten zien dat de mens naast een overlevingsinstinct ook een spelinstinct (mijn woorden) heeft. De mens doet wat nodig is om te overleven. En hij doet meer. Hij speelt.

Bijzaak

Kinderen spelen, maar volwassenen net zo goed. Met spoorwegen. Op het sportveld. Maar ook in de cultuur. Sinterklaas is een spel. Ook in de politiek zitten spelelementen, en in de rechtszaal. Eigenlijk overal. Een spel, zegt Huizinga, is een wereld in het klein. Het speelt zich af binnen een bepaalde tijd, op een bepaalde plaats, met eigen strikte regels. Denk maar aan een voetbalwedstrijd. Maar er is meer, volgens Huizinga. Een spel is pas een spel als iedereen weet dat het ‘niet echt’ is en ‘niet nuttig’.

Voetbal is de belangrijkste bijzaak in het leven. Bijzaak. Als je dat vergeet, zoals sommige hooligans dat doen, is het geen spel meer. En hetzelfde geldt voor nut. Als je een spel speelt omwille van een bepaald nut, is het geen spel meer. Professionele voetballers spelen niet, ze werken. En bij een gokverslaving is dit precies wat er misgaat, want het spel heeft een heel specifiek doel: rijk worden. Het wordt er een stuk minder leuk van.

Niet nuttig

Op een bepaalde manier is een ritueel een spel. Ze liggen heel dichtbij elkaar: het spel en het ritueel. Ook een ritueel speelt zich op een specifieke plaats af (in de kerk), binnen een bepaalde tijd (zolang als de kaars brandt) en er zijn specifieke regels bij betrokken (je moet aan iemand denken bij het aansteken). En het ritueel is op een bepaalde manier ‘niet echt’ - en ook ‘niet nuttig’. 

Ik aarzelde. Deze conclusie was wel erg rechtdoorzee. Een beetje platgeslagen. Een ritueel is niet echt? En niet nuttig? Maar toen draaide ik ‘m om. En toen kon ik er toch wat mee. Komt ‘ie:

Wie een ritueel probeert te begrijpen vanuit ‘nut’, mist de essentie ervan

Misschien is er wel een nut dat gediend wordt. Maar dat is niet de kern. Een ritueel is nou juist zo bijzonder, zo fascinerend omdat het verder reikt dan ons nutsdenken. Het reikt verder dan wat je kunt bedenken en beredeneren, vanuit gezond verstand.

Als de zinloosheid je naar de strot grijpt, dan wil je iets doen. 

Ik las een column van Theodor Holman, columnist van het Parool. In zijn stuk vraagt hij zich af wat hij, als atheïst, aan rituelen zou kunnen hebben. Wat is de zin ervan? Ook hij komt er niet uit. Is een ritueel niet gewoon nutteloos? 

Maar na een column lang gewikt en gewogen te hebben, komt hij tot een nieuwe gedachte. Misschien is een nutteloos ritueel wél nuttig als je met nutteloosheid te maken hebt. De dood bijvoorbeeld. Of een nutteloze ziekte. Iets ergs. Als de zinloosheid je naar de strot grijpt, zogezegd. Misschien wil je dan iets doen. Ook als je niet gelooft dat het nut heeft. Juist omdat je denkt dat het geen nut heeft. Omdat het leven vol zit met dingen waarvan je het nut niet bedenken kan.

Dat zou verklaren waarom ook seculiere, niet-gelovige mensen behoefte hebben aan rituelen. Juist seculiere, niet-gelovige mensen misschien. Want hoewel er van alles is veranderd, is het leven niet minder bizar, verbijsterend en nutteloos geworden.