Lazarus staat op | Over hoop en over tranen

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Over hoop en over tranen

PopUpGedachte dindsag 29 oktober 2019 – over hoop en over tranen

Wat is eigenlijk ongeloof? Vrienden van mij die zich niet tot het christendom rekenen zijn al gauw beledigd als je ze ongelovige noemt. Ik geloof van alles, zeggen ze dan. Toevallig niet hetzelfde als jij, in dezelfde woorden, maar noem me geen ongelovige. En ze hebben gelijk. Het is een wat verwarrend woord. Want wat is geloof eigenlijk?
Om de verwarring compleet te maken noemde een wijs filosoof/theoloog het Oude Testament een ongeloofsboek. De gelovige van die tijd leerde in heel veel dingen níet meer te geloven. De hemel zou niet op je hoofd vallen, de zon was geen levende entiteit die je moest aanbidden anders zou die je verbranden en de maan was ook geen levende geest maar een nachtlicht opgehangen door de Eeuwige. Als je een boom omhakte, zo leerden de profeten, was het toch wat gek dat je het ene deel aan stukjes hakte om er vuur mee te stoken en het andere deel leuk houtsnijwerkte, het een kleurtje gaf, om er vervolgens op de kniën voor te vallen en te zeggen: dit is mijn god. Typisch de ongelovige, zou de godsbeeld-aanbidder zeggen.

Kortom, ook de gelovige barst van het ongeloof. In de loop van de tijd leerde ik een zinniger duiding kennen van geloof en ongeloof. Ongeloof, in christelijke zin, was niet dat je bepaalde dingen niet geloofde over een God in de hemel of een wederkomst of een abstracte formulering over de drieëeenheid van God – belangrijke theologische noties hoor maar de kern lag ergens anders – het rottigste van ongeloof was als de hoop had verloren. Geloof is hoopvol leven. En wie dat verloren heeft, die is – of hij of zij zich nou gelovig of ongelovig noemt – cynisch geworden. En uit cynisme is weinig moois voortgekomen, het is de dood in de pot.

Vandaag schrijft Paulus dit: In de hoop zijn wij gered. Maar men spreekt niet van hopen, als men het voorwerp van zijn hoop reeds aanschouwt: wie verwacht nog wat hij al ziet? Daar onze hoop gericht is op het onzichtbare, moet onze verwachting gepaard gaan met standvastigheid.

Hopen en volhouden. Juist als het pijn doet, juist als níet gebeurt waar je op hoopt – als het al wel zou gebeuren, zou het geen hoop meer hoeven heten, niet? Hoop op een leven waarin de pijn niet meer allesoverheersend is, hoop op geliefd zijn en thuiskomen, hoop op rechtvaardigheid.

Het is er lang niet altijd, en lang niet altijd voorhanden. Maar hangen aan de hoop, dat brengt daadwerkelijk leven. Of zijn we daar te cynisch voor geworden? We zijn gevoelig voor mooie praatjes, voor reclames die veel beloven maar vooral geld kosten. En terecht, want we worden ermee doodgegooid. Toch mag nooit het kind met het badwater worden weggegooid. Niet in christendom. Dat kind in jezelf, dat vrolijke, vertrouwende, dat huilende dat bescherming zoekt, dat boze kind dat stampvoet over iets wat oneerlijk is. Zonde om dat te verliezen.

Of zoals de Psalmdichter schrijft vanochtend:

Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen;
maar keren zingend weer
beladen met hun schoven

Wat hoop ik eigenlijk? Voor mij, voor mijn kinderen? Voor de luisteraars van de PopUpGedachte en voor mijn vrienden? Geloven betekent die hoop koesteren. Misschien moet ik dat maar weer eens actief doen vandaag. Mijmeren over wat ik eigenlijk ook alweer hoopte. En eraan vasthouden.

Tot zover de popupgedachte van vanochtend. Stuur 'm vooral door aan wie 'm dan ook kan gebruiken of verwijs naar lazarusstaatop.nl. Abonneren kan natuurlijk ook, klik dan hier. Voor nu: Vrede en Alle Goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.