Nieuwe kinderen

Nieuwe kinderen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Nieuwe kinderen – PopUpGedachte Dinsdag 13 december

Daar zat hij voor de groep, bijna twee meter, een expert in doceren en zenuwachtig. Dat zag je, dat zei hij. Het was Diederik Stapel, de gevallen professor, de wetenschapper die ooit door roeien en ruiten ging om de wetenschap te dienen, die publiceerde, doceerde, redigeerde, promoveerde, faciliteerde, en dat tot die ene dag dat zijn triomftocht door het universum van de universitaire wereld ineens was afgelopen. Op staande voet ontslagen en vanaf dat moment vijf jaar geleden tot nu toe een paria, onaanraakbaar. Werd hij nog wel uitgenodigd door studenten om te vertellen waar het misging en hoe het misging, zo’n 12 tot 16 keer werd hij het afgelopen jaar een dag tot een uur vantevoren afgebeld. Hij mocht niet op de campus komen, toch niet. Hij was in onze PopUpAcademy gisteravond.

Hij neemt volle verantwoordelijkheid voor zijn fouten. En vertelt over zijn val, zijn zoeken naar licht, zijn verkennen van geluksboeken, yoga en bijbel. En tegenover ons zit een grote man, maar hij dendert niet meer. Hij zoekt naar woorden. Relativeert zichzelf. Poneert overtuigend en zegt dan: ja, dat denk ik, zoiets. Gedreven, boos op de wereld maar zich in toom houdend omdat hij weet wat er mis kan gaan. Tegelijk vrij, want geen groot geheim meer te verbergen. Niet die donkere last, niet meer bij iedereen die vraagt: ‘hoe gaat het met je onderzoek’ dat stemmetje in het hoofd dat zegt: vals, niet eerlijk, gemanipuleerd en de eigen stem die zegt: fantastisch, bijzondere resultaten, moet je luisteren. Niet meer die donkere wolk, niet meer dat verbergen, niet meer dát verbergen in elk geval en hij is vrijer geworden.

Vanochtend staat er in Jesaja: ‘Iedere laars die dreunend stampt en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur. Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven.’ Dat is de hoop van de toekomst. Diederik kan niets met het woord hoop, hij is nihilist, maar vindt dat ook maar karig. Hij gelooft niet meer in de dreunende stampende laarzen van de wetenschap en er is in hem een nieuw kind geboren. Een what-you-see-is-what-you-get-kind met een harde geschiedenis, een hoop zelfverwijt en een soort van in het reine gekomen.

Dit is de toekomst. Niet een fairy-tale-paradijs, maar verbrande laarzen die ooit dreunden en tot as verpulverde mantels waar bloed aan kleeft. Dan worden er kinderen geboren. Een zoon.

Het is vanouds de aankondiging van de geboorte van de zoon, de messias. Als het grote oordeel komt over de wereld, over het goed of kwaad, het laatste en enige zuivere, dat komt afrekenen met de grootmachten en de misbruikers, met jou en mij, dan komt het niet met macht en geweld, met rechtbankhamers en politie cordonnen, maar als een kind. Met grote ogen. En een ontmaskerende tong. Zodat we ofwel hem negeren en doorstampen, kapotstampen of onze wapenrusting afleggen en zelf weer dat kind worden. Tot onze eigen grote opluchting.

En een kind alleen is nog niks. Diederik vroeg zich af waarom hij nou nooit zelfmoord had gepleegd. Er was alle reden toe. Het was beter voor hem en de hele wereld, daar was hij op diverse momenten in zijn leven vast van overtuigd. En toch elke keer als hij op het punt stond, belde hij iemand. Zocht contact, verbinding. En deed het niet.

Een kind kan niet alleen staan. Een kind kun je niet alleen worden. Dreunend stampen kan alleen. Maar binnen schreeuwt een kind. Om verbinding.

In de tweede brief van Petrus, een brief van een van de volgelingen en ooggetuigen van het verhaal van Jezus van Nazareht, een oud stuk geschiedenis, schrijft die Petrus: “De stem van de majesteitelijke luister zei tegen hem: ‘Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.’ Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren.” Zij hebben hem zelf uit de hemel horen klinken over Jezus van Nazareth, maar is dat niet wat ten diepste iedereen zoekt om te horen uit de hemel, uit de omgeving, uit de mond of de daden van anderen: ‘jij bent een geliefd kind, een geliefde zoon of dochter, in jou vind ik vreugde.’

Er zijn altijd anderen nodig, die zien. En liefhebben. Er is altijd die ander nodig, zeggen de teksten. Anders blijven we dreunend stampen, want wie durft er kind te worden. Diederik moest wel toen hij werd ontmaskerd en heeft toen alles eraan gedaan, van therapie tot zelfonderzoek, tot pillen tot weet ik niet wat om weer iemand te worden, om zichzelf weer te kunnen zien en iets goed te maken. Hij wordt nog steeds gehaat, en dat raakt hem nog steeds diep, maar er is wel een kind geboren.

Laat dat dan kerst zijn, laarzen en mantels verbranden omdat er bloed aan kleeft en weer leren spelen omdat de wereld niet eerst veilig moet zijn voordat je kind kunt worden maar dat die veilig wordt als meer mensen durven rucksichtlos kind te zijn – omdat ze niet langer vrezen dat ze niet worden gezien, niet worden geliefd. Dat is de hoop van kerst, het nieuwe begin. Dwars door de donkere dagen heen.

Jesaja 9:1-6

2 Petrus 1:12-21

Lucas 22:54-71