Bijna goddelijk, bijna

Bijna goddelijk, bijna

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Bijna goddelijk, bijna – PopUpGedachte dinsdag21 augustus 2018

Bijna maar niet helemaal. En dat is een lastige plek om te zijn hoor. Zo van: Ik kan bijna zwemmen. Maar niet helemaal. Rap dat diploma halen, want in die hoedanigheid is verdrinkingsgevaar het grootst. Ja toch? De natuurlijke angst voor water is er niet meer, want je kunt bíjna zwemmen. Maar als je erin terecht komt is het wel met je gedaan, want je kunt het uiteindelijk niet. Bijna goddelijk is net zoiets. Bijna in staat om op eigen houtje de aarde in te richten, de boel in de hand te houden, het eigen geluk te zoeken. Dat soort elementen associëren we met goddelijk toch? Op je troon, lakens uitdelen, macht hebben. En dat dan bíjna.

Vandaag denkt een buurvolk van Israel, Tyrus, dat ze goddelijk zijn. ‘Dit zegt God de Heer: Gij bent hoogmoedig geworden en hebt gezegd: ‘Ik ben een god, ik zit op een goddelijke troon, midden op zee.’ Ofschoon ge maar een mens bent, en geen god, hebt ge gemeend goddelijke wijsheid te bezitten.’ Mensen die zich God wanen, plaatsen we in een inrichting. Tenzij ze aan de macht zijn en het niet expliciet maken. Of dat ze zoveel macht hebben, dat mensen het gaan geloven. En dat is niet zo gek, want bijna-goddelijkheid hoort bij ons. Niet alleen bij de snelsten, de machtigen, de brallers of knallers, maar bij jou en mij. Tyrus had ook wel reden om zich goddelijk te wanen.

 ‘Door uw wijsheid en behendigheid hebt ge rijkdommen verworven en goud en zilver vergaard in uw schatkamers. Door uw koopmanstalent hebt ge uw bezit vergroot en zo bent ge trots geworden op uw rijkdom.’

Het lukt ook wel aardig. Je komt ook ver. Je kunt bíjna autorijden, bíjna zwemmen. En precies dát is een van onze grootste risico’s. Ernest Becker, filosoof in de lijn van Freud, maar dan met fascinatie voor de angst voor de dood van de mens, schreef dat de mens zich steeds weer God waant en daar vlak in de buurt komt, maar dan toch ook altijd weer moet poepen. Die platte aardse bezigheid, waar je echt niet onderuit komt. En als je dat wel probeert te negeren, wordt het genant. De mens kan zich groots en onafhankelijk wanen, maar als je aan de dunne bent, loopt het toch uit je broek. Met één mini-bacterie zien we groen en geel en liggen onmachtig te zweten op ons bed, rillend als een blad aan de boom en precies tot net zoveel in staat als het gemiddelde blad aan de boom. Het is dat iets je draagt of vasthoudt, anders zou je nog verder naar beneden dwarrelen en vergaan. Dat idee.

Iemand die echt kan zwemmen, weet wanneer wel en niet te water te gaan. Iemand die echt leiding geeft, weet dat de macht niet bij hem of haar ligt, maar kent de afhankelijkheid van de aanwezigen, zijn eigen beperkingen. De bijna-leidinggevende weet minder, de bijna-zwemmer gaat als een malle te keer, in de gedachte dat harder en meer zwemmen hem of haar beter drijvende houdt. Degenen die wat voorbarig zich goddelijk waant, impliciet of expliciet, denkt in controle en macht. De eeuwige, die zich bekend maakt in van alles, zichtbaar in de patronen in de natuur, voelbaar in de macht van de wind en de stilte en vindbaar in oude geschriften als die van de Bijbel, die laat alle macht varen en mengt zich onder de mensen in de figuur van een kwetsbare rabbi. Dat geloven de christenen althans. De almachtige godheid weet dat om te bereiken wat hij wil – mensen die uit zichzelf het goede kiezen – juist de almacht moet afgelegd.

Ik heb wel verantwoordelijkheid en geen controle. Ik weet niet wat de dag van morgen brengt, maar heb wel de mentale capaciteit gekregen om vooruit te denken. Ik ben gemaakt met een geweten en met inschattingsvermogen, maar wordt net zo vaak bedrogen door mijn eigen voorstellingen die in de praktijk niet werken of niet zo eerlijk of goed blijken als dat ik dacht toen ik er nog van droomde. Het is maar een lastige positie, van ons als mens.

Jezus heeft het vanochtend nog over rijke mensen. Wat we allemaal relatief zijn, he? Ook al voelt het lang niet altijd zo. Mensen die tot veel in staat zijn, veel zelf kunnen regelen, hij zegt dat voor hen het wel het lastigst is om verbinding te houden met hun oorsprong, toekomst, spiritualiteit, ziel. Met het rijk der hemelen. Sterker nog, hij noemt het zo’n beetje onmogelijk.

Het moet leerzaam zijn voor ons, voor die bijna-goddelijkheid (en dat is dus de mens, ook al zou je het niet zeggen. Van jezelf. Of van die ander. Allemaal bijna-goddelijken). Het moet leerzaam zijn voor ons dat de werkelijke godheid, zoals die zich presenteert in de Joodse geschriften, zo weinig macht en controle heeft op de directe dingen. En vervolgens ook nog zijn macht en controle laat varen om harten te winnen. Degenen die écht kan zwemmen, zwemt niet zo hard. Die kent zijn beperkingen én mogelijkheden. Nu wij nog, denk ik dan op deze dinsdagochtend. Een hele goede dag gewenst.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart. Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95