Job van Schaik: Het Kwaad en de Oude Man Met de Witte Baard

Job van Schaik: Het Kwaad en de Oude Man Met de Witte Baard

We vieren dat Lazarus Staat Op in boekvorm is verschenen (Lazarus Staat Op) met gastoptredens van diverse schrijvers, denkers en theologen. Vandaag staan we op met journalist Job van Schaik.

Het Kwaad en de Oude Man Met de Witte Baard – Job van Schaik

Vandaag lezen we het Onze Vader, het gebed dat Jezus ons gegeven heeft. Sinds paus Franciscus daar een tijdje terug een opmerking over maakte, blijf ik steeds hangen op dat ene zinnetje: ‘En leid ons niet in verzoeking’. In ‘bekoring’ staat er in de vertaling die de teksten van het leesrooster gebruikt. Dat is iets anders. Maar het komt op hetzelfde neer: God leidt ons blijkbaar in verzoeking. Of in bekoring. Moedwillig. Anders zouden we Hem niet hoeven te vragen om dat niet te doen.

Als ik me de kritiek van de paus goed herinner dan vindt hij dat maar raar. Want het is toch niet God die ons in verzoeking leidt? Dat doet toch de Satan? Ik hou niet zo van dat woord: Satan. Dan zie ik al snel een slang, of een duivel met hoorntjes voor me. En dat beeld is net zo plat en afstandelijk als de Oude Man met de Witte Baard die op een wolkje in de hemel huist. Ik hou het liever wat abstract en spreek liever van het kwaad. Of nog liever: de afwezigheid van het goede. Maar dit terzijde.

Ik was geneigd paus Franciscus gelijk te geven. Zeker nadat ik er met mijn vriendin over gesproken had. Als wij samen bidden, dan vraag ik haar wel eens om het Onze Vader in haar moedertaal, het Papiaments, te prevelen. En in het Papiaments staat iets anders. Daar staat, letterlijk vertaald: ‘Laat ons niet in verleiding komen.’ Dat sluit veel beter aan bij wat paus Franciscus zegt.

De NBV en de Naardense Bijbel maken van dat ene zinnetje: ‘En breng ons niet in beproeving’. Dat hangt er een beetje tussenin. Want ‘beproeving’ klinkt net wat minder erg en satanisch dan ‘verleiding’, vind ik.

Maar nu ik wat mediteer op dat ene zinnetje – dat was de tip die Rikko meegaf: haak in op het zinnetje dat blijft hangen en probeer daar al associërend over te schrijven – begin ik te twijfelen. Dit is nu juist zo’n zin die de categorieën openbreekt, denk ik nu. Want als het inderdaad – zoals de paus zegt – het kwaad is dat ons in verzoeking brengt, dan maak je van dat kwaad iets dat buiten ons staat. Iets dat niks met mij als mens te maken heeft. Net als die God van het theïsme, die wel of niet bestaat. De Oude Man met de Witte Baard.

Het kwaad is niet iets dat buiten ons staat. Het kwaad heeft geen bokkenpoten of een staart. De verleiding komt van binnenuit, uit onszelf. Wij hebben de keuze om eraan toe te geven of het te weerstaan. En dat laatste kunnen we niet alleen, maar daar hebben we God voor nodig. Wie of wat Hij ook is. En daar bidden we voor in het Onze Vader.

Maar geldt dat dan ook niet voor God? Maak ik nu van God niet ook iets dat van binnenuit komt, uit mezelf? Nee, ik denk het niet. Dat zou alleen zo zijn als God en het kwaad op dezelfde hoogte zouden staan en als begrippen, of categorieën, vergelijkbaar zouden zijn. Of als ze twee strijdende personen zouden zijn. Dat is een godslasterlijke gedachte, denk ik. God is niet in een begrip te vangen of in een categorie onder te brengen.

God is de bron van alles en gaat het denken te boven. En eraan vooraf. En eraan voorbij. Hij (ik hou niet van die mannelijke inperking, maar ik gebruik de woorden die we gewend zijn) is het doel waarnaar we streven; ‘de weg, de waarheid en het leven’, zoals een andere evangelist het formuleert. En onze opdracht is Hem, ‘die weg, die waarheid en dat leven’ waar te maken in ons doen en laten: het goede doen, onze naaste liefhebben, het koninkrijk vormgeven.

Eigenlijk precies zoals het staat in de tekst uit Jesaja van vandaag: ‘Zo spreekt God de Heer: “Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren, wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan de eter, zo zal het ook gaan met het woord; dat komt uit Mijn mond, het keert niet vruchteloos naar Mij terug, het keert pas weer, wanneer het Mijn wil volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld”.’

En het kwaad? Dat krijgt alleen een kans waar God niet is. Waar Zijn woord geen vrucht heeft gedragen en niet wordt waar gemaakt.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Job vanochtend las.