Lazarus staat op | Recht doen baant de weg voor God

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Recht doen baant de weg voor God

PopUpGedachte donderdag 13 juni 2019 – Recht doen

Er wordt vrolijk gekwetterd in de binnentuin naast het balkon, een drukte van jewelste op de vroege ochtend terwijl de stad nog slaapt. Deur na deur na raam na raam is dicht en donker. Daarachter liggen allemaal mensen te slapen. Best wel mooi eigenlijk. Het idee van slapende mensen. Het is zo kwetsbaar.

De vogels slapen niet. Ik ook niet meer. Ik lees. Oude teksten uit de Bijbel, op zoek naar een zinnetje dat blijft haken. Een woord, waaruit een gedachte groeit. En vandaag gaat het over recht doen. Dit stukje tekst:

“Het recht gaat voor God uit en baant voor Hem de weg.”

Een fragmentje uit een Psalm. En of je nou in God gelooft of niet en welke voorstelling je ook hebt van de God waarin je wel of niet gelooft. In de Bijbelse tijden is God niet weg te denken, het is zo vanzelfsprekend als de lucht die je inademt. De vraag of er een God is wordt niet gesteld, enkel hoe die is, waar die is, waarom die niet handelt, wat je wel of niet verkeerd zou kunnen hebben gedaan, dat soort vragen. God is zo vanzelfsprekend als dat het bestaan van ‘het goede’ is vandaag. We weten niet altijd wát het is, dat goede. We kunnen het niet altijd bereiken, het lijkt soms volkomen te ontbreken in delen van de wereld en dat is verschrikkelijk. Maar je zou dan zeggen: het recht gaat voor het goede uit en baant ervoor de weg.

Het is niet helemaal een equivalent, want God is toch ook in Bijbelse tijden iets persoonlijker gedacht dan wij denken over het goede nu, maar de vanzelfsprekendheid van het bestaan ervan is ongeveer gelijk.

Het recht gaat vooraf aan God. Recht doen gaat vooraf aan het goede. Het baant de weg voor het goede. Recht doen aan elkaar, recht doen aan jezelf, recht doen als maatschappij. En dan hebben we nog een hoop te doen. Ikzelf heb dan nog een hoop te doen jegens ongeveer iedereen met wie ik omga. Doe ik mijn kinderen recht? Het baant de weg voor het goede, dus ik kan er maar beter scherp op zijn. Doe ik mijn vrouw recht? Mijn vrienden? De mensen van de PopUpKerk?

Het wordt bijna een last als je het zo stelt. Een eisenpakket waar je niet aan kunt voldoen. Maar zo staat het hier niet. Het is onderdeel van een lied, een lofdicht. Oftewel: kijk nou, elke keer als we recht doen nadert God, het baant de weg voor het goede.

Het zou me een lief ding waard zijn als we als samenleving dat iets meer toepassen op bijvoorbeeld landgenoten die gevochten hebben bij dat gruwelijke IS. Ik dank op mijn blote knieën dat Nederland de twee weeskids heeft gehaald, maar de anderen dan? We kunnen niet verwachten dat er recht gedaan zal worden aan hen door de Koerden of door omliggende landen. Ook niet als het recht betekent dat ze levenslang gevangenisstraf krijgen.

En als er geen recht gedaan wordt, wordt de weg voor het goede in de wereld niet gebaand. Een journalist die al heel lang in het Midden-Oosten werkt, zegt: als je ze daar niet weghaalt, groeien ze op vol ziekelijk ressentiment en nemen ze het eens kwalijk. Dan staan ze volgend jaar bij mij op de stoep (in Turkije) en het jaar daarna bij jullie in Amsterdam. Geen recht doen baant de weg voor het kwade, zo is het dan ook wel weer. Ook als de mensen om wie het gaat, zó gekozen hebben om het kwaad in onverhulde vorm te dienen.

Natuurlijk zijn er risico’s. Recht doen vergt altíjd risico’s. Recht doen voelt niet veilig. Wraak voelt veilig en vergelding, dat wil zo hard terugslaan dat de ander het nooit meer in zijn hoofd haalt. Maar het creëert onveiligheid, het doet de haat groeien, het ressentiment. Daarom is het zo’n godsgeschenk dat er eerlijke rechtssystemen bestaan, waarbij de rechter niet allereerst vergeldt, maar allereerst recht wil doen aan het onrecht dat is geschied. Niet door de wraak van het slachtoffer te laten gaan, maar door een faire straf tegenover de daad te zetten. Dát baant de weg voor het goede.

Kan ik ook mezelf recht doen? Ben ik in staat om mezelf een faire straf te geven voor dat wat ik in mijn eigen ogen niet goed doe? We kunnen zo snoeihard zijn voor onszelf. Als we de doelen niet gehaald hebben, als we weer een vriendschap naar de vaantjes hebben geholpen, als we niet zoveel discipline aan de dag leggen als we willen? Ook dan geldt dat recht doen de weg baant voor God, voor het goede.

Eerlijk in de ogen kijken, de consequenties nemen, vergeving vragen, opbiechten, wat er dan ook nodig is. Niet dieper in zak en as zakken dan fair is én er niet overheen walsen. Jezelf teisteren om kleine dingen is niet vroom, eroverheen walsen omdat je jezelf toch gewoon lekker mag vergeven? Nou dan? Ook dat heeft weinig met geloof, hoop en liefde te maken. Het evenwicht van recht doen zoeken is niet eenvoudig, maar het baant de weg voor God, zeggen ze, voor het goede. Ik denk dat ik dat vandaag maar eens meeneem naar mijn bureautje, naar mijn lezing, naar mijn afspraken. Heb het goed. En tot morgen.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.