Is het al tijd?

Is het al tijd?

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Is het al tijd? – PopUpGedachte dinsdag 27 maart

En dan is het opeens weer donker. We hebben met elkaar aan de klok gezeten. Uurtje vooruit en ja hoor, zitten we weer te wachten tot het licht wordt zo op de vroege ochtend. De vogels hebben het niet door, lijkt het. Die zijn gewoon wakker. Zij vinden gewoon dat het lente is geworden en fluiten, kierewieten en tsjilpen de zon alvast tevoorschijn.

Ik lees. Oude tekstfragmenten die in elk tijd een eigen betekenis kregen toegeschreven. Honderden jaren voor Christus lazen Joodse wijzen er hoopvolle en confronterende betekenissen in voor hun tijd toen. Vroege christenen lazen in de eerste eeuwen dat hun hoop in vervulling was gegaan. En nu zit ik hier, aan een rood-wit-geblokt tafelkleed met diezelfde tekst voor mijn neus en de vraag wat het betekent vanochtend. Geen tijd voor lange beschouwingen of diepe theologische exegeses, het is ook niet meer dan een oefening. Even weer stil staan, even zelf opstaan en inspiratie zoeken voordat de dag begint.

Het begint in de oude profetentekst met een oproep aan de hele wereld: verre volken, luister aandachtig. Al in de schoot van mijn moeder heeft de Heer mij geroepen, nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam. Mijn tong maakte hij scherp asl een zwaard. Hij hield me verborgen in de palm van zijn hand. Hij stak me weg in zijn pijlkoker. Hij heeft me gezegd: ‘mijn dienaar ben jij. In jou, toon ik mijn luister.’

Ik vind het mooi. Wie zich zo voelt, gekoesterd in de palm van iemands hand, bedoeld, geroepen, klaar voor wat er moet gebeuren. Dat moet goed voelen op de een of andere manier. Het is wat deze oude teksten de mensheid vaker duidelijk proberen te maken. Je bent bedoeld, geliefd, gemaakt. Het is wat de zelfhulpliteratuur op soms heel mooie, en soms heel hijgerige wijze nazegt als je op zoek moet naar je innerlijke bestemming, naar jouw unieke doel. Vage 21e eeuwse echo’s van het levensgevoel van dit Joodse volk en hun universele, wereldwijde, mensenmakende godheid.

Je zou er vrolijk van kunnen worden, van dat beschermde gevoel van geroepen zijn, er klaar voor zijn. Maar niets is minder waar. Mijn dienaar ben je, zei de godheid. Maar ik zei: ‘tevergeefs heb ik me afgemat, ik heb al mijn krachten verbruikt, het was voor niets, het heeft geen zin gehad.’

De een zegt: je bent geroepen, geliefd. De ander: ik vóel me waardeloos, leeg, murwgebeukt. Het is mijn vraag deze dagen. Ik wordt een beetje geleefd door de agenda en dat is op zich niet erg, maar ik vraag me af of ik aan het doen ben wat ik moet doen. Niets dramatisch, ik voel me echt niet waardeloos, leeg of murwgebeukt maar een sluimerende onrust of ik wel de goede dingen aan het doen ben en of ik de dingen die ik doe wel goed doe? Het is geen onbekende emotie, ze komt wel vaker naar boven drijven, maar leuk is anders. Je voelt je geroepen, er ligt zoveel om te doen, maar hoe dan? En kun je het wel? En doe je het goed genoeg? En ongedurig schud ik dan de gedachten weer van me af want ze helpen me niet verder. Probeer evenwicht te houden tussen rust, sport en werk. En dat lukt soms.

Volgens Jesaja zit dus die pijl in de pijlkoker, hartstikke klaar om gebruikt te worden. En is die pijl al doodvermoeid voor het echte werk kan beginnen want in die pijlkoker heeft ie zich zitten inspannen om van nut te zijn en te doen waar hij of zij voor bedoeld is. Wat dus niet helemaal past bij de omstandigheden, aangezien iemand je toch nog op de boog moet leggen zodat je kunt gaan doen waar je voor gemaakt bent.

Tijd van wachten. Klaar zijn, weten dat je bedoeld bent om te bestaan en toch nog niet zijn waar je moet zijn voor je gevoel. En dat dit klopt. Dat het geduld vraagt. En tot die tijd vertrouwen dat het wel komt. Dat je niet voor niets bestaat en je eigen kwaliteit hebt meegekregen.

Het is de laatste week voor Pasen. Jezus van Nazareth heeft gezworven, verkend, verhalen gedeeld, frustraties opgedaan, is woedend uitgevaren, heeft gejankt en gehoopt en weet nu da het tijd is. ‘In die tijd toen Jezus met zijn leerlingen aan tafel aanlag werd hij ontroerd en verklaarde: ‘voorwaar, voorwaar, ik zeg u: een van u zal mij overleveren. De leerlingen keken elkaar aan, onzeker wie hij bedoelde. ‘Wie is het?’ Jezus antwoordde: Hij is het aan wie ik het stuk brood zal geven dat ik ga indopen.’ Na het stuk brood te hebben ingedoopt, reikte hij het toe aan Judas Iskariot.

Het was tijd. Het werd tijd. Hij zou die nacht uit de schaduw treden en wist ook wat dit zou betekenen.

Doen wat je moet doen met geduld – omdat het ook op een gegeven moment de tijd moet zijn. Geduld is niet mijn hobby, maar je moet wat wil ik me niet tevergeefs afmatten en mijn kracht voor niets verbruiken omdat het nog niet de tijd is. Geduld, geduld en blijven doen wat gedaan moet worden. Dat ook.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.