Nina werkt in de pleegzorg. En hierom houdt ze het vol, ook al lijkt de situatie soms kansloos

Nog steeds groeien heel veel kinderen in Nederland op in een onveilig gezin. Nina komt wekelijks in deze families en heeft geleerd om met compassie te kijken: vergeet niet dat je al op kleine schaal verschil kunt maken.

Nina werkt in de pleegzorg. En hierom houdt ze het vol, ook al lijkt de situatie soms kansloos

Toen ik een jaar of tien was, hadden mijn ouders eens enorme ruzie. Me ervoor afsluiten was onmogelijk. De verwijten en het verdriet doordrongen het hele huis. Ik herinner me naast die ruzie vooral nog dat het diner voorafgaand eraan gevuld was met een onheilspellend gevoel bij iedereen aan tafel. Er hing iets in de lucht, zeg maar. 

Misschien de avond daarvoor ook al wel. Zoiets bouwt zich langzaam op natuurlijk. Twee mensen in een relatie, die in de drukke gezinsfabriek geen tijd hebben om elkaar op te zoeken. Werk, kerk, muziekles, boodschappen doen; ‘Had jij nog eraan gedacht om nieuwe gymschoenen voor de jongste te halen voor sluitingstijd?’, ‘Wat zullen we eten?’ en ‘Oh de melk is op!’. Oftewel: het leven.  

Altijd spanning in de lucht 

Hoeveel van dit soort ruzies herinner jij je nog van je ouders? Ikzelf een stuk of drie. En meer nog dan de ruzies herinner ik mij die overheersende spanning in de lucht. Ik werk nu zelf bij een christelijke pleegzorgorganisatie in Amsterdam. In de gezinnen waar ik kom, hangt deze spanning altijd in de lucht. Altijd. De kinderen die ik in mijn werk zie, komen uit een situatie waarin ze jaar in jaar uit met dat gevoel leven. Opgroeien in onveiligheid.

In de huizen waar mijn collega’s en ik komen is er sprake van verwaarlozing, huiselijk geweld, seksueel of alcoholmisbruik. Er zijn ouders die zelf nooit ondervonden hebben hoe het ook kan (lees: eigenlijk moet), cirkels die nooit doorbroken worden. Mannen en vrouwen, jongens en meisjes soms nog, die ineens ouder worden van een kind, zonder netwerk om op terug te vallen, zonder voorbereiding.

Samen sip 

Mijn man en ik hebben het vaak over deze onveiligheid. Hij werkt bij een project voor kinderen in armoede midden in een van de armste wijken van Amsterdam. Ik in de pleegzorg. Er zijn wel eens avonden dat we er samen sip van worden. 

Bijvoorbeeld door het verhaal van een meisje dat thuis nauwelijks kon praten met haar moeder. Haar moeder sprak een taal die het meisje nooit had geleerd. Ze kon dus amper iets met haar delen: in de basis is dat een vorm van mishandeling. 

Of dat jongetje van vijf dat door de politie uit een vies huis was gehaald, met een speciaal slaapplekje onder de trap vol posters, knuffels en dekens waar zijn moeder hem met alle goede bedoelingen opsloot als ze zelf weer eens bezoek kreeg van een ‘slechte man’. Om hem te ‘beschermen’. 

Beide moeders deden op hun manier hun best. De een gevlucht uit een door oorlog verscheurd land en de ander bracht haar zoon in veiligheid als ze haar eigen leven op het spel zette. Het is liefde, maar wat kost het?

Iedereen schiet tekort

Sinds ik zelf moeder ben van een zoon van bijna twee ervaar ik dagelijks hoe makkelijk je je kind wordt blootgesteld aan je eigen tekortkomingen. Zo komt hij regelmatig op me af met mijn telefoon in zijn hand. Mama zonder telefoon, dat klopt niet. En toen ik laatst bij het vergeten van iets essentieels uitbarstte in een ‘kutkutkutkuuut!’ hoorde ik achterin de auto precies hetzelfde, inclusief de laatste ‘u’ heel lang aangehouden zoals ik ook deed. Opvoeden is in vele opzichten confronterend.

Iedereen doet zijn best. Maar we schieten allemaal tekort. Het helpt mij om zo te kijken naar al deze gezinnen en mijn eigen gezin. Wij zijn gebroken mensen, opgevoed -met de beste bedoelingen- door (een of) twee andere gebroken mensen. En nu proberen we zo min mogelijk gebrokenheid door te geven aan onze eigen kinderen. 

Compassie is het antwoord 

Deze week is het de Week van de Pleegzorg. In Nederland zitten er een kleine 30.000 kinderen in pleegzorg. Bijna de helft zit bij familie, vrienden, mensen uit de kerk, uit hun netwerk. Deze mensen, die een kind opnemen in hun eigen gezin en het liefde geven in de hoop verdere schade te beperken, zijn daarom de helden in dit verhaal. 

Sip worden is daarom ook niet het antwoord op al deze verhalen van gebrokenheid. Wat mij betreft is dat compassie. Als je met compassie naar mensen om je heen kunt kijken, betekent het dat je al op kleine schaal verschil kunt maken. In het leven van een paar overbelaste ouders in je vriendenkring. Of in het leven van een kind dat niet gezien wordt thuis. Dat betekent soms een kras minder op een ziel. 

Compassie betekent ook; met een genadevolle blik naar jezelf kijken en je eigen gebrokenheid omarmen. En met diezelfde blik naar je ouders kunnen kijken. 

Hoewel ik die paar ruzies uit mijn jeugd niet zal vergeten, overheerst het gevoel dat ‘het thuis goed is’. En als thuis veilig is, heb je een rugzak vol instrumenten waar je de rest van je leven nog profijt van hebt.