Wat ‘moet’ je eigenlijk van je geloof?

Annelies is gelovig opgevoed, maar kreeg vragen over vanzelfsprekendheden die ze in haar jeugd leerde. Want inderdaad: wat moet je eigenlijk van je geloof?

Wat ‘moet’ je eigenlijk van je geloof?

Vanaf het moment dat ik in een omgeving terechtkwam waar niet vanzelfsprekend iedereen of bijna iedereen geloofde, kreeg ik heel vaak de vraag: ‘Mag dat van jouw geloof?’ De vraag verwarde mij altijd enigszins, omdat ik in mijn beleving niet veel moest, maar er nog altijd zelf voor koos om dingen wel of niet te doen.

Toch hadden de vraagstellers wel gelijk.

Ik was een kind dat er slecht tegen kon als anderen mij iets probeerden op te leggen vanuit macht. ‘Je doet het, omdat ik het zeg’, ging er bij mij slecht in. Maar in mijn herinnering kende ik wel veel autoriteit toe aan de Bijbelinterpretaties die ik meekreeg in mijn kerk of opvoeding. De kaders waren mij heel helder: het goede vond je in geloof, de Bijbel, God en kerk. Het verkeerde, kwade, of op zijn minst zaken waar je kritisch over moest zijn, waren daarbuiten.

Iets ‘moeten’ van je geloof is realiteit

Daartussen zat het hellende vlak, dat scherp in de gaten werd gehouden. Dat was immers het begin van het einde. Niet meer (2x) naar de kerk op zondag? Hellend vlak. Je kind niet laten dopen? Hellend vlak. De Bijbel iets te literair opvatten? Hellend vlak. Kerkshoppen? Hellend vlak. Daten met een ongelovige vriend of vriendin? Hellend vlak.

Geloven was een serieuze zaak en oversteeg individuele meningen en gevoelens, ook die van mij. En dat gaf een belangrijke lading aan het geheel. Er was iets groters en belangrijkers dan jij en daar had je naar te leven. Iets ‘mogen’ of ‘moeten’ van je geloof was dus wel degelijk de realiteit.

‘Gods wil’ staat centraal

De balans tussen iets dat positief richtinggevend kan zijn en iets dat uiteindelijk te veel draait om macht, is fragiel. Ik heb beide kanten ervaren. Geloven heeft mij gevormd tot wie ik ben. Het heeft mij een zelfbewustzijn gegeven en rituelen om stil te staan bij de grotere vragen van het leven. Toch zag ik ook een steevast wantrouwen van menselijke gevoelens en verlangens: een mens verlangde uit zichzelf namelijk niet naar God. Daarom stond ‘Gods wil’ altijd centraal, ook in de vele discussies bijvoorbeeld rondom veranderingen in de kerk. Het leidde vaak tot verhitte discussies waar mensen gekrenkt uitkwamen en zelfs de kerk voor verlieten.

Ik zou nu zeggen: begin wel eens bij het eigen ik, bij de mens zelf. Wat staat er voor jou op het spel? Wat gaat er verloren of wordt er gewonnen door wat volgens jou onopgeefbaar is? Waarom maakt iets je boos of juist opgelucht? En hoe speelt jouw karakter daarin een rol? Dat is vele malen kwetsbaarder dan het eerst buiten jezelf leggen en jouw standpunt te verdedigen met een stevige autoriteit als God of de Bijbel.

Menselijke kijk op de Bijbel

De benadering om het meer bij mezelf te laten beginnen heeft mij geholpen in mijn zoektocht en gelukkig waren er mensen die mij woorden gaven voor deze meer menselijke, down-to-earth manier van kijken naar de Bijbel en naar het geloof. Zoals het boek Rebible, van Inez en Jos van Oord. Zij gaan met elkaar in gesprek over verhalen in de Bijbel, zoekend en tastend naar betekenis vanuit hun eigen denken en menselijkheid.

Of iemand als Huub Oosterhuis die de psalmen zo’n vertaling weet te geven dat het raakt aan mijn leven en verlangens. Het zijn predikanten en theologen die vanuit hun eigen vragen en kwetsbaarheid proberen om die oude Bijbelteksten iets te laten zeggen voor vandaag. Als ik dit niet op het spoor was gekomen, was ik, denk ik, afgehaakt. 

Als nu de vraag krijg of ik iets wel of niet mag van mijn geloof, beantwoord ik ‘m anders dan vroeger. De vraag zal me allereerst herinneren aan mijn eigen inconsistenties. Daarna zal ik de vraag ombuigen in ‘wat moet ik van mezelf’. Mijn geloof geeft me juist woorden die iets uitdrukken van een diep verlangen. Een verlangen naar heelheid en een aanhoudende drang om een betekenisvol leven te leiden.