Wat je niet verwacht, kun je niet zien

Wat je niet verwacht, kun je niet zien

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Wat je niet verwacht kun je niet zien – PopUpGedachte dinsdag 3 april

Er staat een bijna-volle maan aan de hemel. Het is nacht, maar het lijkt een beetje dag. Een hele donkere dag dan, maar die bak licht die van die maan afkomt doet verdraaid veel aan de zon denken en toch is het heel erg duidelijk dat het m niet is. Al heb ik dan op school geleerd dat het licht wel direct daar vandaan komt. Verwarrend allemaal op dit vroege uur, zo rond zessen. Waarbij ik de oude bijbelteksten erbij heb gepakt en op zoek ga naar een ingang in die oude woorden die deze dag van een ander perspectief gaat voorzien. Altijd op zoek naar een zinnetje dat me met andere ogen doet kijken naar het nieuws, naar de agenda, naar mijzelf of de ander. Zoveel is er niet nodig, net een woord, een losse gedachte. En vandaag is het de verwarring van Maria die blijft hangen en die ik graag mee de dag in wil. De verwachting in je eigen ziel die maakt dat je slechts ziet wat je denkt te zien. En dat is het dan. We denken dat algoritmes daar de schuld van zijn, dat Facebook en Twitter ons een rad voor ogen draaien door alles te filteren wat we niet willen zien. De zogenaamde filterbubble. Maar deze algoritmes doen alleen maar wat we zelf altijd al doen. Wegfilteren wat we niet verwachten, want wat we niet verwachten zal vast niet bestaan. Ik heb het altijd in het heel klein dat ik mensen die ik echt wel ken niet meer herken als ik ze op een plek tegenkom waar ik ze niet verwacht. Super onhandig, en genant ook. Ik ken het hoofd, de gebaren, weet dat ik diegene écht hoor te kennen en schud dan maar de hand, lach vriendelijk en hoop dat tijdens het gesprekje dat ik aanknoop, dat dan het kwartje valt. En dat de ander niet doorheeft dat terwijl ik in gesprek ben er een hele machine in mijn hoofd aan de slag is om de naam en het verhaal van de ander te achterhalen. Als ik gegeneerd toegeef dat ik de naam niet meer weet, hoeft de ander maar even een hint te geven en alles komt terug, de hele situatie, de ontmoeting, alles. Ik kan me dan niet meer voorstellen dat ik het niet meer wist. Gek hoofd hebben we eigenlijk, ik in elk geval. Gaat een luikje open en opeens zie je wat je niet zag.

Maria komt vanocht bij het graf van haar geliefde Jezus van Nazareth. Die absoluut hartstikke dood is en dus niet de gepretendeerde messias was maar slechts een vriend, met een heel tragische verschrikkelijke marteldood, en het is te laat om nog met hem om te gaan als gewoon een vriend want dat besef je pas nu hij dood is. Ze ziet dat de steen weg is en de enige conclusie die ze kán trekken is dat ze zijn lichaam hebben gestolen. Grafschenders. Eerst hem martelen, executeren en dan nog met hem aan de haal. Logische conclusie. Ze huilt en dan staat er: al schreiend boog zij zich naar het graf toe en zag op de plaats waar Jezus’ lichaam gelegen had, twee in het wit geklede engelen zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. Zij spraken haar aan: ‘Vrouwe, waarom schreit ge?’ Zij antwoordde: ‘Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neerge­legd.’

Ze converseert met twee engelen in het wit die in de lege grafkamer zitten alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het wil even niet meer in haar hoofd dat het een beetje vreemd is zo. Dan staat er: ‘Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?’ In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: ‘Heer, mocht gij Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.’

Het is niet helemaal te vergelijken met het feestje waarop ik de naam van iemand ben vergeten, omdat de context wat gruwelijker is en het feestje eigenlijk pas begint als het kwartje valt, maar toch. Het kwartje valt. En hoe. Want ‘daarop zei Jezus tot haar: ‘Maria!’ Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: ‘Rabboeni!’’

Vind ik fantastisch. Ze klemt zich aan hem vast, hij zegt dat ze hem niet vast kan blijven houden want hij vertrekt weer. En het is mooi daar in de ochtend. Ze dacht dat het de tuinman was. Dan staat datgene waar je op hoopt voor je neus en dan denk je dat het de tuinman is. Niet dat dit een teleurstellend beroep is, maar het is dit: de tuinman hoort bij de teleurstellende werkelijkheid die je verwacht. De algoritmes in ons hoofd geven ons wat we verwachten en ze maken van degene die datgene belichaamt waar je altijd al op hoopte, iemand die slechts het onderhoud doet van de tuin van je verdriet.

Oftewel, wat ik hoop zie ik niet. Of nauwelijks. Terwijl het dus die tuinman kan zijn, de naaste medewerker, de zon die opkomt, die buurman, alles kan het zijn. Want ze zeggen dat hij is opgestaan. Dat het is opgestaan. Dat er een nieuwe werkelijkheid is begonnen midden in die oude werkelijkheid. We hoeven alleen het te zien of misschien beter: te luisteren als het ons roept. Laat dan maar de taak zijn van vandaag: In mijn onontkoombare filterbubbel luisteren of er af en toe een stem roept. En dan omkijken, wie weet wat het is.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.