Claartje Kruijff: verlangen naar een ons

Claartje Kruijff: verlangen naar een ons

Deze week vieren we de verschijnen van het boek Lazarus Staat op met vijf gast-schrijvers. Zij volgen Rikko’s vroege ochtend ritueel en komen met hun eigen tekst. Vandaag Theoloog des Vaderlands Claartje Kruijff.

Het is hier heel vroeg – de verwarming gaat hier om 7 uur pas aan mijn man en pubers slapen nog diep – ik moest toen mijn wekker net voor mijn gevoel veel te vroeg ging even diep nadenken waarom ik die Rikko toch altijd zo’n aardig man vind…

Maar dat terzijde

Op het leesrooster woensdag 21 februari, vandaag. Ik lees enkele regels voor

Nineve was een geweldig grote stad, drie dagen had men nodig om er  doorheen te trekken. Jona begon de stad in te gaan, een dagreis ver. Toen riep hij:  ‘Veertig dagen nog, en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt!’ Maar de Ninevieten zochten hun steun bij God; zij riepen een vasten uit en allen, van groot tot klein, trokken zij boetekleren aan.

Dit beeld ontroert me. Weet je waarom? Omdat ik dit precies mis. Dat gevoel van ‘ons’. Allemaal mensen die goeds brengen en het moment erop er een potje van kunnen maken. Mensen zoals jij en ik.

In Nineve roepen ze een vasten uit. Ze blijken collectief de weg kwijt te zijn en trekken als een ons een boetekleed aan. Van groot tot klein, hoe mooi.

Hoe is dat eigenlijk bij ons? We oordelen wat af. Harde taal, polariserende standpunten. De splinters in ogen van anderen, terwijl balken ons zicht vertroebelen. Mensen worden binnen enkele ogenblikken veroordeeld zonder dat we de feiten kennen. Zonder dat we ons afvragen of het eigenlijk wel aan ons is. En ondertussen voelen we ons continu schuldig dat we het niet goed genoeg doen.
We zijn ons eigen oordeel geworden.
Oordeel. Schuld. Boete. Het houdt mij bezig zoals je hoort. Vergeef ons zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. De Ninevieten deden collectief boete.

We houden niet van het woord schuld, veel te zwaar. Maar wordt schuld wellicht niet juist zwaarder, nog meer aanwezig en te individueel ervaren van binnen als je het niet kunt benoemen met elkaar. We spreken alleen nog maar over schuld, schuldig zijn op een individueel niveau terwijl schuld bij onze algemene menselijke conditie hoort. Schuld is iets collectiefs. Het komt mee met de gebrokenheid en gebrekkigheid van ons bestaan. En juist als je het nergens kunt benoemen en neerleggen of afleggen zelfs wordt het misschien wel veel te zwaar. Je veroordeelt jezelf steeds opnieuw, Je zit op slot in je eigen oordeel en bent je mildheid en ook weidsere blik kwijt. Terwijl dingen lichter kunnen worden als je ze aan het licht laat komen.

Ik moet denken aan de Aswoensdagviering op 14 februari in onze kerk, het begin van de Vastentijd. Met mijn collega deelde ik Askruisjes uit. We stonden in een kring met ongeveer 100 mensen, oudere en jongere mensen- een mooi divers en verzameld ons. Het was ontroererend hoe sommige mensen mij verwachtigsvol aankeken als ik ze een kruisje toediende, sommigen keken naar hun schoenen. Ik keek in de doorleefde ogen van een oudere dame en moest een haarlokje wegschuiven om een stukje voorhoofd te vinden. Het was een heel intiem gebaar, bij iedereen opnieuw. Klein en groots tegelijk. Wat was ik blij dat ik zelf daarna ook een Askruisje ontving. En mijn collega mij zegende: ‘Mens ben je, stof van de aarde, wees gezegend.’

Met de woorden van deze zegen in mijn hoofd en hart begin ik lichter aan deze dag, met zachtere ogen. En oh ja, ik weet nu weer waarom ik Rikko zo’n aardige man vind.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Claartje vanochtend las.