Lazarus staat op | Hoezo Veilig?

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Hoezo Veilig?

PopUpGedachte woensdag 2 oktober 2019 – Hoezo veilig?

De meeste mensen leven met de gedachte dat het met hen wel goedkomt. De vraag is even hoe realistisch dat is. Het is waarschijnlijk psychologisch onmogelijk om op een andere manier het leven te leven. Je kunt bijna niet dagelijks werkelijk beseffen hoe kortdurend het leven kan zijn, hoe ziekte je kan treffen, hoe je door een ongeluk aan je einde kunt komen, wat er misgaat in o zo stabiel lijkende liefdesrelaties. Eigenlijk vreemd dat de realiteit die we rationeel kunnen berekenen, psychologisch gezien bijna geen onderdeel van het leven kán zijn.

Iemand schreef dat hij na een heftig ongeluk van een geliefde nooit meer het huis verlaat zonder zijn geliefden innig te groeten. Je vergeeft het jezelf niet als je iets overkomt en je bent zonder te groeten het huis uitgestampt – of uitgerend, omdat je haast had. Ik heb iets opgestoken van die gewoonte en probeer ervan te leren. Toch kun je nooit werkelijk je elke keer voorstellen dat het ook de laatste keer kan zijn dat je elkaar ziet. Dat opschrijven is al ingewikkeld. We leven maar moeilijk met de realiteit – sterker nog, de realiteit werkelijk steeds onder ogen zien is helemaal niet aan te raden.

Het leeft ook prima op die wat optimistische manier. Met als enig nadeel dat als het misgaat met je geliefden of met jou dat het verschrikkelijk hard binnenkomt. Of het nu gaat om ziekte, ongeluk of wat dan ook – het blijkt opeens ook jou te kunnen treffen en hén en het maakt angstig, verdrietig, boos, alles.

Ik vraag me af hoe dat zit met de lezing van het lied vanochtend. Een van de drie fragmenten uit de Bijbel die deze dag in allerlei kerken gelezen wordt, is een lied. En ik zit er een beetje tegenaan te hikken vanochtend. Wat moet je nou met zo’n stuk. Dit staat er:

Gij die de bescherming geniet van de Allerhoogste
en die in de schaduw van de Almachtige woont;
voor u is de Heer: mijn toevlucht, mijn burcht,
mijn God, op wie ik vertrouw.

Want Hij maakt u los uit de strik van de jagers,
Hij redt u uit doodsgevaar.
Hij zal u met zijn vleugels beschermen,
onder zijn wieken vindt gij een toevlucht,
zijn trouw is uw pantser en schild.

Geen nachtelijk onheil hoeft gij te vrezen,
Geen pijl bij klaarlichte dag;
geen ziekte, die sluipt in de duisternis,
geen kwaal in de gloeiende zon.

Het kwaad zal u niet bereiken,
de ramp blijft ver van uw tent.
Hij heeft zijn engelen last gegeven
op al uw wegen u te bewaken.

Je zou toch moeten concluderen dat het ófwel niet waar is, of dat er wel héél weinig mensen de ‘bescherming genieten van de Allerhoogste’. Dat er zodra er iets misgaat in iemands leven je moet concluderen: oh, toch niet beschermd blijkbaar, geen God die zorgde. Had ik nog wel gedacht eigenlijk, want best wel tof persoon.’ Zoiets.

Interessant genoeg worden hier een aantal dingen opgeschreven waar je wel degelijk bang van kunt worden. Valstrikken, nachtelijk onheil, ramp. En in eerste instantie lijkt de dichter flierefluitend door het leven te kunnen gaan. Aan de andere kant zou je ook kunnen concluderen dat het doodsgevaar er wel degelijk is, het nachtelijk onheil ook, dat er overdag pijlen rondvliegen en ziektes rondhangen in de duisternis. Dat alleen de angst eruit is.

Het ontkennen van de mogelijkheid – actief of passief – dat er ziektes rondhangen die je kunnen treffen, dat er kwaad om ons heen hangt en ons kan raken, is een gebrek aan realiteitszin of een vorm van angst. Kop in het zand. Deze dichter erkent dat het er is. Maar lijkt een vertrouwen gevonden te hebben waardoor de angst eruit is. En dat is wel jaloersmakend.
Een vriend is er kapot van, werkelijk, dat zijn relatie het niet redde. En hoe moet hij nu verder? Waren het verspilde jaren? Hoe nu met dat verlangen naar gezin? Ooit? Kan dat nog wel? En een ander heeft kanker. Een derde... Het is er allemaal. Hoe zou ik kunnen leren onheil niet te vrezen? Blijkbaar heeft dat iets te maken met het vertrouwen op die Eeuwige. Dat de shit je wel treft, maar je er niet aan onderdoor hoeft te gaan. Niet helemaal. Dat er steeds licht is, in, onder, boven en achter de tunnel waar je voetstappen hol in klinken en het zo verlaten voelt.

Dat vertrouwen zoeken. Er is geen panklaar antwoord hoe dat vertrouwen te vinden. Maar het kan gezocht. Dat in elk geval.

Vrede en alle goeds vandaag.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.