‘Ik geloof niet dat God vanuit de hoge hemel alles in mijn leven stuurt’

Bekende geloofsbegrippen kregen voor Annelies door de jaren heen een heel andere betekenis. Zoals bidden, dat vroeger vooral het afwerken van een wensenlijstje was. Inmiddels bidt ze zo niet meer…

‘Ik geloof niet dat God vanuit de hoge hemel alles in mijn leven stuurt’

Vroeger bad ik om genezing van mensen, dat Ajax de Champions League zou winnen, dat ik mijn toetsen zou halen, voor een goede nachtrust, voor voedsel voor kindjes in Afrika en troost voor hen die verdriet hadden. Ik leerde God bij alles van mijn leven te betrekken.

Maar ik denk dat ik vanaf mijn tienertijd al licht begon te twijfelen aan deze wensenlijst-gebeden. Haalde ik een 8 omdat God mij had geholpen of omdat ik zelf hard genoeg geleerd had? Was ik beter geworden door de paracetamol en genoeg rust te nemen of omdat God mij beter had gemaakt? En als het gaat om een ander kun je toch beter gewoon een kaartje sturen, bellen, langsgaan of een arm om iemand heenslaan dan voor iemand te bidden?

Terugkijkend denk ik van sommige gebeden: was het niet gewoon een soort afkoopgedrag? Ik kan bidden dat vluchtelingen een dak boven hun hoofd krijgen, maar da’s wel lekker makkelijk vanuit mijn comfortabele woning.

Moest ik niet kijken wat ik zou kunnen bijdragen om dit te realiseren? Zou ik niet beter zelf mijn verantwoordelijkheid kunnen nemen om zaken te realiseren en was een gebed daar dan wel noodzakelijk bij?

God laat het niet toe

Uiteindelijk heb ik het beeld losgelaten van een God die vanuit de hoge hemel met een wil en bedoeling alles in mijn leven stuurt. Pas zei iemand bijvoorbeeld tegen mij: ‘Ik zal bidden voor een goede bevalling.’ Had hij gezegd: ‘Ik denk aan je hoor, sterkte met de bevalling’, dan had dat voor mij net zoveel waarde gehad. Ik waardeer namelijk de betrokkenheid in een dergelijke opmerking, maar ik geloof niet (meer) dat de bevalling beter gaat omdat God is aangeroepen.

Het omgekeerde geloof ik overigens ook niet. Als mensen me vragen: ‘Waarom laat God dit toe?’, dan denk ik steeds vaker: er is geen waarom, God laat dit niet toe.

In mijn eigen leven zie ik het ook. De laatste keer dat ik intens verdrietig was omdat het leven uit m’n hand werd geslagen, bad ik amper. Ik had veel meer behoefte om het verdriet zelf te voelen en daar woorden aan te geven op papier, richting anderen, in mijn eigen hoofd. En op een dag werd het weer licht en was ik een dankbaar mens. Zonder een klassiek gebed stond ik toch in verbinding met mezelf en anderen en kon ik het leven aanvaarden zoals het op mij afkwam. Een gebed om troost was daarbij niet nodig.

Dagelijks stilstaan

Op grond van bovenstaande zou je denken dat ik atheïst ben geworden die überhaupt niet meer in een God gelooft, en dus zeker niet in een God met wie je in contact kunt komen. Toch is het bidden niet helemaal uit mijn leven verdwenen. Ik zoek nog naar wat het wél kan zijn, maar stilstaan bij en dingen hardop verwoorden, dat blijft in ieder geval. Wat wij als gezin doen is bijvoorbeeld dagelijks stilstaan bij de dingen waar we dankbaar voor zijn en dat hardop benoemen. Eten, een huis, elkaar, gezondheid. We adresseren die dank aan God.

‘Bidden is een manier om je eigen begrensdheid te zien en te onderkennen’, schrijft Rob Bell in een artikel over bidden dat mij zeer aansprak. Toegeven, verwoorden dat je het echt niet meer weet en niet meer ziet. ‘God, wat een klotezooi hier’, roep ik maar al te vaak na weer een nieuwsitem over de toestand van vluchtelingen of over door IS verkrachte Jezidi- meisjes. Ergens moet iemand de onmacht horen, de wanhoop, de uitzichtloosheid. Iemand die meer is dan onze onvolmaaktheid. Blijkbaar is God dat dus voor mij. Hij komt niet met de oplossing, maar Hij moet het wel horen. 

Gek genoeg is het alsof ik door op deze manier te bidden, steeds meer ervaar dat God er al is. Bidden wordt meer een ademhaling; iets wat me verbindt aan alles wat van binnen aanwezig is en wat van buiten op je afkomt. En God? God ervaar ik op de momenten dat ik word geraakt, als ik even stilsta en als ik probeer te verwoorden wat me tot op het bot raakt.

God, hier ben ik.

Ik heb handen 
die kunnen uitdelen 
als ze leeg zijn.
Ik heb voeten 
die de weg weten
alleen als ze al op pad zijn.
Ik heb woorden 
die raken als ze eerst 
mijn eigen pantser doorboord hebben.
Ik heb een lichaam 
dat nabij kan zijn 
als ik eerst heb losgelaten.

Dank voor datgene dat niets lijkt
maar alles is.

Amen

Annelies schreef over meer geloofsbegrippen, zoals de doop, zonde, de kerk en bekering. Je leest ze hier