‘Je moet iets eten’

‘Je moet iets eten’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Je moet iets eten’ – PopUpGedachte maandag 13 maart

Het is nacht nog, al tetteren de vogels er al lustig op los. De schoorstenen op het dak tegenover steken zwart-scherp af tegen een diepblauwe ochtendlucht. Het licht al vroeger, de vogels weten het en het maakt me wakkerder. De lente nadert, en het is vastentijd. Waarin velen niet eten of iets niet eten. Op zoek naar geloof, naar stilte, naar gezondheid, naar reinheid, wat dan ook. Voor mij is het mijn eigen Trumpdieet: geen cafeïne, theïne en alcohol. Het verbaast me hoe eenvoudig het is. Bijna te eenvoudig om nog een spirituele trigger te zijn. Dat was wat ik ervan hoopte: dat ik vaker zou beseffen gedurende de week dat we als mensheid niet alleen op de wereld zijn, liefst in elk gesprek iets zien van de aanwezigheid van de Ander, wat dat ook moge zijn. Dat zou de horizon opentrekken, mijn focus op het moment verzachten en me een bredere blik geven. Dat hoopte ik er van en dat doet het niet per se. Of ‘het’ doet sowieso niets, ik moet het doen natuurlijk.

Jezus van Nazareth hoeft vanochtend ook effe niet. Zijn leerlingen hebben van ver brood gehaald, hij heeft met een buitenlandse vrouw 1 op 1 heel intensief bij een waterput zitten praten, een absurde intimiteit in het Oude Oosten. Zij vertrekt en zijn leerlingen zeggen: ‘Rabbi u moet iets eten’, maar hij zei: ‘ Ik heb voedsel dat jullie niet kennen’. Zou iemand hem te eten hebben gebracht? Vragen zijn leerlingen zich af. ‘Mijn voedsel is de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien.’

Jezus van Nazareth ziet een vrouw die uitgekotst is door haar lokale gemeenschap, waarschijnlijk hebben vijf mannen achtereenvolgens bij haar geprobeerd kinderen te verwekken en heeft ze die niet gekregen. Verstoten. En bezoedeld. Die vrouw loopt na 1 gesprek met hem terug naar het dorp als een trotse aankondiger van een nieuwe toekomst: ik heb de messias ontmoet. En men volgt haar. En gelooft.

Jezus van Nazareth stopt niet met eten om zich te herinneren dat er een God is. Hij doet wat hij ten diepste komt doen en heeft dan daarmee al gegeten en gedronken. Leuk allemaal die spirituele oefening om God te vinden zodat je kunt leven zoals je zou moeten leven, zinhebbend of hoe dat ook heten mag, maar bij JC gaat het precies andersom: bij hem begint het hier met doen wat werkelijk gedaan moet worden, vervolgens niet meer hoeven eten en drinken want alle honger en verlangen is gestild en dan verwijzen naar de grote Ander in wiens dienst hij zich weet te staan door wat hij doet. Dat is wel een mooie manier van vasten: met zoveel liefde doen wat echt gedaan moet worden dat het eten erbij inschiet.

Jezus heeft in die vrouw iets zien ontluiken. Wat niet meer te maken heeft met Oud-Oosters functioneren als vrouw, bedoeld om kinderen voort te brengen en daarom belangrijk zijn, hij ziet iets groeien in haar wat haar net zo trots, zelfstandig en autonoom maakt als voor haar een kind zou doen. En hij kan zijn geluk niet op. Het kan dus. Het gebeurt. Hou je brood even bij je. Ik wil dit meemaken en helemaal.

Paulus schrijft vanochtend aan de Romeinen:’ Want ik verlang ernaar om u te ontmoeten, om door elkaar bemoedigd te worden: ik door uw geloof en u door het mijne’. Die trillende verwondering dat de hoop van de ander ook jouw hoop en geloven is. Wij schrikken van onze Facebookbubbel waar we onze eigen overtuigingen terughoren, Paulus was diep dankbaar als hij ergens om zich heen mensen dezelfde hoop zag in- en uitademen. Hetzelfde geloof. Een beetje als die optocht in Brussel en Den Haag met We Gaan Ze Halen, of het politiek invloed heeft is de grote vraag maar de mensen die komen zijn veranderd, die hebben om zich heen gekeken en met wildvreemden gesproken die dezelfde hoop koesteren. Dat was hun eten en drinken, hun voeding voor hun geloven, hopen, liefhebben. Meer is er niet nodig.

Jezus van Nazareth zegt: ‘kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst.’ Het is de vraag of de vastentijd wel een tijd moet zijn van afzien en karigheid om ruimte te vinden in de ziel voor spiritualiteit, of het wel nodig is om niet te eten of geen koffie te drinken of minder te facebooken om ruimte in de ziel te creëren voor het hogere. Moet het niet eigenlijk de tijd zijn om de oogst binnen te halen, om mensen te verenigen die verlangen naar een veranderde wereld, om elkaar hoop en moed te geven dat er een hele grote groep mensen in Nederland is die niet egoistisch-nationalistisch voor het ik-eerst kiest, maar dat er heel velen zijn die zorgen voor elkaar, voor de natuur, voor vluchtelingen, voor interculturaliteit en wederzijds begrip. Dat doen, daarin gelukkig worden en dan beseffen dat je eten en drinken en het ‘genieten’ waar je vond dat je toch ook recht op had, niet meer zo nodig had. Misschien moeten we niet zoeken spiritueel te worden zodat we de goede dingen kunnen doen, maar moeten we de goede dingen gaan doen zodat we spiritueler worden. En dat daarmee alle verlangen wordt gestild.

Jeremia 1:11-19

Romeinen 1:1-15

Johannes 4:27-42