Lazarus staat op | Zaaien is nog zo makkelijk niet

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Zaaien is nog zo makkelijk niet

PopUpGedachte maandag 23 september 2019 – zaaien is nog zo makkelijk niet

Vanochtend schrijf ik vanaf ons tuinhuis. Hier bivakkeren wij als gezinnetje in het weekend, aan de rand van het grootstedelijk gebeuren waar we wonen en onder de rook van Schiphol is een soort buitenwoonparadijsje waar gezinnetjes als wij, oude Amsterdammers en fanatieke groentetuinders huisjes en wat grond huren.

En hier zaaien we. Zo af en toe. We hebben er eigenlijk geen tijd voor, het is ook niet dat we bij een slechte oogst omkomen van de honger. Het is vooral leuk. De kinderen en wijzelf zien weer waar groente vandaan komen en eten fruit van de bomen. Een voorrecht. En hobby. En een thuisplek in het groen.

Voor oude landbouwsamenlevingen als de Joodse was dat vaak wel anders. Ik ken het boerenbedrijf niet goed, al heb ik er jaren en jaren tussen gewoond. Als zoon van de dominee krijg je wel iets mee, maar niet het echte werk en de zorgen van de echte boer. Maar de investering van boeren in zaaigoed is wel andere koek dan dat beetje zaadjes wij hier in de aarde stoppen bij ons tuinhuis. Uit de mond van jezelf en je kinderen spaar je een investering voor het jaar dat komt. En dan gaat het de grond in, in de hoop dat er maar iets opkomt.

Maar er zijn zoveel mogelijkheden dat het misloopt. Dat ontdek je dan wel een klein beetje bij zo’n tuinhuis. De varianten van ongedierten, ziekten, schimmels, onkruiden en wat niet al, die een serieuze oogst in de weg kunnen staan, zijn talloos. En daar geef je dan datgene wat je uit de mond van jezelf en je kinderen gespaard hebt aan over. In hoop en vertrouwen. Vanochtend noemt de psalmendichter dat de weg van geloven. Dit staat er in Psalm 126


Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen;
maar keren zingend weer
beladen met hun schoven.

Die hoop houden. Een vriendin heeft net haar eerste chemo gehad. En ze moet elke ochtend maar weer haar bed zien uit te komen. Waarom zou ze? Het nieuws over haar toestand is elke keer erger. Maar ze wil het leven er niet aangeven zolang er leven is. Het is een opdracht. En ze staat weer. En gaat weer. Zou er voor haar weer gejuich en gezang zijn? Een oogst voor haar investering? Ik hoop het zo, maar ik zie het nog niet. En aan welke kant van de eeuwigheid dan? Zal zij het zien? Al kan ze genieten van dat wat nog wel kan, gejuich is het niet. Zeker niet.

De tekst van deze psalm zegt iets over de hoop, maar ook over het soms zo uitzichtloze verdriet. Dat je dan maar aan de aarde toevertrouwt of aan het kussen. Zonder te weten waar het licht zit. Het schijnt te komen, dat licht, maar het duurt zomaar een seizoen. En er zijn zoveel ziektes, schimmels en ongedierten die de juichende oogst kunnen verstoren. En toch. Het is de ervaring van deze zanger dat gejuich weer aanbreekt, en gezang. Dat het komt. Voor de zaaiers. Voor hen die uit hun mond en dat van hun kinderen sparen wat nodig is voor de toekomst. De investeerders, die de tijd nemen en de gelegenheid om te investeren in straks en later.

Je moet in het moment leven, zeggen de spirituelen dan. Moet ook, maar het moment kan wel echt onaangenaam verdrietig zijn. En het moment vraagt ook om hoop. Om toekomst. Om weten dat we niet alleen zijn. Dat de Eeuwige ergens de mensheid en de toekomst in de hand houdt. En als het gejuich vandaag niet aanbreekt, dan later. En zo niet later, dan nog later. En tot die tijd blijven zaaien. En hoop houden. Zoals al die hoopvolle mensen voor ons hebben gedaan.

Zegen vandaag. En alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.