De dag van de desillusie

De dag van de desillusie

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

De dag van de desillusie – PopUpGedachte vrijdag 30 maart

Hoe kun je in Godsnaam op dit vroege uur in zo’n korte tijd iets zinnigs zeggen over de intense grootsheid die in de teksten van deze dag je tegemoet komt. Een ellenlange profetie die honderden jaren voor Christus is uitgesproken en die haarfijn voorspelt wat er staat te gebeuren rondom deze kruisiging en dan het verhaal zelf, van minuut tot minuut met de ene grootse uitspraak na de ander. De Joodse leiders die hun volksgenoot per se dood willen hebben, Pilatus die maar geen schuld kan vinden in de man en hem laat geselen om medelijden op te wekken bij het volk. Maar hij geeft geen krimp. ‘Kruisig die man, want hij zegt dat hij Gods zoon is.’ Pilatus die nog angstiger wordt, het heeft dan al de hele nacht geduurd, de meute in de straten is door het dolle heen en de vroege vogels beginnen alweer te fluiten. Pilatus die angstig aan Jezus van Nazareth vraagt waar hij vandaan komt, of hij wel van deze wereld is. En dat hij moet antwoorden, want hij heeft macht om hem te doden. Jezus die stelt dat die macht hem slechts gegeven is. ‘Zal ik dan uw koning kruisigen?’, probeert Pilatus nog. En de menigte die schreeuwt: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer.’
Dan opeens wel, he? Altijd in verzet, altijd de overheersende Romeinen haten, maar op dat vroege ochtenduur als het licht wordt komt er onder de vrome huid een vileinheid vandaan waar ze straks zelf in schaamte op terug zullen kijken, velen van hen in elk geval en zich laten dopen op zoek naar vergeving van deze barbarij.

Deze dag is de dag van de desillusie. Religieuze leiders nemen een man mee die werkelijk alleen maar goed heeft gedaan, maar de onrust die hij creëerde en de toon die hij aansloeg was reden om hem weg te willen. Het gebrek aan respect voor hen, voor hun gezag, voor hun wetten. De autonomie waarmee hij die goede mens was, werd hen teveel.
En ze troonden hem mee naar Pilatus, maar: ‘ze wilden niet bij hem naar binnen gaan, want ze moesten nog het Paasmaal eten en wilden zich niet verontreinigen’. Heeft de schrijver met een sardonisch, vermoeid cynisch lachje dit zitten schrijven? Een commentaar op zijn volksgenoten zonder commentaar? Terwijl ze een onschuldige, een heilig mens meesleuren naar de gehate bezetter en die dwingen om het Goede, ja, de verpersoonlijking van hun eigen God op de meest gruwelijke manier te laten executeren, willen ze niet het huis van Pilatus binnen want nee, dán zouden ze onrein zijn. En dat willen ze niet toch? Als een groep religieuzen die de liefde willen eren en beschermen door een anti-homo advertentie te plaatsen in een religieus blad en een redactie die zegt: ‘Ja, we gaan niet over de inhoud’. Roepende mensen, religie als rechtvaardigingsgrond en formalistische bestuurders. Sommige dingen veranderen niet.

En Pilatus? Ach, de rol van die man. Hoe hij toch probeert om het recht te laten zegevieren. Een afranseling vindt hij nog tot daaraan toe. Maar een onschuldige doden? Hij heeft er zo ontzettend geen zin in. Hij ziet het niet, begrijpt het niet, wil het vooral niet. En wordt een beetje bang van die vurige haat en het idee dat dit weleens een godenzoon zou kunnen zijn.
Is er iemand anders in die teksten die zo vaak zo expliciet zegt dat deze man onschuldig is? Pas als de woedende meute in de straten dreigt om het hogerop te zoeken en Pilatus aan te klagen omdat hij een opstandeling niet wilde doden, pas dan geeft hij toe. Klemgezet. Hier staat de politicus machteloos. De rechterlijke macht. Als het volk het écht wil, kun je niet veel anders. Dan is er geen draagvlak voor iets anders. Dan moet je je knopen tellen. Dan krijgen kinderen geen pardon, ongedocumenteerden geen papieren en worden mensen die hun heil zoeken bij verlicht Europa uitgeleverd aan Libische barbaren. Daar kun je tegen zijn, maar wat kun je?
Ook de verlichte politiek blijkt een desillusie. Lullig voor degenen die net gemeenteraadsverkiezingen hebben gewonnen. Aan de ene kant kunnen ze een beetje trots zijn dat de lokale politicus Pilatus zich nog zo lang heeft verzet tegen dit onrecht, aan de andere kant bleek zijn ambt noch zijn geweten hem te kunnen redden, hij ging voor de bijl. De politiek ging voor de bijl.

En de mens zelf? Die ziet zichzelf schreeuwend terug, de hele nacht op straat. Tot aan de ochtend. Steeds verder radicaliserend. Van vrome woorden over het beschermen van de eigen religie tot volkomen uitlevering aan de gehate heidense keizer: wij hebben geen koning dan de keizer. Al kwam de messias zelf, ze zouden hem niet meer willen. Zij waren Romeinen. Romeinser dan de Paus.

Goede Vrijdag is de dag van de desillusie. Van hen die zich ontgoocheld zich van religie afkeren, niet omdat ze het geen mooi verhaal vinden, maar omdat het zo vaak het slechtste naar boven haalt, omdat ze religie niet goed genoeg vinden. Of van politiek, omdat ze wel grote idealen hebben, maar de mens niet kunnen redden. Weer niet, hoe graag ze soms ook willen. En dus overgaan tot de orde van de dag. En als laatste zich afkeren van zichzelf, als mens. Hoe vaak je niet met verheven zelfbeelden uiteindelijk toch weer belandt in die situatie waarvan je achteraf denkt dat het zo niet had gemoeten, niet had gehoeven. Iets van die schaamte. Dat is Goede Vrijdag.

‘Waarom het dan een Góede Vrijdag heet?’, vroeg de verslaggever gisteren. Omdat de godheid het liet gebeuren. Dat is het enige. Omdat hij het onderging en wist dat als de mens het zou inzien er weer licht zou zijn aan de horizon. Ná de desillusie. Maar dat komt zondag pas.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.