Hoe dan? Dat weet niemand

Hoe dan? Dat weet niemand

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Hoe dan? Dat weet niemand – popupgedachte dinsdag 17 oktober

Het is nu aardedonker. Ik weet wel dat het licht wordt, maar niets daarbuiten bevestigt mij in die overtuiging. Het is donker en heel stil. Hier binnen liggen teksten op tafel, pogingen om de ziel tot rust te brengen of in elk geval te richten. Niet de agenda of wat er allemaal aan je trekt is bepalend, er moet een ander fundament onder liggen. De teksten zijn middel, de lezing is een weg om bewust te beginnen aan de dagen.

Vanochtend treurt Jeremia in het boek Klaagliederen over de ondergang van zijn prachtige hoofdstad: ‘Hoe troosteloos zijn de wegen naar Sion, geen feestgangers komen er meer, de poorten liggen in puin, de meisjes treuren, rampzalig is de stad.’ Hij ziet het voor zich, het is een voorspelling, gloom en doom waar niemand op zit te wachten maar het is niet anders.

Het is onrustig in mijn hart deze dagen. Ik ben niet onverdeeld ongelukkig over het regeerakkoord. Het is knap polderwerk, de rust blijft behouden in het land, de ruk naar rechts is gematigd door de ChristenUnie en D66. Toch is het wel degelijk een verdere ruk naar rechts. Al moeten we blij zijn met aandacht voor klimaat, met gemeentes die meer verantwoordelijkheid krijgen voor het wel en wee van asielzoekers. En toch.

De harde toon van grote partijen als VVD en CDA, gematigd door linksere partijen baart me zorgen. Hoe lang zal dit goed gaan? Er wordt gefluisterd dat er eerst snoeiharde voorstellen rond vluchtelingen op tafel lagen en nu hebben we Halbe Zijlstra op Buitenlandse Zaken.

Wat als het winter wordt op Lesbos, waar 4000 mensen in slechte omstandigheden, sneeuw, kou en keiharde regen zullen moeten gaan verdragen? Terwijl zo velen van hen zich al snijden uit diepe depressie, zo vertelde een medewerker van de medische post van stichting Bootvluchteling in kamp Moria. Gaan we weer kleren brengen, weer protesteren? Wie luistert er dan? De angst dat het verder vechten tegen bierkaai wordt, durf ik haast niet te benoemen, want ook dat is een self-fullfilling prophecy. Net als de zin dat Nederlanders niet meer mensen welkom willen heten, dat het draagvlak weg is.

Profeteren is ellende. En Jeremia ziet zijn stad in puin liggen, alvast. Omdat ze zich niet hebben gehouden aan wat hun God van ze vroeg: armen, wezen en weduwen beschermen, rechtvaardig leven uit de hand van God. Als dankbare mensen aan wie álles wat ze hebben, gegeven is, bevrijd als ze zijn uit Egypte, ooit slaven. Dát vergeten, opzettelijk vergeten, willen negeren, het hart sluiten en de poorten voor dat goede, dat is onvergeeflijk zegt Jeremia. En daar gaat de stad. Doom en gloom.

Ik voel de parallelen. Jeremia zou zeggen, denk ik, dat wie de grenzen sluit ten dode is opgeschreven. Als land. Uiteindelijk. Als dat zo is, pareren we de doemscenario’s van mensen die vrezen voor islam en grote hoeveelheden vluchtelingen met een tegengesteld doemscenario. Vrolijk word je er niet van.

Dit schrijft Paulus aan het kerkje in Korinthe vanochtend: ‘Zo is het met de opstanding van de doden. Wat gezaaid wordt in vergankelijk, verrijst in onvergankelijkheid. Wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in onvergankelijkheid en kracht.’

Dat scheelt. Een beetje. Niet het grote getal, niet de macht, geringheid. Zoals een klein partijtje aan de onderhandelingstafel. Of beter nog: zoals een klein vlammetje in jouw en mijn ziel dat verlangt naar een gastvrij, tolerant en hoopvol land dat een missie heeft in de wereld – en die missie is niet overeind blijven, geld verdienen of voor vol worden aangezien. Maar de arme, wees en weduwe, de wil van de goede in de hoop dat hij dan ook beschermt. Niet dat een land kan geloven, dat kunnen alleen jij en ik, mensen. Geloven dat wat in geringheid en zwakte gezaaid wordt, met angst in het hart of de gedachte dat het geen deuk in een pakje boter slaat, dat zál opstaan in heerlijkheid en kracht.

‘Ik prijs u, Vader, dat gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor de wijzen en verstandigen, maar ze geopenbaard hebt aan de kleinen,’ zegt Jezus van Nazareth en vervolgt: ‘Kom tot mij als je vermoeid en belast bent, ik zal je rust geven. Mijn juk is zacht en mijn last is licht. Gij zult rust vinden voor uw zielen.’ Op de rust, de hoop en de zegen.

Klaagliederen 1

1 Korinthe 15

Matt 11