Een gokje – en toch …

Een gokje – en toch …

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Een gokje. En toch… – PopUpGedachte dinsdag 26 februari 2019

Na een korte winterslaap is de PopUpGedachte er weer. De wekker ratelt weer om zes uur. Als ik op het balkon stap, flonkeren de sterren en een halve maan me tegemoet. De eerste vogels beginnen wat schor en voorzichtig van zich te laten horen. Het is ochtend en het is de vraag welke oude Bijbelteksten vanochtend op het menu staan. Wat ze zeggen of waarover ze zwijgen. Het is dinsdagochtend en met jou als luisteraar ga ik elke ochtend weer dat experiment aan. Kan zo’n tekst binnen een uurtje iets nieuws, iets verrassends, inspirerends of verfrissends zeggen over de dag die komt.

Vandaag hebben de teksten zo’n hoop vertrouwen in de Godheid dat ik er tegelijk argwanend én een tikje jaloers van word. Ze roepen om op te vertrouwen, en ik denk meteen en tegelijkertijd aan iedereen die totaal op de koffie gekomen is met dat hele godsvertrouwen én aan mensen die zo’n ontspannen, rechte koers varen in allerlei chaos in hun leven dat je hen benijdt – en zij lijken dat ook te danken hebben aan een godsvertrouwen.

Als seculiere stadse dertiger zeg je: ‘Lekker makkelijk zo’n God in de hemel projecteren en dan beweren dat het wel goed komt.’ Het houdt de massa rustig, het creëert zingende vromen die collectezakken vullen en God blijft buiten schot. Want het komt goed en als het niet goed komt, moet je gewoon nog effe wachten, dan komt het later goed. Zo is God namelijk. Hij duikt altijd op als alles helemaal verloren lijkt.

Dat kun je oneerlijk vinden, maar degenen die erdoorheen zijn gegaan zijn vaak dankbaar – soms een beetje geïrriteerd: ‘Had dat niet eerder gekund, zonder die burn-out, dat verlies, die duisternis’, maar een gegeven paard kijk je niet in de bek en het is ook allemaal zo léérzaam. Je had het niet willen missen. Zo kan God geen kwaad doen, hè? Dan is het altijd een kwestie van geduld en we zijn niet zo goed in geduld. Ik niet in elk geval.

En waar blijft het God aan zijn jasje trekken, het door elkaar rammelen van de Eeuwige en vragen waar zijn hand in de geschiedenis blijft. Dat deden de oude profeten en psalmenschrijvers wel. Als alles uiteindelijk goed komt, als je maar geduld hebt, is er dan nog contact met de Eeuwige is het gewoon afwachten tot hij in zijn goddelijke soevereiniteit besluit om eens wakker te worden?

Dit staat er, in de oude wijsheden van het apocriefe boek Jezus Sirach: Mijn zoon, wanneer gij de Heer gaat dienen, bereid u dan voor op beproevingen. Laat uw hart de juiste weg inslaan en laat het sterk zijn, en wind u niet op als de tegenspoed komt. Houd u aan Hem vast en laat Hem niet los: dan zult gij uiteindelijk verheven worden.

Voor de cynische gelovige een reden om te zeggen: ‘Zie je, zo wordt het volk dom gehouden.’ En die voel ik. Dat domme godsvertrouwen dat niet van het gezicht van de vromen te slaan is. Én ik voel het verlangen. Het verlangen naar de overgave. Dat je wat er ook op je pad komt als die beproeving ziet. Het ís toeval. Natuurlijk. We spelen geen hindernisbaantje met de Almachtige die ellendige rotheid als hordes op je hardloopbaan plaatst. Het ís toeval, je toegevallen, hoe het ook heten mag. Maar als het er dan staat, dan sta je er niet alleen voor. Dan is er een Eeuwige die als een goede ouder op enige afstand volgt hoe je het leven aanpakt. Die er is als je het niet redt en als je het wel redt. Die je woede en je frustratie ziet en zegt: nog eens. Of je verdriet. En dan alsnog je vertrouwt als het eigen vertrouwen het heeft opgegeven. Zo’n Godheid zou je moeten verzinnen, als die niet al bestond volgens de christelijke traditie. Omdat de behoefte zo groot is en de uitwerking zo helend.

Waar we uit frustratie over allerlei lelijke uitingen van religie God hebben gedumpt, is er soms niet meer dan een woordje verschoven. Zit er wérkelijk verschil in houding tussen geloof in jezelf en geloof in God? Het klinkt heel anders, voor veel vromen een anti-religieuze houding. Maar uiteindelijk is het een uitdrukking van hetzelfde verlangen toch? Dat het ‘ik’ een ander heeft om in te geloven. Zelfs bij geloven in jezelf. Want er is in die uitdrukking een gelovend subject, een ik, én een jezelf waar je dan in gelooft. Toch een tegenover creëren. Een ander. Iets om op te vertrouwen. Want vertrouwen is zo verschrikkelijk belangrijk. Dat waagstuk dat je altijd op je plaat laat gaan, maar juist daardoorheen je mens doet worden.

Vertrouw op de Heer en doe wat goed is,
dan zult gij veilig uw land bewonen.
Zoek uw geluk bij de Heer,
Hij geeft wat uw hart begeert.
De Heer draagt zorg voor het leven van de vromen,
hun erfdeel blijft eeuwig bijeen; (uit psalm 37)

Ik weet het niet hoor. Zo’n tekst. En toch. Doen wat goed is, omdat je vertrouwt? Niet je geluk zoeken in materie of mensen, maar in spiritualiteit? En geloven dat er voor je wordt gezorgd. Het zijn onuitroeibare behoeftes.

Misschien dan toch maar af en toe weer vertrouwen. Noem het vertrouwen op jezelf, mij best, maar heel vaak is het net zo religieus en kwetsbaar en hoopvol als het vertrouwen op een Eeuwige waarvan je ook maar moest uitgaan dat het op een gegeven moment goed kwam. Zegen en vertrouwen gewenst.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart.

Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95