De doop | 'Ik kan niet zeggen dat een baby zondig is en vergeving nodig heeft.'

Annelies Rebel laat binnenkort haar vierde kind dopen. In haar jeugd was de doop een beladen thema en de oude woorden voldoen niet meer. Zijn er nieuwe woorden waar ze wél iets mee kan?

De doop | 'Ik kan niet zeggen dat een baby zondig is en vergeving nodig heeft.'

In de herfstvakantie van 2018 haalde ik opgelucht adem. Ik las ein-de-lijk iets over de betekenis van de kinderdoop wat me raakte en overtuigde. Alain Verheij schrijft in God en ik over wat hij zijn kind bij de doop zou willen meegeven: 

'Lief kind, je bent geboren in een wereld waar je niet voor gekozen hebt. Je bent geboren in verbondenheid met een vader, een moeder, een land, een God, waar je niet voor gekozen hebt. Niets kan jou garanderen dat het hier makkelijk zal zijn. Integendeel: het is een wereld waarin kinderen tot slaaf worden gemaakt, waar mensen ziekten en verslavingen opdoen en elkaar onderdrukken, waar rivieren, zeeën en zwepen tussen jou en de vrijheid in staan. (…)

In de doop buigen je ouders hun hoofd in dat besef. Je bent mens, en bij mens-zijn hoort lijden. (…) In het doopritueel ga je echter dóór het water heen. (…) Juist die beweging, die verwijst naar de zee die openspleet voor het bevrijde volk (verhaal van de exodus uit Egypte - AR) is de kern van het geloof. Er zal pijn zijn, maar als je dat oordeel in vertrouwen draagt, moet en zal er op een dag een lied van bevrijding klinken.' (God en ik - p. 31)

Opstaan uit de duisternis

Daar stond het op één pagina. Een eerlijk verhaal over wat het leven is. Een onvermijdelijk lijden, maar met de hoop op bevrijding. Het ontroerde me, omdat dit precies mijn eigen levenservaring is. Je moet vaak door lijden heen, maar je kunt ook echt weer opstaan. Opnieuw beginnen, bevrijd en al. 

Eerder was de betekenis van de doop voor mij al een keer eerder tastbaarder geworden toen ik voor het eerst een volwassendoop meemaakte tijdens de paasnacht. We liepen met z’n allen een donkere kerk in en staken onze kaarsen aan de paaskaars aan. Langzaam werd het lichter en verdween er steeds meer duisternis.

Daarna werd de doop bediend aan iemand die letterlijk kopje onderging en van daaruit weer omhoog werd getrokken. Die doop vertelde dat je opnieuw kunt beginnen, dat je kunt veranderen, dat je op kunt staan uit de duisternis. Ik was zwaar onder de indruk van de kracht van dit ritueel. Tegelijkertijd maakte het mijn twijfel over de kinderdoop groter. Als ik mijn kinderen zou dopen, zou ik ze deze ervaring ontnemen…

In zonde geboren…

Ik voelde opluchting na het lezen van die ene pagina over de doop waar ik wél iets mee kon. In mijn jeugd was de doop een beladen thema, omgeven door felle standpunten. Ik merkte dat er voor volwassenen om mij heen een grote troost en kracht uitging van de kinderdoop. Als kinderen een andere weg gingen dan hun ouders of ernstige dingen overkwamen zei men: ‘Maar hij is gedoopt’.

Oftewel: blijkbaar komt het goed met je als je gedoopt bent. Je kind daaraan onttrekken, door te kiezen voor volwassendoop, was dan ook echt not-done. Het was een geestelijke discussie met onderliggend een enorm menselijke behoefte: je wilt gewoon dat het goed komt met je kind. 

Ik voelde ook een ongemak in de doopdiensten zelf, met name door het formulier dat werd voorgelezen die de doopleer verwoordde. Het begon zo: 'In de eerste plaats zijn wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren'. In dezelfde alinea gaat het over dat we onszelf moeten mishagen, ons voor God moeten verootmoedigen en onze reiniging en zaligheid buiten onszelf moeten zoeken. De doop zou onder meer een teken zijn van de afwassing van onze zonden en een herinnering aan het verbond met God zodat we gered kunnen worden.

De geboorte van een baby gaat over nieuwe hoop en verwondering, terwijl je iets heel kwetsbaars in handen hebt.

In de praktijk van alle dag zijn de begintonen van een nieuw leven behoorlijk anders. De geboorte van een baby maakt altijd weer een blijdschap in ons los, die anders is dan elk ander heugelijk feit in het leven. Het gaat over nieuwe hoop, vertedering, verwondering, intense liefde en de behoefte om alles te geven voor dat kleine mensje. Tegelijkertijd is er een groot besef, met name bij de kersverse ouders, dat ze iets heel kwetsbaars in handen hebben. En dat blijft. Wat gaat hem overkomen? Zal hij wel gezond blijven? Zal hij ooit gepest worden? Zal hij gelukkig worden? Geen ouder die het antwoord weet. 

Niet op eigen kracht

Misschien is er nog niet eens zoveel verschil tussen de ‘leer’ die ik meekreeg en hoe ik het nu zelf zou verwoorden. Het valt alleen meer op zijn plaats met nieuwe woorden, beginnend vanuit het leven zelf. Ik kan niet zeggen dat een baby zondig is en vergeving nodig heeft. Dat bedenk je alleen in theorie; in praktijk ben je vertederd en zie je dat hij liefde, een schone luier en eten nodig heeft.

Ik kan wel zeggen in wat voor wereld hij terecht is gekomen en dat lijden, dood en misstappen ongetwijfeld op zijn pad zullen gaan komen. Dat dat vaak heel veel machteloosheid en verdriet zal oproepen, maar dat er ook een weg is van bevrijding. Ik sta zometeen weer bij het doopvont, omdat ik mijn kinderen daar niet vroeg genoeg in kan voorgaan. En tevens sta ik daar om te erkennen dat het Godsonmogelijk is om die opdracht op eigen kracht te vervullen.