Er klopt iets niet

Er klopt iets niet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Er klopt iets niet

Dat dacht ik de afgelopen keren dat ik op bezoek was bij een christelijke viering. Er klopt iets niet. Er wordt gezongen, gejubeld, gevierd en verwacht, maar er klopt iets niet. De liederen waren hoopvol. Men bezingt het feit dat God redt, al is het niet duidelijk waarvan. Men bezingt het feit dat God nieuwe kracht geeft, maar waarvoor precies lijkt niet helemaal helder. Niemand hoeft bang te zijn, wordt herhaald en herhaald. Toch had ik niet de indruk dat de mensen al te veel te vrezen hadden. Ik niet, in elk geval.

Een mismatch?

In welke situatie krijg je handen op je schouder die er zachtjes in knijpen of bemoedigend tegen slaan en zeggen dat er echt wel van je gehouden wordt. In welke situatie word je links en rechts ingefluisterd ‘houd moed’. Wat is er aan de hand als men je er voortdurend op wijst dat er toch ook voor je wordt gezorgd. Dat er fruitmanden op tafel staan en kaartjes hangen, dat je echt niet bent vergeten. Dat er heus aan je wordt gedacht.

Dan moet je toch minstens doodziek zijn. Of depressief. Of totaal aan je lot overgelaten door iedereen. Of gevangen zitten. Dat zijn de momenten waarop dat soort bemoedigingen níet overdreven zijn. Met dat besef klinkt al dat zingen en bemoedigen opeens wat schril. Een mismatch.

Niet altijd hè? Want de shit waar mensen doorheen gaan, is niet altijd zichtbaar. Het verlies van een dierbare, de depressie in je ziel. En goddank, als deze teksten dan balsem zijn. Zoals die zinnen van vanochtend: ‘Hij heeft het (het volkje Israel) gevonden in de woestijn, in de wildernis, dat oord vol gehuil, hij heeft het verzorgd, bewaakt, als de appel van zijn oog behoed. De oogst van het veld gaf hij hen te eten, met honing uit de rots voedde hij hen, met olie uit keihard gesteente.’ Als dat matcht met je ervaring dan voel je je stukken beter. Als je er doorheen zit en je hoopt dat het gaat matchen met je ervaring, kun je er ook wat mee. Maar wat als het allemaal wel lekker gaat?

Dit zit me echt dwars

Moet het dan slecht gaan? Moeten we ons niet gelukkig prijzen als het goed gaat? Vast wel, maar waar slaat dan al die bemoediging op? Al dat zingen en bidden en smeken en jubelen matcht fantastisch met hele rottige situaties, maar het voelt een beetje vreemd temidden van dertigers, young professionals, die het allemaal wel lekker doen. Er zal vast iets achter die buitenkant zitten. Maar als dat niet zichtbaar is, of kan zijn, en dat hele bemoedigen en hoop geven wel, wat gaat er dan mis? Dit zijn geen retorische vragen. Het zit me echt dwars. Niet heel erg, meer zo’n klein graatje dat net een beetje in de weg zit, met name als je eet – verder heb je er niet zo veel last van.

Paulus schrijft vanochtend over zijn eigen shit. Laat niemand mij beschouwen als een dwaas, zegt hij, doet gij het toch dan moet gij mij ook het voorrecht van de nar gunnen. Paulus gaat even doen wat hij eigenlijk stom vindt, maar toemaar. Hij schrijft tegen allerlei mensen die in de door hem gestichte gemeente te Korinte gedoe brengen, nieuwe wetten willen opleggen, de nieuwe christenen weer willen houden aan oude Joodse voorschriften, omdat ze anders niet goed genoeg zouden zijn. Hij zegt: ‘Zij zijn Hebreeën, ik ook. Zijn zij Israëlieten, ik ook. Zij dienaren van Christus? Het lijkt waanzin, ik nog méér. Ik heb harder gezwoegd, langer gevangen gezeten, meer slagen te verduren gehad.’ En dan volgt een opsomming van slaag, gevangenschap, marteling, ellende, ziekte en chaos. ‘Niemand is zwak of ik ben het ook,’ zegt hij dan. ‘Als er dan geroemd moet worden, zal ik roemen op mijn zwakheid.’

Die God werkt blijkbaar niet

Het leek even heroisch. Al die klappen, die gevangenschap, die chaos. Maar hij ziet het als zwakheid, het wordt beschouwd als zwakheid. Blijkbaar is het verhaal wat hij brengt niet zo sterk dat het hem behoed voor ellende. Er wordt met hem gesold, hij dienaar van die Christus en dat is geen lekkere verkoopstrategie voor zijn verhaal – want die God werkt blijkbaar niet.

Toch is het de zwakheid, het niet-kunnen, het falen, het niet-beschermd-worden door een almachtig God. Dat is waar Paulus mee komt. Hij wordt gevonden in de woestijn, in de wildernis, maar er niet uit verlost. Hij wordt gevoed, maar net genoeg om door te kunnen. Hij is geliefd en wordt bemoedigd, maar dan om in de ellende hoop te houden en geloof. De kerk moet geen museum voor heiligen zijn, maar een ziekenhuis voor brokkenpiloten – vrij naar ene Morton Kelsey.

Als het een ziekenhuis is, snap ik de bemoediging wel. Maar hebben we dan niet de zieken en gewonden een beetje weggemoffeld? En de gebroken benen, stinkende wonden, het klagen en de angst en depressie? Je kunt dat nooit in zijn algemeenheid zeggen, maar als de bemoediging publiek is, dan ook maar de shit eigenlijk. Roemen in zwakheid, zegt Paulus. Ik ben bang dat ik het niet kan, ik durf het niet, ik ben bang, ik misluk, ik word gepest, ik … dat als visitekaartje.

Vreemd geloof, dat christendom.

Deuteronomium 31:30 -32:14

2 Korintiërs 11:16-33