Beter denk je drie keer na voordat je déze vraag stelt

Beter denk je drie keer na voordat je déze vraag stelt

Hoe verwerf ik het eeuwige leven? Maar wie stelt die vraag ook nog, denkt Jolien van Zelderen (nieuw in het panel). Erik Drenth ziet dat de deur voor de rijke jongeling nog altijd op een kier staat.

De theologen uit ons panel – Jolien en Erik – lezen vandaag Matteüs 19 vers 16 tot 30.

Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?

Jolien:

Het verhaal van de rijke jongeling is ergens een triest verhaal. We zien een jonge man die vol enthousiasme naar Jezus toegaat en deze diepzinnige vraag stelt: hoe bereik ik het eeuwige leven? Een vraag die ik zelf niet zo snel zou stellen. Wat ik mijzelf eerder afvraag is: hoe kan ik als mens gelukkig worden? Met welke activiteiten haal ik alles uit het leven? Daarin zoek ik wel naar de zin van het bestaan, maar de vraag naar het eeuwige leven stel ik niet.

Zijn teleurstelling maakt mij verdrietig

De jongeling mag dan worden neergezet als iemand die teveel hangt aan het aardse leven, ik bewonder hem voor het stellen van deze vraag. Het maakt mij verdrietig te merken dat hij teleurgesteld raakt bij het horen van Jezus’ antwoord. Dit is toch een enthousiasteling die zijn prioriteiten op de rit heeft. Uitgerekend hij moet dat alles opgeven om het eeuwige leven te verkrijgen.

Misschien stel ik die daarom vraag niet. Ben ik bereid om alles op te geven?

Wellicht valt hier een onderscheid te maken tussen materiële en geestelijke zaken. Ik zou de mensen om mij heen niet kunnen missen, maar de spullen die ik heb vergaard kan ik wegdenken uit mijn leven. Dat weet ik uit ervaring. Niet omdat ik zo vroom ben, maar omdat ik alles noodgedwongen op moest geven toen ik twee jaar geleden thuis kwam te zitten door een auto-ongeluk.

Wat stelt zo’n leven voor?

Mijn hersenen waren overprikkeld. Slapen, lezen en schrijven kon ik amper meer. Ik besloot mijn huis te verlaten en in te trekken bij mijn vorige onderbuurman, die een kamer over had waarin ik kon logeren. Wat ik mezelf ging afvragen was: wat stelt zo’n leven precies voor?

De kunst van geestelijke leven bestaat volgens mij uit loslaten. Er zijn maar weinig dingen waar we controle over hebben. De wereld is niet maakbaar, wat de mensen en de wereld om ons heen daarover ook zeggen.

Het gaat om het loslaten

Terugkijkend op deze periode en mezelf de vraag naar het eeuwige leven toch stellend, lijkt het antwoord misschien simpel. Het eeuwige leven bereik je door alles los te laten, want dan kom je uit bij de werkelijke betekenis van de goddelijke liefde. God zoekt mensen en weet ze te vinden, waar ze ook heen gaan. Maar een houding aannemen van werkelijk gevonden worden, daarvoor moet je bepaalde zaken kunnen loslaten. Voor die rijke jongeling was dat zijn bezit.

Er zijn blokkades op de weg naar het eeuwige leven, die we zelf in handen houden, waaraan we vastklampen. Juist nu ik alles weer terug lijk te ‘hebben’, zal ik mezelf moeten blijven herinneren dat het erom gaat mij te laten vinden door de Eeuwige zelf door de dingen opnieuw los te laten.

 

Hoe beter je de Boodschap begrijpt, hoe moeilijker ernaar leven wordt

Erik:

Jezus geeft een rijke man de opdracht al zijn bezit weg te geven, anders kan hij zijn aandeel in het Koninkrijk van God wel vergeten. Een heerlijk ongemakkelijke passage voor Nederlanders in de 21e eeuw, die doorgaans flink wat bezitten. Het drukt je met de neus op het feit dat Jezus tijdens zijn dagen als prediker in Israël een boodschap had met een behoorlijke impact. Dat brengt me tot twee observaties.

Ten eerste: de impact op het leven van de rijke man is zo groot, dat hij afdruipt. In een mooi opgepoetst sprookje zou de man natuurlijk meteen alles verkopen, het geld weggeven, en naar Jezus gaan. En ze leefden nog lang en gelukkig. Zo gaat het niet. Het lukt de man niet, en hij laat het er bij. Als we eerlijk zijn geldt dat voor iedereen wel eens. Hoe beter je begrijpt wat de Boodschap is, hoe moeilijker het wordt om daar ook echt naar te leven. Dan druip ik soms af.

Dus het kan toch?

Ten tweede: de discipelen snappen ook wat de impact is. Wie kan er dan wél naar het Koninkrijk? Legt Jezus de lat hier niet te hoog? Jezus geeft antwoord, maar laat het echte antwoord eigenlijk in het midden, als denkvoer voor de lezer. ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’ Kan het dan toch?

Moet je alles weggeven als je Jezus écht wilt volgen? In Jezus’ antwoord op de discipelen zie ik de deur op een kier staan voor een coulanceregeling. Misschien gaat het Hem erom dat je je leven niet af laat hangen van je bezit. Wat je hebt, bepaalt niet wie je bent. Voor Jezus niet, en voor anderen hopelijk ook niet. De lakmoesproef om te bepalen of wat jij hebt, bepaalt wie jij bent, is het antwoord op de vraag: wat zou jij doen? Geef je alles weg?


Jolien van Zelderen is predikant in Broek op Langedijk, in de Trefpuntkerk.

Erik Drenth is namens het CDA wethouder in Hoogezand-Sappemeer. Hij was een van de theologen van www.staatgeschreven.nl.

Lees hier de vorige aflevering