Wat als de boel op slot zit?

Wat als de boel op slot zit?

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wat als de boel op slot zit? – PopUpGedachte Woensdag 15 februari

De nacht is donker, terwijl ik al weken geleden geloofde dat ik het zag schemeren en hoopte op de komst van die zomerse ochtenden. Waarbij de zon nog niet op was, maar de lucht wel haar komst aankondigde door lichtblauw helder een contrast te vormen met de silhouetten van de huizen aan de andere kant van de straat. Ik hoor wel een vogel, dat is een goed teken. Het gaat gebeuren, maar vooralsnog is het donker.

De ervaring van zovelen; ‘vooralsnog is het donker’. Niet alleen die vluchtend reizen en vastlopen in uitzichtloze AZC’s of achter prikkeldraad in de modder. Ook voor anderen met paspoorten en luxe huizen, banen en kinderen. Het kan soms zo donker zijn. Zelfs midden overdag.

Wat als de boel op slot zit? De hemel van koper, het altaar gesloten, de ziel verkrampt en geen enkel gevoel dat er iets hogers of groters nog zich druk maakt om jou of de staat van de wereld. Het gevoel het helemaal alleen te moeten doen als mens of als mensheid. En hoe dat het leven er lelijker van maakt.

Jesaja roept het vanochtend: ‘Zie neer vanuit de hemel, vanuit uw heilige, luisterrijke woning. Waar zijn uw strijdlust en uw machtige daden. U bent niet meer met ons begaan. U bent toch onze vader. Waarom liet u ons dan afdwalen?’ De grote profeet legt even alle schuld bij de Almachtige. Dat krijg je als je Almachtige heet, dan heb je het ook altijd gedaan. Op andere momenten neemt hij ook weer zelf de schuld of het volk, of wie dan ook. Maar vandaag kiepert hij alles even op het bord van die Hoogverhevene. Kijken wat er gebeurt. ‘U hebt uw gelaat voor ons verborgen, U hebt ons moedeloos gemaakt en ons overgeleverd aan ons eigen wangedrag. Toch, Heer, bent u onze vader.’

De boel zit op slot en het lijkt erop dat de beheerder van de spiritualiteit, de bezieler van het leven de deur aan zijn kant in het slot heeft gedraaid. En Jesaja vindt dat maar niks. Alsof hij hem uit de tent wil lokken. We lopen hier in rondjes, Heer. Er zijn vast redenen dat die open hemel op slot zit, maar het gevolg is dat we hier alleen maar verder onszelf vastdraaien. Het is geen éénduidige oorzaak en gevolg, maar het is wel een vicieuze cirkel.

Zo van: Ik geloof het niet langer, daardoor ga ik het maar op eigen kracht doen, ga er vervolgens aan onderdoor en geloof het dan helemaal niet meer. Met de tong op de schoenen, zie ik weinig licht, namelijk.

Jezus draait ook de toegang op slot voor zijn tijdgenoten in het fragment vanochtend. Met een heel duidelijke oorzaak, wie weet een sleutel. De religieuze leiders van het volk komen naar hem toe ‘en vroegen hem: ‘op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? Wie heeft u het recht gegeven om zo te handelen?’ (hij heeft net het binnenhof van de tempel leeggejaagd in zijn eentje) Jezus antwoordde: ‘ik zal u een vraag stellen, als u me daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik zo handel.’ (de deur staat op een kier, zal die dichtgeslagen worden of opengaan? Deze vraag komt door de kier:)’Doopte Johannes de Doper in opdracht van de hemel of in opdracht van mensen. Antwoord mij.’ Ze overlegden met elkaar: ‘Als we zeggen ‘van de hemel’ zal hij zeggen: ‘waarom hebt u hem dan niet geloofd?’ (Johannes was vrij duidelijk over het goddelijk karakter van JC van Nazareth). Als we zeggen: ‘Van mensen? Wat dan?’ Ze waren namelijk bang voor de menigte want iedereen hield Johannes voor een echte profeet. Dus zeiden ze:’We weten het niet’.

Het summum van een politiek antwoord. Kool en geit sparen. Enkel berekening, geen enkele vraag naar hun eigen hart bij hunzelf. Ze durven niet hard te zeggen dat het allemaal gedoe is met Johannes en Jezus maar erkennen dat het meer is dan gedoe kunnen ze ook niet. ‘We weten het niet’. En Jezus zei tegen hen:’Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik de dingen doe.’ Bam. Deur dicht. Klaar. Sleutel omgedraaid. Wegwezen. De boel zit op slot.

Religieuze leiders beramen verder plannen. Spiritualiteit, hoop en geloof de nek omgedraaid. Zonde.

Wat was er nodig? Niet meer dan een keus. Het ‘Ik weet het niet’ bracht hen niet verder. Mijn ‘ik weet het niet’ brengt mij niet verder, terwijl ik er van hou; van niet-weten, van je er niet in mengen. Maar wat als het daarbij blijft: Is er een God? Ik weet het niet, leg eerst maar eens uit wat ‘is’ betekent. ‘Is er leven na het hemelen, een opstanding op deze planeet?’ Ik weet het niet. En ook dan gaat de boel op slot.

Als het niet-weten het einde is van de zaak, ls het niet-weten een manier is om je vingers niet te hoeven branden. Dan loopt het vast.. Terwijl het niet-weten het begin zou moeten zijn. Van onderzoek, van experiment. Wie is die man? Is er een God? En als ik het niet kan weten wat gebeurt er als ik leef mét en als ik leef zonder. Is er een opstaan na dat leven? Wat geloof ik? Wat hoop ik? Jesaja praatte tegen een koperen hemel en zag dat de mens was overgeleverd aan zijn eigen wangedrag. Wat is er nodig? Het lef van het onderzoek. Van het niet-weten én verkennen. Van de hoop, het vertrouwen, het geloven. Juist als de hemel van koper is en de ochtend duister. Laten we rustig onze vingers branden. Rammelen aan de poorten als Jesaja en werkelijke vragen stellen. Dan zal de boel niet zo op slot zitten als het op het eerste gezicht wel leek.

Jesaja 63:15 – 64:9

1 Timoteüs 3:1-16