We willen graag wat doen

We willen graag wat doen

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

We willen zo graag wat doen, toch? – PopUpGedachte maandag 17 september 2018

Een ochtend aan de rand van de stad. Zoals bijna altijd op maandag worden we wakker op de tuin. Ik ietsje eerder omdat de wekker me roept en ik mag gaan schrijven. Kinderen slapen nog in een soort bedstee, Joanne ook. Het is een soort volkstuin, maar dan met een grasveldje een boomhut, ruimte. En belangrijker; een huisje om ook in te slapen, te koken, om in te leven. Het is luxe-leven voor gewone mensen, zeggen wij altijd, zo’n buitenhuisje. Het tuinhuispark is opgericht in de tweede helft van de 19e eeuw om stedelingen een plekje te geven om buiten de stad in de aarde te wroeten. En elk weekend wonen wij buiten.

Het is een plek waar je niet zoveel kunt doen. Gasten ontvangen, klussen aan het huisje, gras maaien. Het werk is eindeloos hoor, dat wel. Dus je kunt heel veel, maar het is van een heel ander stressniveau dan het werk dat we ‘werk’ noemen. En dat geeft een bepaalde basaal gevoel van geluk. Ik schrijf dit niet om u allen de ogen uit te steken, maar omdat iets me trof uit de teksten van de dag die ik zojuist zat te lezen hier. Een zinnetje dat raakt aan een verlangen. De Psalmendichter zegt het vanochtend tussen de vermaning van Paulus over samen eten en de genezing die Jezus uitvoert in. Het is een onooglijk zinnetje maar toch. Dit schrijft hij:

Gij hebt geen offer of geschenk gewild,
Gij hebt mijn oor geopend;

Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij,

Dat is toch mooi? Ingeklemd tussen wat van de voorschriften natuurlijk moet, maar wat niet echt de essentie is van wat gevraagd wordt, staat het zinnetje: gij hebt mijn oor geopend. Er waren strikte voorschriften over wat wel en niet te offeren in de tijd van die dichter en in de context van die dichter. Daar de kantjes van aflopen was geen teken van zelfstandigheid, maar van luiheid of desinteresse in dat wat de essentie was van het Joodse volk en haar hoop en idealen. Je offerde om iets goeds te maken, je offerde uit dankbaarheid voor dat wat je gekregen had. Het waren essentiële handelingen die je bij de les hielden en je met beide benen op de grond en het hart op de juiste plaats hielden. En toch was het offer zelf niet wat gevraagd werd, zegt de Psalmdichter hier vrij zelfverzekerd. En ze hebben deze Psalm niet meteen met z’n allen door de shredder gehaald, dus ze zullen allemaal wel gevoeld hebben dat het klopt. Ze hebben het samen gezongen, nauwlettend bewaard, eindeloos overgeschreven: gij hebt geen offer gewild, gij hebt mijn oor geopend.

Iets nuttigs doen met je leven, je talenten ontplooien, vrijwilligerswerk doen, giften geven, stemmen, het hoort allemaal bij goed burgerschap. Uit dankbaarheid ook dat wij het hier zo goed hebben. Dat hoor je elke keer weer bij het stemmen: dat is een vóórrecht, weet je hoeveel mensen dat over de hele wereld zouden willen, zo’n democratie. En daar ga je dan weer met je stembriefje en je geweten op scherp: stemmen, goed zo! Zo hoort het. En in je werk niet de kantjes ervan aflopen, op school het cijfer halen dat je kunt halen. Het zijn allemaal tekenen van dankbaarheid, toch? Je hebt het allemaal niet voor niets gekregen. Investeren, inzetten, teruggeven aan de wereld of aan God wat erin is gestopt. Het zijn vrome principes, burgermansprincipes, calvinistisch zou je ze misschien mogen noemen en aan het begin van de week – mits we enigszins uitgerust hebben het weekend – staan we klaar om de koe weer bij de horens te vatten. Want daar gaat het om, toch?

En dan zegt de dichter: gij hebt mijn oor geopend. Je hebt soms als je enigszins verkouden bent dat je oor dichtzit, toch? Druk op je oor, soms zo dat het pijn doet. Dan ga je duwen op je oor, gapen, alles om dat oor maar open te krijgen, want die druk is zo onprettig. En dat dan opeens dat oor opengaat. Dikke glimlach, want wat een opluchting is dat. Dat je alles weer hoort.

Gij hebt mijn oor geopend.

Dit is mijn verlangen. Om tijdens alles wat ik doe die stem te horen, soms niet eens de stem – al is het maar de ruis, of de ritseling van de Eeuwige. Om stil te staan – niet bij dat wat er gedaan moet worden – maar om stil te staan, steeds even, zodat ik kan horen wat er gehoord moet worden. Een stem die tot het hart spreekt, die de ziel weer wakker maakt en die maakt dat ik even thuis ben, waar ik ook sta in de dingen die ik wel of niet moet doen. Dat verlangen. En dat vraagt vertrouwen – dat de stem er is – toewijding om steeds weer te kiezen om te luisteren – een ritme dat het luisteren inbouwt en anderen die het verlangen herkennen.

Daarmee de week in dan maar. Met een open oor – of misschien alleen nog maar met de hoop dat het oor op een dag openspringt. Want dat zou opluchten, zeg.

(Direct om zeven uur op je telefoon ontvangen? Dat kan in deze groep (Audio only, no chat)

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart.

Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95