Ontmoeten (2)

Ontmoeten (2)

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Ontmoeten (2) – PopUpGedachte 24 oktober 2017

Gisteren heb ik de hele dag doorgebracht in het Bijbels Museum. Dat klinkt als een stoffig hol vol oude Bijbels, het is net anders. Uit de grote zaal vol klassieke en indrukwekkende schilderijen klonk pianomuziek voor een klassiek concert die avond. Violisten vielen later die dag in en iedereen die langsliep, viel stil. Op zolder werd een nieuwe tentoonstelling ingericht met fantastische hedendaagse fotografie. En misschien nog wel het belangrijkste: de focus van het team is om de invloed en impact van de Bijbel niet alleen te zoeken in de geschiedenis van die Bijbel, maar ook in de invloed vandaag.

En zo zaten we met een liberaal Joodse Rabbi, iemand die de humanistische Islam vertegenwoordigt, een briljant wetenschapper die een verbinding maakt tussen de exacte natuurwetenschappen, wiskunde, godgeleerheid, mythologie en klassieke muziek en theater. En dan waren er nog een serie kunstenaars, fotografen die een half jaar lang de horizon hadden vastgelegd op een strand en andere oorspronkelijke en soms heel geëngageerde werken.

Maken, graven, zoeken en tasten

Het idee was een ontmoeting en een nieuwe herneming van het oude Zondvloedverhaal. Gruwelijk, hoopvol, symbolisch-mythisch, ecologisch reëel. Om maar een paar eigenschappen van dat verhaal te noemen. Ik raakte in gesprek met een kunstenaar die collageachtige weergaves maakt en daarbij veel natuurelementen verwerkt en rituelen. De rituelen waren fascinerend vond ze, de natuur was overweldigend. Over die overweldiging wilde ik wel meer weten. Ze vertelde over de jungle in Suriname, waar een deel van haar roots liggen – niet per se in de jungle, maar wel in Suriname – en hoe ze overweldigd was geworden door het groen. Een kleur en een diepte die ze sindsdien probeert te benaderen, maar waarvan ze weet dat ze er niet in de buurt zal komen. En toch doen, hè? Toch proberen. Toch maken en graven en zoeken en tasten.

Dat is mijn theologie. Dat is wat ik hoop te blijven doen, zolang ik leef en misschien wel daarna. Verkennen van het mysterie wat per definitie te groot is en te hoog. Als vanochtend Johannes in het boek Openbaring of Apokalyps schrijft: ‘Gij hebt het heelal geschapen, door uw wil onstond het en werd het geschapen,’ dan ontstaat er soms de neiging tot een discussie over evolutie of schepping. En het beeld van een mensachtig figuur op een wolk met een toverstok.

Terwijl het idee is dat met het groeien van de verwondering over de ongelofelijke genialiteit en samenhang van heelal en mens, van subatomaire deeltjes tot planeten out there, de verwondering en huiver groeit voor de macht die alles doortrekt. De natuurkracht en dan is het oude Joodse idee dat de almachtige natuurkracht die je van je sokken blaast, die huizen van hun plaatsen waait alsof het niets is, de kleuren met diepgang waar geen kunstenaar in de buurt komt, dat dit gevolgen zijn van de kracht daarachter. De zomen en randen van de aanwezigheid worden soms ervaren op bruut onvoorspelbaar, of emotioneel overweldigende manieren.

Of de macht achter dit alles wordt groter en machtiger door grootse natuurervaringen, of hij lost op omdat we niet in staat waren die macht nog groter te denken. De natuurlijke reactie van de mens is altijd geweest om op de knieën te vallen bij de ervaring van fragmenten van almacht. Sinds enige verlichte tijden laten we het goddelijke ook wegwaaien in de storm. Niet onbegrijpelijk, maar meer te verklaren uit kleinzielige theologie dan uit de ruimte voor het mysterie die de Bijbelse bronteksten bieden.

Het kunstenaarsluisteren die wacht tot het op de plek valt

In Matteus vertelt Jezus vandaag een verhaal, een sprookje. Een allegorie over een zaaier en land en hoe het idee van koninkrijk soms op rotsbodem landt, soms in goede aarde valt, soms rap opschiet, maar niet wortel kan schieten vanwege een steenbodem. Daarna zegt hij: ‘wie oren heeft, hij of zij luister.’

Luisteren. Dat is het wel. Niet luisteren als in ‘je moet wel luisteren he!’ vergezeld gaande met een stevige greep in de bovenarm van een boze juf. Maar in luisteren als in het meditatieve luisteren, het opmerkzame, het kunstenaars-luisteren die wacht tot het op de plek valt.

Luisteren, omdat de belofte is dat wie er oren naar heeft, zal vinden. Zal horen. Dat met toegenomen grootsheid van de overweldigende genialiteit, de macht achter de natuur, de afstand niet is toegenomen, maar verbinding nog steeds beschikbaar is. Ondanks mijn hang naar klein en handelbaar, overzichtelijk en iets waar ik mee kan werken.

Toch zo af en toe de sluis open zetten. Oefenend, om verbinding te zoeken met dat wat alle oerkrachten tot leven riep. Om mijn positie weer te weten, om te ont-moeten. In letterlijke zin. Want hoeveel moeten is niet een vorm van eigen hoogmoed – iets wat hoognodig moet, verkruimelt in de aanwezigheid van zoveel groters.

Ontmoeting, ik blijf het een fijn woord vinden.

Ezra 5:1-17

Openbaring 4:1-11

Matteüs 13:1-9