En hij begon nog harder te roepen

En hij begon nog harder te roepen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

En hij begon nog harder te roepen – PopUpGedachte maandag 20 november

Het is een gekke ochtend. Normaal kom ik tegen zessen met een slaapdronken hoofd naar beneden gewaggeld en is het de eerste thee en de frisse lucht van het balkon die het hoofd helder maakt. Dan begint het besef van in de wereld maar een klein vlekje zijn en de gedachte gezien te zijn, niet alleen. Dat de wereld gedreven wordt en niet aan zijn lot overgelaten door het heelal zweeft. Deze ochtend ben ik al uren wakker, eigenlijk pas net weer thuis gekomen. Om drie uur opgestaan en naar het centrum gefietst waar een oud VOC-schip ligt en in het holst van deze nacht met een klein bootje en een paar vrienden aan boord geklommen met een missie.

Het is vandaag, deze maandag, internationale dag van de rechten van het kind. Dat een kind onvervreemdbare rechten heeft, of beter eigenlijk, dat de mens onvervreemdbare plichten heeft tengenover een kind: vrede en veiligheid bieden bijvoorbeeld. En sinds het afgelopen regeerakkoord hebben alle partijen besloten dat we toch Nederlandse kinderen die hier al heel lang wonen, midden in de nacht van bed mogen lichten of bij klaarlichte dag van een schoolplein mogen plukken, in de gevangenis zetten en uitzetten naar een voor hen vreemd en gevaarlijk land. Irak, Afghanistan, Armenie. Vanwege hun ouders, hun voorgeschiedenis. De kinderen komen daar dan oorspronkelijk vandaan maar zijn al zo totaal vernederlandst. Zij leven in diepe angst. Vanochtend starten we: ‘Pardon?!’ Een campagne – eigenlijk een beetje een groot woord, want we beginnen gewoon maar te roepen – waarmee we zeggen: Pardon?! Dóen we dat in Nederland? Waar is ons gastvrije en tolerante land gebleven in vredesnaam.

We hebben vlaggen laten maken met heel groot Pardon?! erop geprint. En dus klommen we in de stilte van de nacht stiekem aan boord van het grote VOC-schip dat voor het Scheepvaartmuseum in Amsterdam ligt, haalden de vlaggen die trots in de top wapperden naar beneden en hesen onze eigen rood-wit-blauwe Pardon?! vlaggen in de top. Die VOC-mentaliteit moest in Nedeland een Pardon-mentaliteit worden. En het eerste statement was gemeaakt. Gek dat zoiets gewoon kan. We gaan straks weer kijken, hoe het er bij ligt in daglicht. Of het al weggehaald is. Maar we hebben geroepen, omdat er niet geluisterd wordt. Anderen hebben geroepen, Defence for Children, de families zelf, burgemeesters, nu wij ook. En we starten een Pardonalert, via goeieactie.nu.

Vanochtend lees de bijbelteksten van deze dag. Ik volg een oud leesrooster en het altijd een verrassing wat nu weer in die oude teksten staat. Dit keer is het een roepende. Een blinde. Hij bedlet, want niemand kijkt naar hem om. Geen verzorgingsstaat, geen familie, niks. Dus hij bedelt. Dan staat er ‘Hij hoorde veel volk voorbijtrekken en vroeg wat er te doen was. Men vertelde hem dat Jezus voorbijging. Nu begon hij te roepen: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Die voorop liepen snauwden hem toe te zwijgen; maar hij riep nog veel harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Hij riep nog veel harder, had niets te verliezen en wilde doordringen. Omdat hij geloofde dat er ergens achter die haag van onwillige stemmen iets anders schuilging, een hart, iets lichts, als hij het maar kon bereiken.

Die hoop. Dat als het doordringt, dat er dan echt iets gebeurt. Een Pardon?! is zo hoopvol. We willen zoveel mogelijk mensen op de hoogte stellen van de shit die gebeurt, niet uit beschuldiging maar omdat we ergens wel weten: als het echt bekend is, kan het niet blijven bestaan. Dat gaat niet. Achter die gesloten rijen van het kabinet en media die er ook maar weinig mee wil doen op het moment, gaat een hart schuil. En hij riep nog harder: Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Jezus bleef staan en gebood dat hij bij hem gebracht zou worden.’ Hij geneest de man. Vreemd, raar, onwerkelijk, maar deel van dit verhaal. En dan, dít vind ik weer fascinerend: ‘Toen heel het volk dat zag – dat de man weer zien kon – bracht het eer aan God’. Wat archaisch geformuleerd, maar die hele chagerijnige menigte die zei dat de man zijn brutale irritante mond moest houden, begint hem opeens te feliciteren en te vieren dat ie genezen is. Harder roepen dus. Soms.

Niet zomaar overigens. Ons land heeft ook een ziel. En ik weet niet zo goed wat we ermee aan het doen zijn. Voor mensen in nood, vreemdelingen, nieuwkomers, anderen. De psalmdichter schrijft vanochtend in het andere fragment: ‘Ik ben verontwaardigd over de zondaars, die onverschillig zijn voor uw wet.’ Er is meer dan politiek, dan wat realistisch en haalbaar is. Sommige dingen zijn wet. En dat is dat je niet zo omgaat met mensen als we nu omgaan met mensen die asiel zoeken. Verontwaardiging, iets om te koesteren. En soms ineens in iets om te zetten dat mogelijk verandering brengt. Op hoop van zegen.

Ondertussen wordt het licht. Moge deze dag iets brengen. In Godsnaam. Dat er iemand blijft staan, iemand met invloed, die zich omkeert en zegt: ‘Wat wilt u dat ik doen zal’. En het dan doet. En tot die tijd blijven we roepen.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.