De marathon lopen, niet de sprint

De marathon lopen, niet de sprint

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. 

De Marathon lopen, niet de sprint

Ik weet niet of het met mijn type werk te maken heeft, dat pionieren en elke keer weer opnieuw aanvoelen wat er nodig is, maar met regelmaat hoop ik dat ik het einde van de week zonder al te veel kleerscheuren haal, dat de absoluut noodzakelijke dingen gebeurd zijn, dat ik kwaliteit heb geleverd waar nodig, een goede vader en man en hopelijk een goede vriend ben geweest en de meest urgente mailtjes heb beantwoord. Zoals derde aanmaningen voor betalingen, dat zijn de urgentste. En mailtjes van mensen die zich afvragen of ik nog wel besta. Die ook. Het is extreem reactief en het zijn sprintjes. Ik hou niet van sprintjes en toch trek ik ze elke keer weer. En vanochtend zegt Jezus van Nazareth: Kom tot mij en ik zal u rust geven. Het is mijn werk om dat te doen, steeds weer, maar rust ho maar. Dat is een beetje overdreven, maar toch niet geheel onwaar.

Ik hoor mezelf soms zeggen tegen hard werkende collega’s; we moeten de marathon lopen, he? Niet de sprint. Bij de sprint begin je met een maximaal tempo wat je precies vol kunt houden tot die eindstreep die je zo’n beetje al in het vizier hebt. De spanningsboog van een dag of een week, voor sommigen een maand. Een marathonloper kan niets van de eindstreep zien, maar weet alleen dat hij of zij nog een heel eind voor de boeg heeft en dat sprinten dodelijk is. Daar ga je aan stuk. Die regelt het tempo zo in dat het een mooi poosje vol te houden is. Het is geen wandelen, maar het is zeker geen sprint. Het mag zweten, maar niet kapotgaan. Dat idee.

Zoiets zeg ik dan. Wijze raad is dat, denk ik dan. Zou ik zelf eens ter harte moeten nemen. Leuk ook voor in de Happinez, toch? Niet sprinten, maar de marathon.

Terwijl ik dit schrijf vraag ik me af of dat oude evangelie iets meer te bieden heeft dan een happinez tekst. Er staat: ‘(ook) Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen.’ Zelfs de marathonloper gaat dus op een gegeven moment onderuit. Er is een einde aan de kracht. Kan gebeuren he? Heb je alles goed ingeschat, juiste hoeveelheid water, juiste hoeveelheid eten, goede voorbereiding, goede weersomstandigheden, oh een griepvirusje. Niet vooruit te branden. Toch balen. En er zijn sowieso altijd andere mensen sneller en beter, jonger, heldhaftiger, wat dan ook. En dan?

‘Wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht’ staat er ‘hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput’. Jezus zegt het ook vanmorgen, hij zegt het Jesaja na: kom maar, uitgeput mens. Jij die last hebt. Ik geef je rust en verlichting. Ik heb een zacht juk en een lichte last. Goed even opletten hier trouwens: Hij zegt niet: hier, kom maar hier, leg dat zware juk eventjes af en luier een poosje met mij in het gras. Alles komt goed. Een soort zondagse pauze in de wekelijkse sprint en dan verfrist weer aan dezelfde eeuwige race beginnen als iedereen, waar anderen sneller zijn, jij moe wordt en de last verrotte zwaar voelt. Maar gelukkig is daar de wekelijkse pauze.

Jezus van Nazareth heeft een ander type last, een andere opdracht, een ander juk, een andere taak om op te pakken, Zacht en licht.

Wat is dan het geheim? Als eerste misschien dit: de chef, God, de toezichthouder, is zachtmoedig en nederig van hart. Dat helpt. Dat is je geweten namelijk heel vaak niet, zachtmoedig en nederig. Onze cultuur ook lang niet altijd. Het moet toch gauw harder, meer, sneller en beter en ondertussen gelukkig zijn en zoveel mogelijk uit het leven halen,  goede baan – liefst – leuke partner, paar dotjes van kinderen, huisje, je inzetten voor je naaste. Je weet wel. Die paar dingen. Fucking onmogelijk. Maar he, dat geeft niet. Als je er maar alles aan gedaan hebt. Maar ook dat doe je niet, want de opdrachten zijn tegenstrijdig. Niet te hard jagen op geld en goed, af en toe lekker me-time, netflixen, niks doen. En wel natuurlijk uniek zijn, mooie verhalen, de hele shit. En zelfs als je dat allemaal niet denkt, loop je nog eind van de week met je tong op de schoenen blij dat je de finish hebt gehaald. Of in elk geval in december. Eind van het jaar.

Een tweede gedachte uit de tekst: tijd om karma te ontslaan. Het is niet waar. We groeien allemaal op met een zeker geloof in karma. Jij doet iets en dat heeft gevolgen. Jij doet iets niet heeft ook gevolgen. De meeste dingen zijn je eigen schuld. Ook christendom heeft dat verinnerlijkt, maar dan is het zo: jij doet iets, God beloont je. Jij doet iets niet, dikke straf. Tenzij je snel vergeving vraagt, maar goed – dan nog diep door het stof en het beter doen enzo. Boontje komt om zijn loontje, in principe. Maar dan staat er dit:

Dit zegt de psalm: De eeuwige, Jhwh, is barmhartig en welgezind, geduldig en goedertieren. Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.

Geen karma, geen boontjes en loontjes. Gewoon niet. De maker heeft geen finish, geen medailles of eindstreep die je moet halen. Er is geen wedstrijd, er is niets meer te winnen of te verliezen. Dat is het idee. Het is tijd om karma te ontslaan en een hele andere wedstrijd te lopen. Een wedstrijd die geen wedstrijd meer is, want alles is al gewonnen. Dat in het vooruitzicht, dat als Advent. Lijkt me fijn.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.