Nou, dat heeft 'ie niet van mij hoor

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Nou, dat heeft 'ie niet van mij hoor

PopUpGedachte dinsdag 30 apil 2019 – Nou, dat heeft ‘ie niet van mij hoor!

“Hij is veel zachter geworden sinds die ervaring”, “ik weet niet wat er met haar gebeurd is, maar ze ziet je opeens. Vroeger niet hoor.” “Hij praat opeens over zijn gevoel.” Mensen veranderen. Ten goede. Ten kwade. Soms door ziektes, door ernstige ongelukken of juist doordat ze geïnspireerd zijn geraakt, doordat ze met zichzelf geconfronteerd zijn, doordat iemand ze is gaan liefhebben op een manier die ze nog niet kenden. ‘Dat hadden we niet zien aankomen’ zegt de omgeving dan. Nadat in mijn ouderlijk huis toen ik nog puber was, en ik puberde een beetje laat denk ik, de spanningen zo hoog waren opgelopen dat ik niet goed wist hoe het nog goed komen – en die situatie duurde maanden – ging de telefoon. Het was mijn vader. Of ik met mijn vriendin van toen wilde komen eten. Met kerst. Heel cliché allemaal, maar ongelofelijk effectief en groots ook. Hij vroeg geen uitleg, wilde geen discussie, had geen voorwaarden terwijl ik ze wel had verwacht. Hij zei alleen maar: kom. Eet. Samen.

En eenmaal aan tafel, voor hij de maaltijd opende met gebed zoals we dat gewend waren, zei hij: ‘We hebben zo onze verschillen van inzicht en ideeën, maar we zijn allereerst familie. Laten we bidden’. Vond ik ongelofelijk. Want heel vaak waren we niet allereerst familie geweest, zo leek het me. Want de discussies gingen over geloof en leven en - naar mijn indruk – over hoe je dat goed moest doen. En nu opeens, uit het niets – je moet bij ons gezin horen om te beseffen hoe bijzonder dat was – zijn we allereerst familie. En dat niet alleen in woorden, maar ook in daden. Want we zaten er aan tafel. Met z’n allen. Het was een doorbraak, een begin van een nieuwe, goede fase. Een volwassener fase.

Waar had ‘ie het vandaan? Waar halen mensen het vandaan? Zoals een moeder kan zeggen, soms met verholen trots: ‘Nou, dat heeft ze niet van mij hoor.’ Wauw. Dat. Daar moet ik aan denken als ik die wonderlijke tekst lees waarin rabbi Jezus van Nazareth in het holst van de nacht aan mede-rabbi Nicodemus uitlegt hoe dat werkt met geloven, geraakt zijn, het licht zien – hoe je het ook noemen wilt. Nicodemus is in het holst van de nacht gekomen omdat je eigenlijk als fatsoenlijke rabbi niet met die rare Van Nazareth gezien mag worden en het gaat over ‘wedergeboorte’. Jezus zegt dit:

“De wind blaast waarheen hij wil; gij hoort wel zijn gesuis, maar weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.”

In veel kerken is wedergeboorte een heel ding geworden. Met dopen en bijzondere ervaringen en gelijk een grens of je erbij hoort of niet. Je moet wel wedergeboren zijn natuurlijk. Grof gezegd heb je een wedergeboren elite en het gewone volk. Net zoals binnen de meer mystieke, bhoeddistische of natuurgodsdienst-sferen: je hebt verlichting bereikt – of niet. En als je dat niet hebt. Ja, dikke pech.

Maar lezend en herlezend vanochtend. Over de wind die blaast waarheen hij wil, je weet niet waar het begonnen is, wat de oorsprong is van de wind en waar het terecht komt, maar het is er wel degelijk. Zo is ieder die geboren is uit de Geest.

Mijn vader, ik weet niet waar het vandaan kwam, waar hij het vandaan had en waar het heen zou leiden, maar man wat heb ik het omhelst en ben ik er dankbaar voor. Geboren uit de Geest. Kan bijna niet anders. Zo heb ik het ervaren en zo ben ik er dankbaar voor. En Stephan Sanders, de vrijdenker/atheïst die ging proefgeloven. Hij adopteerde dat idee van geloof in een God als een soort experiment, ging in kerkbanken zitten en rekende zich tot kerkvolk. Uit enige recalcitrantie tegen zijn omgeving die zo hard neerkeek op religie. Ze dachten dan ook acuut dat hij overspannen was of naar de dokter moest, want wat moet er allemaal misgegaan zijn in je hoofd als je naar een kérk gaat notabene.

Hij zei na een poos dat hij er zachter van was geworden, meedogender. Waar dat was begonnen? Waar dat heen zou gaan? Hij wist het niet, maar er was iets nieuws in hem geboren. Het was hemzelf, maar anders.

Zo kun je het ook in jezelf ontdekken. Sommige dingen heb ik van mijn ouders, absoluut. Maar van andere dingen weet ik niet waar ze vandaan komen en ook niet waar ze heengaan. Ik koester ze als dankbare karaktertrekken of inzichten. Met een soort eerbied. Als een gave. In letterlijke en figuurlijke zin. Dat wat je gegeven is. Dat deel in jou, wat aan jóu gegeven is. Wat in je gegroeid is, ingegoten van boven, niet genetisch doorgeven. Inspiratie. Geest. Verbinding. Het zijn grote woorden, terwijl het vaak in de eenvoud gezocht moet worden. Nicodemus krabde zich achter zijn oren, hij was een onderwijzer van het volk en vond het maar vaag. Jezus was licht verwijtend: jij bent inderdaad een leraar van het volk, hoe kun je dit dan niet weten?

We kennen het allemaal wel. Van anderen van onszelf. Het vraagt alleen om gezien worden en erkenning en soms een stille verwondering met de gedachte: ‘Waar komt dat toch vandaan?‘

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.

Rikko Voorberg (38) is theoloog, schrijver, ‘activist/kunstenaar’ en initiatiefnemer van o.a. ‘We gaan ze halen’.

Wil je betrokken raken bij het werk van Rikko? Kijk dan hier.