Lazarus staat op | Hoe tackel je hardnekkige patronen?

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Hoe tackel je hardnekkige patronen?

PopUpGedachte No. 723, maandag 19 augustus 2019 – Hardnekkige patronen

Nood leert bidden, zeggen ze. En dat niet alleen. Nood leert ook organiseren. Nood leert om hulp vragen. Nood leert de waarde van vriendschap. Nood leert hoe relatief alle zekerheid in het leven is. Als nood niet zo vervelend was, zou het iedereen gunnen. Probleem is dat de mens in nood intuïtief het leven kiest, de mens die bovenkomt uit nood automatisch dankbaar is en de mens wiens nood voorbij is alles bijzonder rap weer is vergeten. Klaar met bidden, met organiseren, met hulp vragen, met vrienden waarderen en zeker met het zien van wat nu echt prioriteit zou moeten hebben in het leven.

Gaan geliefden bijna dood? Reken maar dat je er bent, je afvragend waarom iemand dood moet gaan om er voor iemand te zijn. Gaat het niet goed met de kids? Rust, reinheid en regelmaat. Terwijl die ook heel fijn zijn als het wel goed gaat met de kids. En bidden, dan dat bidden. Van mij hoeft het niet, hè. Dat op je knieën en dan plichtsgetrouw prevelen tot een godheid die al dan niet zou kunnen luisteren, de lijstjes met verlangens of de dankbaarheid die erbij hoort, de vaste formules waarin dankbaarheid uitgedrukt wordt dat we niet vervolgd worden om religieuze redenen – terwijl dat toch echt geen issue is anno nu. Copy-paste quotes zijn het en dat is prima, maar moet het allemaal?

Nee, dan de gebeden in nood. De worsteling met jezelf, met het noodlot, de ruimte die er ontstaat in hart en hoofd omdat de dingen waartegen je je verzette of de dingen die je vreesde opeens weg kunnen worden gelegd. In de hand van God, zogezegd. Dat moment dat de gespannen schouders zakken, de wereld groter wordt, overgave binnenwandelt in het hart en haar plek weer inneemt. Dát gebed, dat gun je iedereen. Wat je ook gelooft. Maar er is zoveel nood voor nodig. In mijn geval in elk geval.

Vanochtend beschrijft het oude boek ‘Rechters’ dit hardnekkige patroon in het Joodse volk. Het was de tijd dat het volk nog geen koning had, want waarom zou je een koning hebben met hofhouding en alles? Er was toch gewoon een wet, en een God. Maar de mensen kregen al gauw genoeg van een onzichtbare God en een morele wet. De god van de oorlog – dat was nog eens een God. En die van de vruchtbaarheid. En van de oogst. En al die anderen. Oogstfeesten, seksfeesten, kinderoffers. Het kon niet op.

De onzichtbare God verdwijnt uit het zicht, zoals hij gewoon is. En dan de nood, elke keer weer de nood. Aangevallen door roversbenden, ruzie met buurvolken, gedoe. Rottig gedoe. En de mens die eerst juichte om zijn zelfgekozen overwinning op de tradities van zijn vaderen, roept nu om redding, want strijd en gevaar en shit. Of zoals Dirk de Wachter anno nu zegt: de mens die juichte om zijn zelfgekozen overwinning op de tradities van zijn of haar vaders en moeders, roept nu om hulp want burn-out, want eenzaamheid, want hoe de fuck doe je relaties en ga je om met schuldgevoel of schaamte en hoe leer je onafhankelijkheid van likes en hits en wat niet al. En op de roep om hulp komt een adviseur, een rechter, iemand die de weg wijst.

Dit staat vanochtend in de lezing van de dag: Steeds wanneer de Heer een rechter liet optreden, stond hij die bij. Want wanneer het volk zuchtte onder het juk van onderdrukkers, kreeg de Heer medelijden en verloste Hij hen van hun vijanden zolang die rechter leefde. Maar wanneer de rechter dan stierf, verviel het volk van kwaad tot erger. Meer nog dan hun voorouders liepen ze achter andere goden aan om die te dienen en bogen ze zich voor hen neer. Ze weigerden hardnekkig hun kwalijke praktijken op te geven.

Oh, wat zijn we toch leuke mensen met elkaar. Ja toch? Nood leerde bidden, leerde vriendschap, leerde wijsheid waarderen. En ineens was er een gebalanceerd dieet, tijd voor vrienden, gesprekken over vroeger en vergeving en verzoening, ineens was er orde en liefde en ruimte en lucht. Maar hoe snel ging dat weer voorbij zeg. En de volgende keer dat je weer aan de slag moet om te bidden, vrienden te vinden en wat dan ook, klinkt dat stemmetje in je hoofd dat zegt: heb je eerder geprobeerd hè? Ze zien je weer komen. Schat, niet nog een keer dat circus door. Het leven is hard, geef je idealen maar op, er is geen hoop voor jou.

En dan maar hopen dat de nood hoog genoeg is en de Eeuwige de stem van je hart heeft gehoord. Die stem die roept om ruimte, om liefde, om knuffels en warmte, een ruimte die je zelf had verlaten, liefde die je zelf had onderschat, en knuffels waar je niet om durft te vragen. De Eeuwige hoort je hart wel, dat klopt. En het is níet de Eeuwige, God zelf, die dan zegt: heb je haar weer, heb je hem weer. Dat is de cynische stem van zijn tegenpool.

Het patroon van nood, inzicht, hernieuwde doofheid, nood, inzicht, nieuwe blindheid, nood inzicht en ga zo maar door – gaan we niet tackelen met elkaar. Het is niet anders. Het enige wat kan gebeuren is bij de eerste nood alweer vragen om inzicht en het nieuwsgierig tot je nemen in de wetenschap dat je het weer kwijt gaat raken, maar dat je bij de eerste nood weer vraagt om inzicht en dus weer meer zal leren.

In de bedrijfscultuur en start-ups noem je dat het versnellen van de leercirkel, in christendom heet het geloof.

Zegen en goeds, waar je ook zit in de cirkel. En tot morgen.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.