Het gevecht van de preek

Als je naar de kerk gaat, wil je verrast worden met iets nieuws. Iets waar je wat aan hebt in je eigen leven. Maar hoe komt een voorganger van bijbeltekst naar goed verhaal? Voor Gertine is het vaak een enorme worsteling...

Het gevecht van de preek

Ik weet nog hoe ik mijn allereerste preek voorbereidde. Ik had geen idee hoe het moest. Op de kerkelijke opleiding had ik wel wat vage handreikingen gekregen, maar hoe je nu daadwerkelijk van bijbeltekst naar pakkende preek moest komen… 

In mijn herinnering deed ik maar wat. De boodschap kwam niet aan, merkte ik terwijl ik die eerste keer op de kansel stond. Het was te afstandelijk, te theoretisch. Ik had het te volgepropt met allerlei mooie exegetische vondsten, en ik gebruikte voorbeelden die volledig buiten de belevingswereld van mijn toehoorders vielen.

Echte mensen met echte levens

Anders dan in de collegebanken, waar je de theorie bestudeerde, kwam het er in de kerkdiensten op aan. Daar zaten echte mensen, met echte levens, vrijwillig gekomen naar de kerk op zondagmorgen. Ze wilden luisteren.

Ze hoopten iets te ontvangen voor de komende week, iets van God voor hun eigen leven. Iets nieuws, goed nieuws. Dat ik het heb aangedurfd, die eerste keer op de preekstoel, daar verbaas ik me nog over. Maar ik deed het en het was het begin van de zoektocht naar een goede preek.

Preken in roerige tijden

Dat deze zoektocht gedeeld wordt door velen, bewijst wel de populariteit van het Festival of Preaching in Oxford, waar ik onlangs voor de tweede keer was. De zaal was gevuld met zo’n vijfhonderd voornamelijk Britse voorgangers.

De toon van het Festival of Preaching was dit jaar gekleurd door de wereldpolitiek. Een wereld vol onrust, groeiende tegenstellingen en een toename van demonstraties en protesten. De emancipatie van gemarginaliseerde groepen, angst voor klimaatverandering en in het Verenigd Koninkrijk bovendien gekleurd door Brexit.

‘It is a preacher’s time’, zei spreker Mark Oakley. Hij is schrijver en Anglicaans priester. ‘Waarom? Omdat het er nu op aan komt om de oppervlakkige warme wateren van de kerk te verlaten, en de diepten van onze spirituele roeping op te zoeken. Het is verleidelijk om beleefd te blijven en de eerlijkheid te vermijden, maar in deze tijden is moed nodig. Moed om de waarheid te spreken, tot déze mensen, door déze tekst, in déze plaats, in déze tijd.’

‘Moedig zijn betekent niet dat je geen angst hebt, maar dat je het ondanks die angst toch doet’, zei Oakley.

De waarheid verkondigen

Ik denk dat dit het belangrijkste is van de dingen die ik heb geleerd over preken. Dat het erop aan komt om nu en hier te spreken, en de algemene vaagheden te vermijden. Wat zegt de Bijbel tegen ons vandaag? Mooie exegetische vondsten zijn leuk, maar als je niet de verbinding maakt met het leven van de kerkgangers blijven ze ergens in een tussenruimte steken.

Moedig zijn en de waarheid spreken. Het goede nieuws voor deze tijd verkondigen. Maar wat moet ik dan zeggen als prediker in een wereld waarin allerlei stemmen klinken die helemaal niet geïnteresseerd zijn in de waarheid? Hoe vind ik ware woorden in een wereld vol nepnieuws?

Voordat ik de waarheid kan spreken, moet ik kunnen luisteren. Naar God, naar de tekst, naar de mensen om mij heen, naar mijzelf. In die roerige wereld moet ik als prediker rust vinden. Langzaam, niet overhaast, woorden vinden. De verantwoordelijkheid nemen om dat te zeggen wat gezegd moet worden. Met de taal die ik tot mijn beschikking heb.

Voordat ik de waarheid kan spreken, moet ik kunnen luisteren.

Taalvirtuoos Mark Oakley was in zijn lezing zelf een voorbeeld van hoe je dat doet. Hij gebruikte de taal op een prachtige manier. Soms poëtische zinnen, soms one-liners. Altijd zorgvuldig en tegelijk gedurfd en profetisch. De mooiste zin uit zijn betoog vond ik deze: ‘The church is a gymnasium for your underused imagination’. (De kerk is een sportschool voor je verslapte verbeelding.)

Hij voerde een pleidooi voor veelzijdige taal, net zoals Jezus het goede nieuws op allerlei verschillende manieren bracht: in gesprekken, verhalen en toespraken. Wees verrassend en creatief, en preek net zo goed tot jezelf als tot je luisteraars. Koester de taal, want het is een kostbaar geschenk.

De preek is een worsteling

De reden dat preken nooit een vanzelfsprekendheid wordt, ligt denk ik in diezelfde noodzaak tot moed en eerlijkheid. Het is zwaar om steeds weer jezelf onder ogen te durven komen. Je eigen vragen en twijfels op tafel te leggen. Je eigen tekortkomingen niet weg te stoppen. Zonder eerlijkheid blijft een preek een uiteenzetting zonder overtuiging.

Twee jaar geleden was ik bij de eerste editie van het Festival of Preaching en van die keer herinner ik me vooral het Bijbelse beeld dat steeds terugkwam: de worsteling van Jacob met God. Meerdere sprekers gebruikten dit beeld voor de worsteling van de prediker met de preek. Steeds weer opnieuw moet je dat proces doormaken, zijn mooie woorden niet genoeg.

Ware woorden moeten gezegd worden. Geloof ik als prediker echt wat ik zeg? Het is geen worsteling waarvan je van tevoren al weet dat het goed zal komen: vaak genoeg vraag ik me halverwege de week vertwijfeld af of ik ooit woorden ga vinden. Of, erger nog, denk ik op zaterdagavond: alles wat ik heb opgeschreven is leegte. Ik zit er helemaal naast. Juist dat maakt preken zo prachtig en zo vermoeiend. Je kunt het niet half doen.

Woord van God

Na deze zware woorden ook iets ter ontspanning. Want gelukkig is de preek niet het enige wat er in een kerkdienst gebeurt. De liturgie geeft ons veel meer: verootmoediging en gloria, gebed en Bijbellezing. Muziek en stilte, staan en zitten. Ontvangen en delen, belijden en zegenen.

Niet alles hangt af van mijn preek en dat geeft me reden om te midden van de grote verantwoordelijkheid diep adem te halen en het uit handen te geven. En kunnen mijn halfslachtige woorden plotseling toch aangeblazen worden door de adem van de Geest.

Als het gebeurt, als mijn woorden Woord van God worden… Dan komt dat nooit door mijn briljante vondst, of door de vernuftige opbouw van de preek of mijn harde werken. Dan is dat pure genade. Het is in de ontroering in de ogen, in de heilige stilte na het Amen en in het gesprek met kerkgangers achteraf dat ik die genade dankbaar terugvind.