Hoe kun je weten wat goed en kwaad is? En kan dat zonder God?

In de derde aflevering van onze online video-serie 'Tegen beter weten in?' draait het om de vraag; hoe weten we nou wat goed en kwaad is? Kan wetenschap ons dat vertellen of hebben we God ervoor nodig? Onder de video vind je vragen om erover door te praten.

Hoe kun je weten wat goed en kwaad is? En kan dat zonder God?

Tegen beter weten in? Afl. 3: Goed en Kwaad

Als we de wetenschap moeten geloven is onze moraal een illusie. Wetenschap zegt wel iets over het ontstaan van onze moraliteit, maar vertelt ons niet wat goed en kwaad is. Waar haal je die kennis dan vandaan? Is het ontstaan in de evolutie, zoals filosoof en AI-expert Pim Haselager denkt? Natuurkundige Ard Louis en filosoof Jeroen de Ridder vinden die verklaring echter niet voldoende. 

Tegen beter weten in? Afl. 3: Goed en kwaad

Wil je doorpraten over deze aflevering? 

De video en onderstaande tekst kun je gebruiken om een avond door te praten over dit onderwerp. Je vindt hieronder een inspirerende tekst die bij het thema past, een Bijbelgedeelte en vragen die je voor het gesprek kunt gebruiken. 

‘Maar het probleem is dat deze redenering niet opgaat bij moraal. Goed en kwaad zijn geen bomen waar je tegenaan kunt lopen of gevaarlijke dieren die je opeten. Goed en kwaad veroorzaken niets; zij behoren niet tot de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. Je kunt ze niet zien en ze rijden niet over je heen als je even niet oplet. We hebben dus geen enkele reden om aan te nemen dat de evolutie ons heeft geholpen aan ware opvattingen over goed en kwaad. Daarom kunnen we niet weten of onze morele overtuigingen kloppen; we kunnen niet weten of mensen echt de rechten hebben die we denken dat ze hebben. Kortom, atheïsme en zelfs agnosticisme leiden tot moreel scepticisme: zelfs als er objectief goed en kwaad is, zouden we nooit in staat zijn goed en kwaad te kennen. Onze morele opvattingen zijn daarom willekeurig. We zouden ze moeten opgeven, of we zouden alsnog moeten vervallen tot moreel nihilisme – met alle gevolgen van dien.’ 

Stefan Paas en Rik Peels, God bewijzen: Argumenten voor en tegen geloven 

(Amsterdam:Balans), 235-236.

Bijbel-leessugestie: Romeinen 1:16-25

Gespreksvragen

1. René van Woudenberg vraagt zich af: kun je leven met het idee dat moraal een illusie is? Betekent het feit dat de wetenschap kan verklaren hoe geloof in goed en kwaad zijn ontstaan dat goed en kwaad daarmee een illusie zijn?

2. Pim Haselager spreekt over ‘effectief altruïsme’. Zou het zo kunnen zijn dat onze evolutionaire geschiedenis verklaart waarom wij niet alleen om onszelf, maar ook om anderen geven (altruïsme)?

3. Ard Louis benadrukt dat we moeten onderscheiden tussen het verklaren waarom we bepaalde neigingen hebben en onderzoeken welke van die neigingen goed en welke slecht zijn. Niet alleen in-group moraal is van belang, maar juist ook mensen buiten onze groep. Heeft hij gelijk? Kan de wetenschap nooit een rol spelen in het construeren van een moraal?

4. Rob Compaijen suggereert dat als we moraal louter gaan zien als een verzameling afspraken, we ons er misschien ook minder snel aan gaan houden. Waar is dit op gebaseerd? Zou jij je nog moreel gedragen als jij wist dat moraal puur en alleen een afspraak tussen mensen is?

5. Jeroen de Ridder betoogt dat geloof in objectieve morele regels nodig is, omdat het anders niet duidelijk waarom je je moreel verantwoord zou moeten gedragen. Wat is de kracht van een moraal? Waarom doen morele regels een beroep op ons?

6. Rob Compaijen merkt op dat extreem kwaad zelfs de grootste skepticus tot de overtuiging dwingt dat er zoiets is als kwaad. Wat is in jouw ogen de aard van kwaad of slechtheid? Waar komt het vandaan? Moet je het zelf meegemaakt hebben om erin te geloven? En kun je niet anders dan erin geloven als je het hebt meegemaakt?

7. Heeft Ard Louis gelijk dat de wetenschap inderdaad geen antwoord kan geven op de vraag wat goed en wat kwaad is? Wat zijn jouw bronnen voor je morele overtuigingen?