Verdergaan is altijd afscheid nemen

Verdergaan is altijd afscheid nemen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Verdergaan is altijd afscheid nemen – PopUpGedachte vrijdag 20 oktober 2017

Af en toe twijfel ik he? Op dat vroege uur. Wanneer is het moment om afscheid te nemen van deze vorm? ’s Avonds heb ik daar meestal geen last van, ’s middags ook niet echt, maar als die wekker gaat. Het is niet eens zo verschrikkelijk vroeg, er zijn er die voor hun werk altijd op dit uur opstaan. En toch? Wanneer is de tijd om verder te gaan en los te laten. Niet nu, misschien wel nooit. Hoe aardig zou het zijn om als opa van 70 nog steeds dezelfde oude teksten open te slaan en weer tot je verrassing elke dag iets nieuws te vinden. Dat kunnen die teksten wel. Waarom niet stoppen? Omdat ik het nog niet kwijt wil. Om het verlies.

Toch, er komt een moment. Want vooruit bewegen gaat altijd gepaard met verlies. In de tekst van vanochtend bouwt Zerubbabel aan een nieuwe tempel. De vorige is verwoest, het hele volk weggevoerd en ze hebben tijd in een vreemd land zitten wachten op terugkeer of perspectief. En nu zijn ze terug, beginnen ze weer hun gebruiken op te pakken en de tempel te herbouwen; de kern van hun identiteit. En dan staat er: al het volk begon luid te juichen omdat er een begin was gemaakt. Wel begonnen veel oudere priesters, levieten en familiehoofden luidkeels te weeklagen toen de tempel voor hun ogen werd herbouwd. Maar de menigte juichte vol vreugde en jubelde luid. Het gejammer en geweeklaag werd overstemd door het gejuich van de menigte.

Fascinerend toch? De ouderen die de gloriedagen van de vorige tempel hebben meegemaakt, weten wat ze verloren hebben, dat het niet meer zo gaat worden als toen, ook niet als deze tempel herbouwd is, kijk eens hoe de rest van de stad nog in puin ligt. En überhaupt, hoe moet het samengeraapte zooitje weer dat krachtige, steady volk worden. Deze stad heeft geen gat in het hart, het heeft geen lijf meer. Pijnlijk zichtbaar bij de herbouw waar anderen om juichen en zij om huilen omdat het hen confronteert. De laatste fase van elk rouwproces is aanvaarding, waarbij je realiseert dat wat verloren is ook nooit meer terugkomt en er een weg vooruit genomen mag, moet of kan worden. Het is zo’n lange weg om daar te komen omdat ten volle realiseren wat voorbij is, zo moeilijk is.

En niet alleen in dramatisch verwoeste steden, waar de jonkies juichen dat er tenminste weer gebouwd wordt, het is overal waar ontwikkeling plaatsvind. Paulus stuurt een jonge medewerker naar een gemeenschap in Korinthe die hij gestart is en zegt: ‘Wanneer Timotheus komt, zorg ervoor dat hij zich thuis voelt’ – tot zover logisch – ‘niemand mag hem minachten.’ Waarom zouden ze? Dat is toch heel onaardig. Aan de andere kant; hij is Paulus niet, he? Het is Timothëus maar. Toch jammer, dat hij niet zelf kwam. Dat hij andere prioriteiten stelt. Tja, Timotheus, nou zeg maar wat je te zeggen hebt, maar je bent niet het echte werk he? Dat zeggen de ouden, degenen die er waren in de begin-energie.

Een verhuizing is verlies, een nieuwe baan is verlies, een nieuwe verjaardag is verlies van het jaar daarvoor. Je kunt die oudjes hun tranen niet verwijten, al is het niet heel lekker stimulerend voor de jongeren die juichen en hopen dat er een nieuwe tijd aanbreekt, die alles zullen moeten geven om die nieuwe tijd te realiseren, het is niet lekker stimulerend dat anderen staan te huilen om datgene wat verloren is. Gelukkig zijn ze met veel en overstemmen. Het is niet heel lekker voor Timotheus dat mensen erop gewezen moeten worden om hem niet te minachten. Het is logisch, maar het is niet prettig.

Het christendom is geen conserverende religie, qua type. Het is niet conservatief van aard. Verlieservaringen zitten er diep in gebouwd, vasthouden wat je hebt is heus belangrijk, maar wordt ook altijd bekritiseerd, omdat juist geloof, hoop en liefde kwetsbare realiteiten zijn waar verlies bij hoort. Wie wil liefhebben met garanties dat er geen verlieservaring plaatsvind, kan niet liefhebben. De kwetsbaarheid en mogelijke pijn zijn inherent hieraan. Hoop heeft al iets van treurigheid bij zich over hoe de dingen zijn. Was alles voor elkaar, waarop zouden we nog hopen. Geloof is bereid om de schepen achter zich te verbranden en te vertrouwen. Er is altijd ruimte voor de verlieservaring, maar niet te lang, niet te veel, niet blijven hangen, het mag en moet overstemd worden door de hoop. Als je het zelf niet kunt opbrengen, is er vast iemand anders. Dit oude geloven wil niet terug naar vroeger toen er dingen beter waren, maar vooruit en vraagt bereidheid en vertrouwen om comfort, thuisvoelen, op je gemak zijn te verliezen. Of dat nu gaat over een tempel, over een leider die dichtbij was en jou als eerste focus had of wat dan ook. Eenheid wordt niet gevonden in het heden, of het verleden maar in een gezamenlijk verlangen naar een andere toekomst. Daar hoort verlies bij, dat kan niet anders. Niets is blijvend, behalve het geloof, de hoop en de liefde. In steeds nieuwe vormen. En dat dan vieren, daarop toosten. Steeds weer.

Ezra 3:1-13

1 Korintiërs 16:10-24

Matteüs 12:22-30