Breien als daad van verzet: 'Ik wil niet leven volgens de liturgie van afleiding en vermaak'

Gertine merkt dat ze steeds wordt afgeleid van waar ze eigenlijk mee bezig wil zijn. Ze verlangt naar meer aandacht en aanwezigheid en maakt een voorzichtig begin met twee nieuwe rituelen: breien en bidden.

Breien als daad van verzet: 'Ik wil niet leven volgens de liturgie van afleiding en vermaak'

De afgelopen weken was het weer zover. Ik kon me amper een half uur ergens op concentreren. Steeds wilde mijn geest weg van de taak waar ik mee bezig was. Een paar regels lezen, dan weer snel mijn telefoon pakken en Instagram openen. Twee zinnen typen, en dan weer wegklikken richting Twitter. Honderd gedachten tegelijkertijd. ’s Nachts niet kunnen slapen omdat er allerlei dingen door mijn hoofd vliegen. Ik werd mijn eigen gedrag zat, voelde me nutteloos en oppervlakkig, en de niet-gedane dingen op mijn to-do-lijstje stapelden zich op.

Zo’n negatieve spiraal van gedrag en gedachten is wellicht herkenbaar. Ik zit er in ieder geval wel vaker in. Er is meestal ook wel weer iets wat me eruit haalt, maar voor ik weet zuigt de aantrekkingskracht van de afleiding me weer de diepte in. Ik wil wel anders, maar het lukt niet. De geest is gewillig..., je kent het wel.

Wat vind ik belangrijk?

Vorige week stelde iemand deze vraag: ‘What matters to you?’ 

‘En,’ voegde ze er meteen aan toe, ‘beantwoord deze vraag nu eens niet theoretisch. Bedenk eens wat het is dat jij dóet. Waaraan kunnen mensen in jouw omgeving zien wat je belangrijk vindt?’

Om eerlijk te zijn: die vraag maakte me nog somberder. Als ik kijk naar wat ik doe, welke handelingen ik op een dag verricht, dan zie ik talloze keren mijn telefoon in mijn hand. En ik zie het voortdurend wisselen van tabblad in mijn browser. Ik zie ook wel momenten van concentratie; lezen, schrijven, en brainstormen – en ook betekenisvolle ontmoetingen met anderen. Maar toch. Er wringt iets. Wat ik in theorie belangrijk vind, is niet wat ik in praktijk het meeste doe. Wat in theorie een bijzaak is, daar gaat in praktijk veel tijd naartoe.

De weg naar het hart gaat via het lichaam

Interessant genoeg bracht mijn – voortdurend onderbroken – lezen me de afgelopen weken bij hetzelfde onderwerp. Ik las het werk van theoloog James K.A. Smith, waarin hij betoogt dat het niet ons wereldbeeld of onze rationele ideeën zijn waardoor we het meest gevormd worden, maar onze praktijken en rituelen. Wat je doet, heeft grote invloed op waar je hart naar uitgaat, waar je naar verlangt. Het lichaam heeft dus een sleutelrol: het lichaam beweegt, doet, handelt – en die belichaamde gewoontes vormen onze geest en ons hart. ‘The way to our hearts is through our bodies,’ aldus Smith.

Veranderingen zijn het meest effectief als ze beginnen bij kleine gewoontes.

Het lijkt een cirkelredenering. Je zou toch zeggen dat wat je doet, bepaald is door wat je wil. Maar wat Smith betoogt past bij onderzoeken uit andere wetenschappelijke gebieden die laten zien dat veranderingen het meest effectief zijn als ze beginnen bij kleine gewoontes.

Jezelf rationeel voornemen om dingen anders te gaan doen kan helpen, maar slimmer is het om stap voor stap kleine veranderingen door te voeren in het dagelijks leven. Gezonder leven, meer sporten, productiever worden, allemaal is het gebaat bij kleine praktische gewoontes. Die gewoontes raken als het ware ‘ingebed’ in ons lichaam, waardoor we ze op den duur automatisch uitvoeren zonder dat er veel wilskracht bij komt kijken.

Terug naar Smith. Hij zegt: je bedenkt niet in je eentje hoe jouw leven eruitziet, maar je wordt gevormd door de cultuur waarin je leeft. De wereld om je heen komt via de zintuigen binnen, biedt je bepaalde rituelen en gewoontes aan, spiegelt je beelden en verhalen voor waarin het goede leven aantrekkelijk wordt afgebeeld. Je wordt daardoor onbewust gevormd. 

De liturgie van het winkelcentrum

Kortom: de grotere context beïnvloedt wat je doet, en wat je doet beïnvloedt jouzelf. En nu wordt het spannend. Smith zegt namelijk dat die verhalen in de wereld om ons heen een soort seculiere liturgieën zijn. Verschillende verhalen met ideeën over het goede leven, waarbij verschillende praktijken horen. Zo is er de liturgie van het winkelcentrum. ‘Kopen’ is daarbij de belangrijkste praktijk is, die voortkomt uit het idee dat meer bezit gelukkig maakt en vervulling brengt. Er is de liturgie van het sporten, van gezond eten… noem maar op. De vraag is: als je kijkt naar welke handelingen jij dagelijks verricht, aan welke liturgie doe je dan mee? Wat vier je?

Mijn eigen alledaagse liturgie

Door die allereerste vraag ‘What matters to you?’ begon ik na te denken over mijn eigen alledaagse liturgie. Ik constateerde dit: er is weinig rust in wat ik doe. Lege momenten worden volgestopt met een scherm. Ik leid mezelf af van alledaagse herhalende handelingen door een serie of een podcast. En ongemerkt word ik daar onrustig en ontevreden van.

Ik wil meer ruimte. Ik wil die ruimte die ik ook ervaarde toen ik op vakantie door de Franse Alpen liep, zonder internet en met een leeg hoofd. Ik wil weer in het gras liggen en eindeloos naar de wolken staren. Stil zijn met mijn eigen gedachten. Ik wil doordeweeks meer van die rust die ik op zondag in de kerkbanken ervaar. Ik wil van het gewone kunnen genieten. Ik wil meer aanwezig kunnen zijn, de dag vieren zonder dat die uit mijn handen glipt. Ik wil minder snel en veel, en meer langzaam en herhalend. Ik wil een heilzame liturgie van het alledaagse.

Ik wil de dag vieren zonder dat die uit mijn handen glipt.

Het probleem is alleen: op de een of andere manier zijn mensen sneller geneigd tot snel, vermakelijk, oppervlakkig en meeslepend, dan tot rustig, herhalend, langzaam en aandachtig. Het is niet voor niets zo dat de verslaving aan de smartphone zo makkelijk tot stand komt. Social media voldoet aan de behoefte van onze geest om voortdurend geprikkeld te worden met nieuwe informatie, verbinding met anderen, een weg uit onszelf. En als we niet oppassen, dan denken we dat ook ons geloof zo werkt. Dat we steeds nieuwe ervaringen nodig hebben om tevreden te blijven.

Maar ik wil niet leven volgens de liturgie van afleiding en vermaak. Ik wil liever de liturgie van aandacht en aanwezigheid. Om zo schoonheid, goedheid en waarheid te vinden in het alledaagse.

Zoeken naar nieuwe praktijken

Met alleen willen kom je er niet, zover ben ik inmiddels wel. Je moet dingen doen. Kiezen voor praktijken die horen bij een andere liturgie, een ander verhaal. Die praktijken langzaam eigen maken. Dus ik maak een beginnetje. Met twee nieuwe rituelen.

De eerste is het ochtendgebed van de Northumbria Community, een op het oude Keltische christendom geïnspireerde monastieke gemeenschap. Ik kocht hun gebedenboek en lees/zing/zeg elke dag de teksten en gebeden. Dat is fijn, merk ik nu na een paar weken. Het geeft me kalmte en moed om dingen te gaan doen waar ik tegenop zie, omdat ze inspanning en concentratie vereisen. Het brengt me dichter bij God én bij de mensen om me heen, omdat ik voor hen bid.

Het tweede is breien. Als iets een herhalende handeling is, is het wel breien. Dat herhalende en voorspelbare heeft iets geruststellends, iets wat mijn gejaagde geest tot rust brengt. Het was mijn oma die me breien leerde en ik denk aan haar en die talloze andere vrouwen die meester zijn in dit ambacht en urenlang hiermee bezig kunnen zijn. En zo wordt mijn breiwerk een daad van verzet tegen de snelle wereld die mijn geest wil gijzelen.

Een ochtendgebed en breien. Het is niet veel, maar het is een begin.

P.S. Over je eigen leven beschouwen als een liturgie: de Amerikaanse schrijfster en theoloog Tish Harrison Warren schreef daar een boek over, Liturgy of the Ordinary, vertaald in het Nederlands als Liturgie van het alledaagse.

Geïnspireerd door het werk van James K.A. Smith vraagt ze zich af: als het leven een liturgie is, door welke rituelen laat ik me dan vormen? Warren zoomt in op verschillende dagelijkse momenten van het gewone leven, zoals het bed opmaken, restjes opeten, je sleutels zoeken, ruzie maken.

Janneke Burger schreef er een blog over: Wat gebeurt er als een boek je tot tranen toe raakt?