Hoeft niet, mag wel

Hoeft niet, mag wel

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6:00 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. 

Hoeft niet, mag wel – PopUpGedachte maandag 15 januari

Een nieuwe week, de derde in het nieuwe jaar. Alles weer een beetje gestart, ritme een beetje gevonden en het zijn de dagen waarop goede voornemens een beetje getest worden. Blijft het bij die ene keer hardlopen na Oud en Nieuw, met het vaste voornemen in je hoofd om het werkelijk te doen? Lukt het om die zondagavond te gaan lezen in plaats van je leeg te laten slurpen door Netflix onder het mom van ontspanning?

Wat zijn goede voornemens eigenlijk? Meestal gaan ze niet over de zaak zelf. Het is in zichzelf niet belangrijk om iets meer te lezen. Het maakt meestal niet eens uit welk boek. Het is niet dat je zo van hardlopen houdt, dat je die schoenen weer aantrekt, zo’n maf lichtje om je arm heen bindt en bij nacht en ontij door het park holt. Een zekere beloning heeft het wel in zich, maar je zoekt iets anders. Iets ongrijpbaarders. Daarom kiezen we voor andere gewoontes.

Het lijkt erop dat die harde religieuze geboden, waarmee het halve Oude Testament vol staat, veeleer bedoeld zijn als gewoontes. Noodzakelijke gewoontes voor toen, dat wel. Dan als geboden, geboden zoals wij ze horen: Doen, anders boete. Doen, anders slecht mens. Sterker nog, je kunt ze helemaal uitvoeren, die geboden van de Heer, en een beroerd mens blijven. Niet dat je ze dan maar moet wegkieperen, ze zijn identiteitsbepalend. Ze zweren bij hun Thora als intense bron van wijsheid. Maar misschien – en ik gok even – dat ze meer zweren bij hun Thora als een liefhebber van een bepaald type yoga bij zijn yoga. ‘Het heeft mijn leven gered, zonder dit of dat ben ik verloren’ – meer zo zweren bij de geboden, dan als een Nederlander die weet dat hij zich aan de wet moet houden, anders zwaait er wat.

De grote priester-profeet Samuel in de lezing vanochtend: gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid beter dan het vet van rammen. En de maandagochtenddichter in psalm 50: ‘Ik maak u over offers geen verwijt, uw offerdieren zie ik aldoor branden. Ik wil geen stier meer uit uw huizen. Wat spreekt ge aldoor over mijn geboden, gij die nimmer acht slaat op mijn woorden.’ Je kunt precies doen wat er gevraagd wordt en een eikel blijven. Je kunt niet doen wat er gevraagd wordt en alle zicht op de wijsheid verliezen. Want dat geldt ook, hé?

Je kunt vinden dat alleen dat wat je echt voelt van waarde is en elke ochtend bij jezelf checken of je vandaag dan echt authentiek verlangt naar een rondje hardlopen. Dan wordt het dus nooit iets met de sport. Maar wie weet dat hij of zij niet weet wat goed is, per se? Maar weet dat het wel ontdekt kan worden, niet door studie of door heel erg willen, maar door oefenen en doen – die ontdekt wat hij of zij zoekt aan de hand van zelfgekozen regels en soms een ijzeren discipline.

De vele voorschriften van de Eeuwige waren tools om een samenleving te scheppen waarin recht en gerechtigheid zichtbaar geleefd werd. Hoogstaand en inspirerend voor de rest van de wereld. En dat heeft gewerkt, in zeker opzicht. Maar de schaduwzijde van het mooiste is misschien wel het zwartste. Elke religieuze handeling die erop gericht is om het goede het ware en het schone eigen te maken – kan het tegendeel creëeren. Dat roepen die oude teksten al vanaf het begin.

Wanneer zijn de voorschriften belangrijk? Of dat nu gaat om sport, om je voornemen om weer eens te gaan bidden – gelovig of niet – om stilte te zoeken of een kerk? Jezus van Nazareth wordt vanochtend bevraagd door zijn tijdgenoten waarom zijn leerlingen zich niet aan de voorschriften houden om op bepaalde tijden te vasten. Vind ik overigens vet mooie gewoonte. En effectief. Even vasten verandert je smaakbeleving, hoe je tegen eerlijke verdeling van voedsel aankijkt, hoe je uberhaupt leeft. Nogal effectief. Jezus zegt: zolang de bruidegom in hun midden is, kunnen ze niet vasten. Er zullen echter dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen en dan, in die tijd, zullen ze vasten.

Deze regel zou je eruit kunnen afleiden – die meteen een manier is om het gewoontekarakter en het goede voornemen-gevoel van de religieuze geboden te behouden: de zogenaamde geboden (zowel het offeren van toen, het kerkgaan van nu, je stille tijd of het lezen van inspiratie). In de regel geldt dat het nodig is als je het niet voelt. Als het er niet is, die stilte, die inspiratie – dan is het nodig. Als het er wel is, dan is het facultatief. Zo kunnen geboden misschien het karakter van voornemens en gewoontes behouden. En blijft dat oordelen een beetje uit. Het ging toen niet om de geboden zelf en nu niet. Maar zonder kan ik ook niet. Lang leve goede rituelen en gewoontes die niets kunnen beloven, maar waarbij tijdens het doen ervan soms even het licht doorbreekt. Een goede week.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.